Home Waarom is er iets en niet niets?

Waarom is er iets en niet niets?

Door Daan Kuys op 29 januari 2015

Cover van 02-2015
02-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Journalist Jim Holt ging op zoek naar de reden van ons bestaan. Het boek werd een who did it.
 
Wat is de meest intrigerende vraag aller tijden? Volgens Jim Holt, filosoof en schrijver voor onder andere de New York Times, is dat de vraag waarom de wereld ooit begon met bestaan. ‘In 1714 formuleerde de Duitse filosoof Gottfried Leibniz die vraag het mooist’, zegt Holt. ‘Waarom is er iets en niet niets?’ In zijn boek Waarom bestaat de wereld? zoekt Holt naar mogelijke antwoorden op die vraag. Als een detective bezoekt hij natuurkundigen, theologen, wiskundigen en filosofen. Met die ene vraag: who did it?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wanneer vroeg u zich voor het eerst af waarom de wereld bestaat?
‘Net als veel andere Amerikanen ben ik opgegroeid in een zeer religieuze familie. Mij werd geleerd: de wereld bestaat omdat God die gemaakt heeft. Maar als onzekere puber begon ik te twijfelen. “Wie heeft God dan geschapen?” Ik las Sartre en Heidegger in de openbare bibliotheek, en bij die laatste werd ik voor het eerst geconfronteerd met de vraag: waarom is er iets in plaats van niets? Ik kan me nog goed herinneren hoe overweldigd ik was door de zuiverheid van die vraag. Pas veertig jaar later schreef ik er een boek over, maar het onderwerp heeft me altijd achtervolgd.’
 
Waarom fascineert de vraag u zo?
‘Al mijn intellectuele nieuwsgierigheden komen erin samen. Het is de vraag achter alle andere vragen die de mens ooit heeft gesteld. De Duitse filosoof Schopenhauer heeft weleens gezegd dat de mens uniek is omdat we onze eigen dood zien aankomen. We zien het Niets waar we vandaan komen en het Niets waar we op afstevenen. Dan beseffen we dat we er ook niet hadden kunnen zijn, als je ouders elkaar niet ontmoet hadden of geen seks hadden gehad die dag. Die onwaarschijnlijkheid intrigeert me. Gelukkig maar. Schopenhauer zei ook dat je mentaal afwijkt als je niet geïnteresseerd bent in het mysterie van het bestaan.’
 
Is het mysterie wel op te lossen? Je kunt na elk antwoord weer de waarom-vraag stellen.
‘Sommige natuurkundigen claimen dat de wetenschap dit mysterie wel degelijk kan oplossen. Darwin toonde al aan dat we God niet nodig hebben om de grote verscheidenheid in de natuur te verklaren. Nu meent Stephen Hawking, de bekendste natuurkundige van deze tijd, dat we met een ultieme natuurkundige theorie het bestaan van het universum kunnen verklaren.
Maar stel dat we die ultieme theorie vinden. Die zal bestaan uit een verzameling wetten in de vorm van moeilijke formules. Dan vraag je: waarom precies die formules? Waarom niet een wereld met elf ruimtelijke dimensies in plaats van drie? Steven Weinberg, een fysicus die de Nobelprijs heeft gewonnen, denkt daarom dat wetenschap alleen niet genoeg is om het mysterie van het bestaan op te lossen – als het al op te lossen valt. Daar sluit ik me bij aan.’
 
Is het dan wel zinvol om de vraag te stellen?
‘De vraag definitief beantwoorden is misschien geen haalbaar doel, maar in mijn zoektocht heb ik wel vooruitgang geboekt. Ik probeer een zo goed mogelijk beeld te schetsen van de gedachten van alle denkers, als een soort mozaïek. Dat levert een meer verfijnde kijk op het mysterie op.’
 
Is er enige consensus bij al die verschillende denkers?
‘Er zijn veel parallellen te trekken. Zo hebben exacte wetenschappers geen beeld van wat energie of materie nu écht is. Ze kunnen energie enkel uitdrukken in een getal en bijvoorbeeld zeggen dat die gelijk is aan massa. De Britse filosoof Bertrand Russell heeft daarover gezegd dat de wetenschap geen uitsluitsel biedt over de intrinsieke aard van het universum. Wat overblijft is een reusachtig web van relaties en structuren, dat volkomen onstoffelijk is.
Zo’n soort wereld lijkt opmerkelijk veel op de opvatting van taal die een eeuw geleden werd voorgesteld door de Franse filosoof Ferdinand de Saussure. Volgens hem is ook taal een zuiver systeem van relaties. Relevant is niet het geluid zelf, maar de contrasten tússen die geluiden.
Die parallel is fascinerend. Als de wereld inderdaad enkel structuur is en niet stoffelijk, zou ze in z’n geheel beschreven kunnen worden door de wiskunde.’
 
Een definitief antwoord is misschien niet mogelijk, maar wat is u het meest bijgebleven na uw zoektocht?
‘Ik ben anders naar de vraag gaan kijken. Het ontstaan van iets uit niets is logisch onmogelijk. Dus als je de vraag zo stelt, heb je per definitie een God of kwantumfysica nodig om die logica te overstijgen. In plaats daarvan gebruik ik de vraag om de aard van de werkelijkheid te onderzoeken. Die had er op een oneindig aantal verschillende manieren uit kunnen zien. Eén mogelijkheid is dat er niets was. Dat was het simpelste geweest. Nog een optie is dat alles bestond. Wij zitten daar ergens tussenin. Het is een middelmatige wereld, waarin de dingen niet compleet mooi of betekenisvol zijn. Het is een mix van goed en kwaad, van wiskundige elegantie en totale willekeur. Dat komt mooi overeen met de middelmatigheid die ik zelf voel. En het geeft ons een doel. We proberen de vervelende stukjes van de wereld kleiner te maken en de mooie stukjes mooier.