Home Mensenrechten Waarom de rivier mensenrechten moet krijgen
Mensenrechten

Waarom de rivier mensenrechten moet krijgen

Door Florentijn van Rootselaar op 31 mei 2017

Waarom de rivier mensenrechten moet krijgen
Cover van 06-2017
06-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

In april verzamelden we tijdens ons evenement Thinking Planet de meest prikkelende gedachten uit alle windstreken, waar we het komende jaar verder mee gaan denken én doen. Twee van die ideeën: leren leven zonder antwoorden en mensenrechten voor de rivier.

Stelling 1:

Zoek niet naar je diepste kern, maar stel je open voor de wereld
‘Misschien moeten we onszelf eens vertellen dat onze blik op de wereld beperkt is.’ Harvard-hoogleraar Michael Puett over de lessen van de Chinese filosofen.

Er zijn waarschijnlijk weinig filosofen die zozeer de verzinnebeelding van hun denken zijn als Michael Puett. Hij neemt rustig en ontspannen tegenover je plaats, terwijl hij zo zijn Thinking Planet-lezing moet geven. Hij complimenteert je – breed lachend – als je vertelt over je eigen plannen. En hij vertelt graag grappige verhalen.

Michael Puett is hoogleraar Chinese filosofie aan Harvard, een van Amerika’s meest prestigieuze universiteiten, waar hij het ondertussen heeft geschopt tot een van de populairste docenten. De weg heet Puetts laatste boek, dat hij samen met Christine Gross-Loh schreef. Wat Chinese filosofen ons over het goede leven leren, luidt de ondertitel. En het is ook aan die Chinese filosofen dat hij zijn boodschap ontleent: ‘Een van de grote gevaren is dat we te zelfgenoegzaam zijn. We zijn dat als we denken dat we modern zijn, omdat we zelf ons leven kunnen kiezen. We denken dat we alle antwoorden hebben, terwijl alle anderen in vroeger tijden of in andere culturen die antwoorden niet hebben. Maar misschien moeten we onszelf eens vertellen dat onze blik op de wereld beperkt is. Misschien is die best goed, maar wel onvolledig. En dat zorgt ervoor dat we een gevaarlijker wereld creëren dan we dachten.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Een manier om die bubble te verlaten is door echt te luisteren naar ideeën uit zogenoemde andere culturen en tijden, en ze in staat te stellen om onze veronderstellingen uit te dagen. Dan realiseren we ons misschien dat onze manier van leven een van de vele manieren is. Hopelijk kan het ons helpen om een betere wereld te bouwen.’

Kunt u een voorbeeld geven van die gevaren?
‘Een heel gebruikelijk voorbeeld is dat we in onszelf moeten kijken om onszelf te vinden, ons authentieke zelf. Dan moet je proberen oprecht te zijn, en het leven leiden volgens je eigen inzichten. Als we dat doen, is het idee, zijn we werkelijk vrij. Het klinkt geweldig, maar het leidt ertoe dat ik m’n hele leven probeer te leiden zonder dat ik me realiseer dat het ding dat ik denk te zijn het resultaat is van toevallige ontmoetingen en mijn reacties daarop. Langzamerhand zijn er patronen ontstaan in je reacties en je gevoelens. Het gevaar is dat we ons gaan identificeren met die toevallige patronen. We denken dat we nu eenmaal een bepaald menstype zijn, dat we nu eenmaal bepaalde drijfveren hebben. Daardoor kunnen we onze flexibiliteit verliezen. De beslissing om de rest van mijn leven volgens een bepaalde set gewoonten en patronen te leven, is ongelooflijk beperkend. Het beperkt me in wat ik potentieel kan zijn als mens.’

Dat is slecht voor jezelf, maar is het ook gevaarlijk voor de wereld?
‘Een gevolg is ook dat we onze openheid naar de wereld verliezen. Dat kan heel destructief zijn voor de mensen om ons heen, maar dat realiseren we ons niet, omdat we met hen niet echt een relatie aangaan. We zien hen alleen maar in zoverre ze aansluiten op wat we van hen verwachten. Want zelfs de mensen met wie we een intieme band denken te hebben, kennen we vaak niet echt. We ervaren alleen een klein stukje van hen, het deel dat in ons patroon past. Maar de persoon is veel groter.

Soms realiseren we ons evenmin dat ons gedrag verwoestend is voor de planeet. En op andere momenten weten we het wel, maar dan rechtvaardigen we onszelf door te verwijzen naar de persoon die we zijn. Misschien is mijn gedrag slecht voor het klimaat, zeggen we dan, maar ik ben nu eenmaal iemand die veel reist. Ik pak graag de auto om een stukje te rijden. Maar dat is zo zelfgenoegzaam! Er zit niets in ons wat ons dwingt om de auto te pakken en een stukje te rijden. Er is niet een of andere essentie die ons dwingt om iets te doen. Dat is gewoon een patroon. En voor alle patronen geldt dat je ze kunt veranderen.’

