Home Recensie: Alle neuzen dezelfde kant op

Recensie: Alle neuzen dezelfde kant op

Door Frank Meester op 25 juni 2019

Recensie: Alle neuzen dezelfde kant op
07-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Het was tijd voor een nieuwe culturele hegemonie en een revolutie, betoogde Antonio Gramsci. Ruim tachtig jaar na dato is dat idee weer actueel.

Als Antonio Gramsci niet door Mussolini in de gevangenis was gezet, zou hij waarschijnlijk nooit zijn uitgegroeid tot een van de belangrijkste politieke denkers van de twintigste eeuw. Hij was tot die tijd vooral bezig politiek te bedrijven en had daardoor weinig tijd om diepgravende filosofische analyses van de macht te schrijven. In de gevangenis had hij die tijd wel. Tussen 1929 en 1935 werkte hij zijn ideeën uit in  gevangenisschriftjes.

Kort voor zijn gevangenschap was hij nog actief als parlementariër voor de Italiaanse communistische partij en in die hoedanigheid voerde hij een beroemde discussie in het parlement met zijn rivaal Mussolini. Een groter contrast tussen twee mensen is moeilijk denkbaar. Mussolini, een kolossale verschijning met een luide stem tegenover Gramsci, niet groter dan een meter vijftig, met een gebochelde rug, veroorzaakt door tuberculose in zijn kindertijd, en een stem zo zacht dat hij nauwelijks geschikt was om in het openbaar te spreken. Toch werd er naar Gramsci geluisterd. Hij had zich van een arme, kansloze Sardijn opgewerkt tot een van de toonaangevende figuren in de internationale revolutionaire beweging. In het parlement verweet Gramsci Mussolini dat zijn fascistische revolutie geen wezenlijke verandering teweeg had gebracht. De poppetjes waren weliswaar gewisseld, maar verder was de macht van de bourgeoisie blijven bestaan.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In zijn gevangenisschriftjes redeneerde Gramsci vanuit het idee dat de liberale maatschappijen in een crisis verkeerden. Gramsci schreef: ‘De crisis bestaat precies uit het feit dat het oude sterft en het nieuwe niet geboren kan worden: een interregnum waarin zich de meest uiteenlopende ziekelijke verschijnselen voordoen.’ Een van die ziekelijke verschijnselen was volgens Gramsci het fascisme. Maar dat zou van voorbijgaande aard zijn, want Gramsci zag zo’n interregnum ook als een kans. Vroeg of laat zou er een echt nieuwe hegemonie ontstaan.

Hegemonie kwam volgens Gramsci voort uit cultureel leiderschap van de bevoorrechte klassen in de maatschappij. Deze klassen, zoals de adel in de middeleeuwen of de rijken in het kapitalisme, konden door controle over instituties als onderwijs, massamedia, wetenschap, kerk en verenigingsleven de normen, waarden en het wereldbeeld van de andere klassen vormen. Het feit dat de hegemonie van de liberale elite verloren was gegaan bood een kans om een nieuwe hegemonie te smeden die zo veel mogelijk mensen klaarstoomde voor de heerschappij van het proletariaat. Op dit punt verschilde Gramsci sterk van Marx, die nadruk had gelegd op de ‘onderbouw’, de economische omstandigheden. Vanwege Marx’ focus waren socialistische acties tot dan toe vooral gericht geweest op de omverwerping van het economisch systeem. Net als marxisten was Gramsci uit op een revolutie, maar volgens hem was daarbij de bovenbouw, de cultuur, van wezenlijk belang. Door het accent te leggen op de cultuur kon een nieuwe hegemonie ontstaan, kwamen veel neuzen dezelfde kant op te staan, en had de revolutie pas werkelijk kans van slagen. Die hegemonie moest overigens niet van bovenaf worden opgelegd, maar moest van onderaf tot stand komen. Iedereen kon daarbij een rol spelen, want ‘alle mensen zijn intellectuelen.’

Een selectie uit de gevangenisgeschriften is nu in het Nederlands vertaald en dit boek komt precies op tijd. Gramsci lijkt actueler dan ooit. Dat laat vertaler Arthur Weststeijn ook overtuigend zien in zijn verhelderende toelichtingen bij de fragmenten en de inleiding waarin hij de erfenis van Gramsci beschrijft.

Toen de gevangenisgeschriften na de Tweede Wereldoorlog werden uitgeven, waren ze direct een groot succes. De Italiaanse communistische partij maakte dankbaar gebruik van zijn opvattingen en wist een brede volkspartij te vormen die zich in alle geledingen van de samenleving vertakte. Later werd Gramsci de theoreticus van andere internationale linkse bewegingen zoals ‘Nieuw Links’ in de jaren zeventig. Maar ook ‘Nieuw Rechts’ beroept zich op Gramsci. Marion Maréchal, een nicht van Marine Le Pen, zegt dat ze Gramsci navolgt om ‘via onderwijs en media een rechtse hegemonie te creëren.’ Of dichter bij huis: op de website van het Renaissance Instituut, het wetenschappelijke bureau van Forum voor Democratie onder leiding van Paul Cliteur, staat met grote letters: ‘De Lange Mars door de instituties begint hier!’