Willem van Ockham

Ockham is vooral bekend vanwege het scheermes van Ockham. Volgens deze stelling mogen er aan wetenschappelijke theorieën geen aannames worden toegevoegd die niet strikt noodzakelijk zijn. Door dit principe toe te passen kan men de zin van de onzin scheiden in de wetenschap. Theorieën die vergezocht zijn, worden al snel verworpen wanneer men er het scheermes van Ockham op toepast. We mogen pas op zoek naar complexe verklaringen voor verschijnselen in de werkelijkheid wanneer de simpele verklaringen niet toereikend zijn.

Het werk dat Ockham direct na zijn studie publiceerde was controversieel. In 1324 moest hij zelfs voor het pauselijk hof in Avignon verschijnen, waar hij beschuldigd werd van ketterij. Omdat het commentaar dat Ockham schreef op de Liber Sententiarum van Petrus Lombardus niet goed ontvangen werd door zijn collega’s en door de autoriteiten van de kerk. Ockham stond kritisch tegenover de autoriteit van de kerkelijk leiders en meende dat weten en geloven van elkaar gescheiden moesten blijven. De kerk moest zich volgens Ockham niet met wereldlijke zaken bezig houden.

Volgens een andere bron beginnen de problemen van Ockham met de kerkelijke autoriteiten pas een jaar later. Een gewoonte van de franciscanen is dat zij door het leven gaan zonder bezit. Hiermee volgen zij het voorbeeld van Jezus en zijn apostelen die ook  nooit enig bezit hebben gehad. Hierdoor kwamen ze echter in conflict met Paus Johannes XXII waardoor ze in 1328 Avignon ontvluchten. Omdat Ockham zonder toestemming van de Paus Avignon had verlaten, werd hij geëxcommuniceerd. Zijn filosofische werken zijn echter nooit veroordeeld of verboden.

Ockham wordt gezien als voorloper op de moderne filosofie, in het bijzonder de epistemologie. Hij was een van de eerste aanhangers van het nominalisme. Voorheen dacht men dat dingen een essentie hadden. Zo was er een essentie 'roos' waardoor men alle rozen in de wereld kon herkennen als roos. Volgens Ockham zijn er echter alleen individuele objecten in de wereld. Het idee dat dingen een essentie hebben, wordt hierdoor verworpen. Deze essenties worden door de mens geabstraheerd uit de vele individuele dingen die bestaan. Uit alle verschillende rozen die een mens ziet, abstraheert hij de essentie ‘roos’, op basis waarvan andere objecten in de werkelijkheid ook ‘roos’ genoemd kunnen worden. De essentie 'roos' bestaat niet in de werkelijkheid, maar alleen als concept in het denken van de mens.