Begin 2026 werd aan de Universiteit Gent de Amerikaanse filosoof Nathan Cofnas aangesteld, wiens onderzoek vertrekt vanuit de aanname dat er aangeboren intelligentieverschillen zijn tussen rassen. Critici kwamen in het geweer: zijn aanstelling zou een legitimering betekenen van pseudowetenschap aan de universiteit. Maar de omstreden keuze kreeg ook bijval: prominente denkers ondertekenden een petitie, mede opgesteld door Peter Singer, die het recht op vrijheid van onderzoek verdedigt, ook in het geval van controversiële thema’s. Betekent academische vrijheid dat onderzoekers zich aan elk thema mogen branden?
Nee
Stel, een viroloog vraagt subsidie aan om een nieuw virus te ontwikkelen dat al het leven op slag kan uitroeien. Moet die aanvraag ingewilligd worden? Natuurlijk niet: ook al levert bestudering van dit virus kennis op, zulk onderzoek hoort niet thuis in de wetenschap. Wetenschappelijk onderzoek is niet slechts het verzamelen van kennis omwille van de kennis: het heeft ook een maatschappelijk doel, en soms weegt het belang van nieuwe kennis niet op tegen het de schade die het onderzoek kan veroorzaken.
Voor onderzoek dat vertrekt vanuit ogenschijnlijk racistische aannames geldt dat ‘nieuwe kennis opdoen’ geen troefkaart is om alles toe te laten. De besmette geschiedenis van de rassenwetenschap verhoogt daarbij de drempel: wie de schijn tegen heeft, moet extra zorgvuldig zijn. Kritiek op een onderzoeker die daar lak aan heeft, is geen inperking van academische vrijheid, maar past binnen een verantwoordelijke academische cultuur.
Ja
Voorvechters van onbegrensde academische vrijheid halen vaak een credo aan uit het werk van de Franse verlichtingsfilosoof Voltaire: ‘Ik ben het voor geen woord eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.’
Wetenschappelijke vraagstukken worden beantwoord in een vrij en open debat, dat altijd openstaat voor herziening en nieuw bewijs. Juist dat ondogmatische uitgangspunt is kenmerkend voor wetenschappelijke kennis. Daarin moet ook plaats zijn voor ongemakkelijke stellingen, die mogelijk schuren met morele opvattingen. De kwalificatie van een onderzoeksveld als ‘pseudowetenschap’ – hoewel soms terecht – is problematisch als die wordt gebruikt om discussies bij voorbaat te smoren. Volgens sommigen is het psychoanalytische werk van Jacques Lacan pseudowetenschap, anderen lopen met hem weg. Wat een stellingname waard is, wordt in een wetenschappelijk debat op basis van inhoud bepaald.
