Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

maandag 7 juni 2021

‘We leven in een multiversum’

Tim Miechels

Wat onderscheidt leven van niet-leven? Is het mogelijk om een definitie te geven van wat leven is? Volgens de Chileense filosoof en bioloog Humberto Maturana (1928-2021) wel. Hij definieerde leven aan de hand van organisatie. ‘Leven is een zelf producerende machine.’

Beeld Francisco Valdés

Op 6 mei 2021 overleed Humberto Maturana. De Chileense filosoof en bioloog is vooral bekend van zijn definitie van leven in termen van ‘autopoiese’. Neurowetenschapper José Donoso kent Maturana en zijn ideeën al sinds zijn studententijd in Chili: ‘Toen ik aan de Universiteit van Chili studeerde, was Maturana al een gerenommeerd wetenschapper, bijna een soort goeroe.’

Hoe bent u bekend geraakt met Maturana en zijn ideeën?
‘Hij gaf destijds drukbezochte lezingen in de Aula Magna, de grote collegezaal van de universiteit. Vooraan zaten andere bekende figuren die kwamen om Maturana publiekelijk aan te vallen. Ik aanschouwde dat spektakel leunend tegen een pilaar achter in de zaal. Tijdens één van deze lezingen had Maturana het over zijn idee van autopoiese – van het Griekse auto: zelf en poiesis: productie. Hij zei toen: als je een autopoietisch systeem in tweeën splitst, heb je twee autopoietische systemen. Iemand op de eerste rij stond op en zei: “wat een onzin, splitsing is toch geen reproductie.” Ter illustratie pakte hij een folder van de lezing die was gevouwen als drieluik. Hij scheurde het ding verticaal door midden en zei: “dit zijn toch geen twee drieluiken?” Maturana pakte kalm een andere folder, scheurde die horizontaal door midden en zei: “dames en heren: twee drieluiken.”’

Maturana

Wat maakt het denken van Maturana zo vernieuwend?
‘De manier waarop hij leven definieerde, was volstrekt anders dan wat gangbaar was. Als je een definitie van leven opzoekt, krijg je vaak een lijst met eigenschappen. Iets leeft als het ademt, zich voortplant, groeit, etc. Maar, vond Maturana, dat is geen definitie, dat is een lijst met eigenschappen. Met ‘autopoiese’ definieert hij leven in termen van organisatie, waarbij de precieze vorm van die organisatie bovendien niet van een bepaald soort moleculen afhankelijk is. Autopoiese beschrijft dus niet alleen het leven zoals wij dat kennen, maar ook zoals het zou kunnen zijn op andere planeten, of zoals het gemaakt zou kunnen worden in een laboratorium.’

Kunt u het idee van autopoiese uitleggen? Wat houdt het precies in?
‘Autopoiese is een definitie van leven aan de hand van organisatie. We weten dat de fysische samenstelling van een levend wezen steeds verandert: binnen een jaar zijn al onze moleculen vervangen. Wat behouden blijft in die verandering is de organisatie. Om het simpel te zeggen: de autopoietische organisatie is een fabriek die niets anders dan zijn eigen onderdelen produceert: zijn eigen robotarmen, moertjes, bouten en de muur om de fabriek heen. Het is een zelf producerende machine. Dus dat betekent dat een autopoietische organisatie een netwerk is dat zijn eigen onderdelen produceert en onderhoudt. Daarnaast produceert dat netwerk zelf een grens, die het scheidt van de buitenwereld. Daarmee creëert het netwerk in een klap een zelf en een niet-zelf: de omgeving. Het netwerk heeft die grens met de omgeving nodig omdat het anders ontbindt, maar die grens wordt op zichzelf weer geproduceerd en onderhouden door het netwerk.’

Zijn alle levende wezens autopoietische systemen?
‘Iedere levende cel is een autopoietisch systeem. De cel bestaat uit een netwerk van chemische reacties, waarin moleculen continu omgezet worden in andere moleculen. Deze omzettingen worden geregeld door enzymen die door hetzelfde netwerk gegenereerd worden. In een cel is er dus geen verschil tussen software en hardware.’

Hoe beïnvloedt het idee van autopoiese op ons denken over de mens?
‘Het heeft grote implicaties voor hoe we denken over het menselijke kenvermogen. Volgens de traditionele opvatting hierover zijn mensen passieve waarnemers van de wereld. Onze zintuigen registreren een object in de wereld dat vertaald wordt in een symbolische representatie in onze geest. Maturana laat aan de hand van zijn theorie van levende systemen zien dat het zenuwstelsel een gesloten systeem is, dat dus geen directe toegang heeft tot wat “daarbuiten” is. Bijgevolg bevat het dus ook geen representaties. Hij legt dit uit met de volgende analogie: stel iemand is geboren in een onderzeeboot. Deze persoon heeft de buitenwereld nooit gezien, maar weet precies hoe die op bepaalde signalen moet reageren en welke hendels en knoppen te gebruiken om de status quo in de onderzeeboot te bewaren. Van buiten gezien ontwijkt de onderzeeboot obstakels en navigeert door zijn omgeving. Een externe waarnemer maakt nu contact met de bestuurder en zegt: “wow, wat ben jij goed in obstakels omzeilen en door je omgeving te navigeren.” De bestuurder antwoordt “waar heb je het over? Welke obstakels? Welke omgeving?”’

Hebben we dan helemaal geen contact met onze omgeving?
‘Dat hebben we wel, maar waarneming is een veel actiever proces dan we denken. Het is niet zo dat wij de dingen buiten ons objectief registeren. Het oog is bijvoorbeeld een hele slechte camera, die je steeds moet bewegen om te begrijpen wat er om je heen gebeurt. Waarnemen is dus een actief proces waarbij ons lichaam reageert op verstoringen uit de omgeving. De manier waarop we reageren en betekenisgeven aan die verstoringen is afhankelijk van de structuur van ons lichaam. Ieder levend wezen brengt dus een eigen wereld voort, een eigen universum. In die zin leven we in een multiversum. Dat betekent niet dat er niets buiten ons bestaat. Er is iets waar je op reageert, maar je hebt er geen directe toegang toe.’

Dat doet denken aan Immanuel Kants onderscheid tussen de wereld zoals die op zichzelf is en de wereld zoals die aan mij verschijnt. Was Kant een inspiratiebron voor Maturana?
‘Absoluut, er is een duidelijke connectie tussen Kant en het idee van autopoiese. Kant stelde in de 18e eeuw al dat circulaire causaliteit leven van niet-leven onderscheidt: levende wezens zijn hun eigen oorzaak en gevolg. Hij beschreef hoe levende wezens daardoor een intrinsieke doelmatigheid bezitten en daarmee wees hij al vooruit naar het idee van zelforganisatie.’