Wat moet je doen om een betere wereld te creëren?
‘In de Chinese filosofie zeggen de denkers opzettelijk dat ze niet weten hoe een betere wereld eruitziet. Maar ze laten je wel zien wat je in je dagelijks leven kunt doen om uit die patronen te breken. Niet door op zoek te gaan naar jezelf, maar door je omgeving beter aan te voelen. Hoe je vervolgens een betere wereld kunt creëren, hoe die wereld eruitziet, dat vertellen ze je niet. Want als je zo’n makkelijk antwoord had, dan zou je snel weer zelfgenoegzaam worden. Leven zonder antwoorden maakt ons minder zelfgenoegzaam.’

Wat doet u met deze inzichten in uw leven?
‘Voor mij is het een concentratie-oefening. Ik probeer me erop te concentreren dat ik meer van de wereld om me heen kan zien, dat ik gevoelig word voor de complexiteit van de wereld. Dat ik oog heb voor wie mensen werkelijk zijn. Het is een levenslang, maar ook interessant proces, want je leert echt om de complexiteit om je heen te voelen. Als je daarin soms slaagt, kun je heel blij worden. Dat geeft echt een euforisch gevoel.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Stelling 2:

De rivier moet mensenrechten krijgen
In het westerse recht zien we de natuur als eigendom, zegt Daphina Misiedjan, jurist en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Volgens haar kunnen we veel leren van inheemse en niet-westerse culturen, waarin bijvoorbeeld een rivier als godheid wordt beschouwd.

‘In Nieuw-Zeeland en India hebben ze de rivier erkend als persoon’, zegt Daphina Misiedjan. ‘De rivier heeft mensenrechten gekregen. Nu kunnen mensen namens het water spreken en er zo voor opkomen.’ Misiedjan – als onderzoeker aan de Universiteit Utrecht gespecialiseerd in mensenrechten, water en duurzaamheid – hoopt dat mensen daardoor duurzamer zullen omgaan met water.

Is het niet gek om een rivier mensenrechten te geven? Normaal krijg je toch alleen rechten als je er aanspraak op kunt maken, als je een stem hebt om je rechten te claimen?
‘Daar is aan gedacht. Er zijn twee voogden aangesteld voor de rivier in Nieuw-Zeeland en drie in India. Zij spreken namens de rivier. Er is ook een adviescommissie die de belangen van de rivier afweegt. Op deze manier hebben ze geprobeerd de rivier een stem te geven. Je moet ook bedenken dat we eerder rechten hebben gegeven aan wezens zonder stem. Neem bedrijven. En bij kinderen kennen we het voogdijschap. Dit is een nieuwe stap in een ontwikkeling die al is ingezet.’
 
Het idee om een rivier rechten te geven is afkomstig uit het inheemse recht, zegt Misiedjan. En dat is weer gebaseerd op religieuze ideeën. ‘In verschillende religies worden natuurverschijnselen beschouwd als personificatie van een godheid, en soms ook als een voorouder. Zo’n god moet beschermd worden. In Nieuw-Zeeland ziet de inheemse bevolking de rivier als een voorouder, als iemand met wie de Maori zich al eeuwen verwant voelen. Zij voeren al 140 jaar een strijd om die op te nemen in het recht, en nu is die eindelijk erkend door de overheid. Daarmee krijgen hun ideeën een plek in het westerse recht.’  

Ik kan me voorstellen dat deze ideeën voor de Maori betekenisvol zijn omdat ze zijn ingebed in hun cultuur en religie. Maar het lijkt me lastig om ze zomaar over te nemen in de westerse cultuur.
‘Ik denk dat het voor ons westerlingen moeilijk is omdat wij de band met religie steeds meer doorbroken hebben. We zien niet dat ons recht ook is gebaseerd op religie. Vanuit het christendom komt het idee dat wij als mensen rentmeesterschap hebben over de aarde. Daaruit is het recht ontstaan waardoor wij denken ons het water te kunnen toe-eigenen. Tegenwoordig zien we die religieuze link niet meer, maar we beschouwen het idee van water als bezit wel als vanzelfsprekend. Die vanzelfsprekendheid is er niet als het gaat om ideeën die afkomstig zijn uit andere religies. Misschien kunnen we ze eerder accepteren als we beseffen dat ook onze gedachten over water door en door gevormd zijn door het geloof.’

Bent u niet te romantisch over de omgang met natuur in andere culturen? Het is best mooi om een rivier als god te zien, maar dat voorkomt niet dat ook bewoners die rivieren soms sterk vervuilen.
‘Sterker nog: soms zijn het de religieuze handelingen zelf die zorgen voor vervuiling. Neem de as van overledenen die in de rivier wordt gestrooid. Dit gebeurt op grote schaal en draagt sterk bij aan vervuiling. Desondanks gaan veel mensen er vanuit dat water van de rivier nog steeds een reinigende werking heeft.

Daar ligt een belangrijke rol voor het onderwijs. Geef mensen het inzicht dat hun gedrag vervuilend is. Dat betekent niet dat je de religieuze ideeën over de rivier moet verwerpen. Want juist als je die serieus neemt, kan dat je motiveren om die rivier niet meer te vervuilen. En als mensen zich daar niet aan houden? Dan kan nu dus, in de gevallen van Nieuw-Zeeland en India, het recht een betere omgang afdwingen.’