Home Politiek Waarom we volgens Habermas geen riskant pokerspel met Rusland moeten spelen
Politiek

Waarom we volgens Habermas geen riskant pokerspel met Rusland moeten spelen

In Duitsland willen voormalig pacifisten dat de regering-Scholz meer wapens levert aan Oekraïne. De Duitse filosoof Jürgen Habermas ergert zich aan hun morele verontwaardiging. Volgens Habermas-kenner René Gabriëls pleit de politiek denker voor redelijkheid in een machtsstrijd die allesbehalve redelijk is.

Door Ivana Ivkovic op 25 mei 2022

Waarom we volgens Habermas geen riskant pokerspel met Rusland moeten spelen

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Bij onze Oosterburen woedt een fel debat over de oorlog in Oekraïne. Op luide toon eisen critici van Bondskanselier Scholz (SPD) om meer militaire steun te leveren. Anderen ageren net zo fel tegen de oorlogsretoriek. In een open brief in het feministische tijdschrift Emma, ondertekend door bekende schrijvers als Juli Zeh en Martin Walser, wordt opgeroepen tot een wapenstilstand. Ook Jürgen Habermas, een van de meest vooraanstaande hedendaagse filosofen, mengt zich in dit debat. Habermas is bekend geworden met zijn publicaties over de publieke sfeer en het communicatief handelen. Steeds benadrukt Habermas het belang van redelijkheid in de publieke sfeer, ook al weet hij dat politiek zich kenmerkt door een machtsstrijd die doorgaans allesbehalve redelijk is. ‘Habermas verdedigt de weloverwogen houding van Scholz,’ vertelt René Gabriëls, docent Cultuur- en Maatschappijwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Gabriëls publiceerde (samen met anderen) De nieuwe Duitse filosofie (2013), promoveerde met een onderzoek naar publieke controverses, en studeerde bij Habermas.

De morele verontwaardiging en snelle bekering van voormalig pacifisten staat Habermas tegen. Maar die verontwaardiging is toch begrijpelijk?
‘Natuurlijk, maar je kunt doorslaan in moralisme, en dat is wat Habermas bekritiseert. In lijn met zijn filosofie stelt Habermas dat je zowel rekenschap moet geven van morele overwegingen als van bestaande machtsverhoudingen. Hij schetst een dilemma. Enerzijds moet het Westen niet zelf oorlogspartij worden, omdat dat tot een nucleaire oorlog zou kunnen leiden. De Koude Oorlog leert dat een oorlog waarin kernwapens in het spel zijn alleen maar verliezers oplevert. Habermas vindt daarom dat er geen speelruimte moet zijn voor “riskant pokerspel”. Anderzijds moet het Westen zich ook niet onder druk laten zetten en zich willekeurig laten chanteren door die dreiging – Poetin moet niet alles kunnen maken omdat hij kernkoppen heeft. Daarom vindt Habermas dat Oekraïne moet worden gesteund, zonder dat het Westen direct deelneemt aan de oorlog.’

Waar ligt dat punt?
‘Dat is lastig te bepalen, want Poetin is diegene die beslist wat telt als directe deelname en wat niet. Het Westen stuurt nu ook wapens naar Oekraïne en neemt materieel deel aan de oorlog, alleen formeel niet. Poetin bepaalt of iets als een directe oorlogshandeling wordt beschouwd. Die “definitiemacht” ligt bij Poetin, zegt Habermas. Daarom is dit een heel lastige situatie, en daarom ergert Habermas zich aan mensen die nu een moreel vingertje heffen.’  

Betekent dat niet dat onze handen gebonden zijn?
‘Nee, maar wel dat je in zo’n situatie voorzichtig en bedachtzaam moet opereren, en zorgvuldig alle aspecten mee moet wegen. Habermas telt bij zulke afwegingen zowel de moraal als de politieke machtsverhoudingen mee. Maar hij pleit niet alleen voor terughoudendheid, zoals die 28 intellectuelen in hun brief, die stellen dat we Poetin niet moeten provoceren. Het is in het belang van de NAVO en de EU om kracht te tonen. Daarvoor moet de EU beter bewapend zijn en geopolitiek wat in de melk te brokkelen hebben.’

In uw onderzoek naar publieke controverses stelt u dat intellectuelen oog moeten hebben voor verschuivingen in de tijdsgeest. Welke verschuivingen zien we nu?
‘De wereld ziet er nu heel anders uit dan toen ik in Frankfurt bij Habermas studeerde. Dat was een spannende tijd, in 1989: de val van de Berlijnse Muur, de hereniging van Duitsland. Velen dachten dat conflicten tot het verleden behoorden en dat de liberale democratie zegevierde. Maar enkele jaren later vond de genocide in Rwanda plaats en was er een oorlog in voormalig Joegoslavië, nota bene op het Europese continent. Dat was een schok. In 1989 zagen we nog niet zo duidelijk hoe belangrijk de EU is in geopolitiek opzicht. Sindsdien is Xi Jinping aan de macht gekomen, en Erdogan. Poetin is sterk geworden. Amerika is zwakker geworden. Daarom hebben we een militair sterker, maar ook een socialer en democratischer Europa nodig – dat is de visie van Habermas, en die deel ik.’

Zijn de ideeën van Habermas sinds die tijd ook veranderd?
‘Zijn centrale ideeën zijn hetzelfde gebleven. Hij strijdt voor een wereldorde die gebaseerd is op mensenrechten en democratie. Als ze in geding zijn, dan vindt hij dat ze moeten worden verdedigd, desnoods met geweld. Maar politiek realisme vereist volgens Habermas ook dat we erkennen dat we in een wereld leven waarin we op elkaar aangewezen en van elkaar afhankelijk zijn. Nu dreigt er een hongersnood vanwege de Russische blokkade van boten die de wereld voorzien van voedsel. Wij moeten de wereldwijde interdependenties serieus nemen, stelt Habermas. Feitelijk zijn wij wereldburgers geworden, of we het nou willen of niet.’

Moet Europa meer spierballen tonen?
‘Het gaat Habermas niet alleen om militaire macht. Europa kan alleen sterk zijn als ze haar interne problemen oplost, zoals het democratisch tekort, de sociaaleconomische ongelijkheid en het nationalisme. Wij focussen nu op tegenstelling tussen Poetin en het Westen, maar wij zouden volgens Habermas ook aandacht moeten hebben voor de overeenkomsten in de manier van denken tussen Poetin en populisten als Le Pen, Dewinter en Baudet. Hun nationalisme is blind voor het feit dat we in een wereld leven waarin we op elkaar zijn aangewezen en van elkaar afhankelijk zijn. Europa zou meer postnationaal moeten denken – want dat is wat politiek realisme vandaag van ons vereist.’