Home Niet-westerse filosofie Tianxia: het Chinese alternatief voor de natiestaat
Niet-westerse filosofie Politiek

Tianxia: het Chinese alternatief voor de natiestaat

Tianxia is hét Chinese alternatief voor de westerse natiestaat, denkt de Chinese filosoof Zhao Tingyang. Sinoloog Carine Defoort legt uit wat hij daarmee bedoelt.

Door Jonathan Janssen op 14 november 2022

China tempel hemel lucht tianxia all under heaven beeld Kenneth Yang

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Het kwam de Duitse bondskanselier Olaf Scholz eind oktober op fikse kritiek te staan uit binnen- en buitenland: een deel van de haven in Hamburg komt in handen van het Chinese staatsbedrijf Cosco. China krijgt zo de beschikking over een voor Duitsland zeer belangrijk handelsknooppunt. De transactie is onderdeel van een Chinese strategie van investeringen in de mondiale economie, die in 2013 begon met de introductie van de Nieuwe Zijderoute.

Dit beleid zou je kunnen afdoen als Chinese machtspolitiek, maar past ook in de tianxia-filosofie van Zhao Tingyang (1961). De in China populaire politiek filosoof Zhao vindt dat we weer in mondiale termen moeten gaan denken in plaats van binnen de grenzen van de natiestaat. Wat het beste voor allen is, is volgens Zhao ook goed voor het individu.

Tianxia is een duizenden jaren oude term en betekent letterlijk ‘onder de hemel’, vertelt hoogleraar Chinese studies Carine Defoort van de KU Leuven. ‘Zhao ziet het als een alternatief voor de westerse manier van denken in concurrerende natiestaten.’ Het wereldbeeld van naties die elk hun eigenbelang najagen leidt volgens Zhao alleen maar tot chaos en oorlog. Bovendien hebben we tegenwoordig te maken met problemen die landsgrenzen overstijgen, en dus binnen het kader van de natiestaat niet op te lossen zijn. Denk aan de klimaatproblematiek, de macht van Big Tech of de covidpandemie.

Tianxia denkt in termen van het geheel, van de hele wereld. Defoort: ‘Daarin zijn er wel kleinere groepen, staten of entiteiten, maar die focussen in hun denken allemaal op het geheel.’ De kleinere staatjes streven geen individueel voordeel ten koste van andere groepen na.

Zhou-dynastie

De term ‘tianxia’ontstond toen de Zhou-dynastie (1046-265 v.Chr.) in de elfde eeuw voor Christus de macht greep in China, zegt Defoort. ‘De Zhou was eigenlijk maar een klein vazalstaatje in het grotere rijk van de Shang-dynastie. Volgens de historische verhalen verloor de Shang-dynastie haar morele legitimiteit toen deze corrupt werd. De vazalstaat Zhou probeerde de andere Chinese staatjes te overtuigen om allianties te vormen tegen de Shang. Dat deden ze door te beargumenteren dat de verschillende staatjes moeten samenwerken, dat het gemeenschappelijke doel vooral telt. Ze beweerden dat de hemel hen hierin steunde.’

Het denken in termen van ‘alles onder de hemel’ zou ook het eigenbelang van de kleinere staatjes dienen. ‘Iedere dynastie dacht tot dan toe in het voordeel van de eigen clan, maar de Zhou-dynastie doorbreekt dat door te zeggen: er is een autoriteit die boven alle clans staat, en dat is de hemel. Die is er voor iedereen op dezelfde manier – als de hemel zorgt dat het regent, regent het voor iedereen; de lucht is er voor iedereen; en ook de zon schijnt voor iedereen. Hier begint volgens Zhao Tingyang het politieke denken in China.’

Zhao heeft het oorspronkelijke idee van tianxia wel flink versimpeld, vindt Defoort. ‘Hij haalt er de dingen uit die hij kan gebruiken.’ Net als uit het confucianisme, overigens. Zhao verwijst veel naar Confucius en beweert dat zijn eigen denken een confucianistische filosofie is. Het is net als met nationalistische politici als Bart de Wever of Thierry Baudet, zegt Defoort. ‘Als zij het hebben over “onze Europese cultuur” pikken ze een paar dingen uit de Griekse filosofie waar men fier op is en zich mee identificeert. Hetzelfde geldt voor Zhao. Hij gebruikt de geschiedenis voor zijn eigen verhaal. Voor veel Chinese politici is het verleden een bron van legitimiteit en autoriteit, veel meer dan dat bij ons het geval is. Daarom verwijzen Chinese politici ook graag naar Confucius.’

Chinese bestseller

De boeken van Zhao worden goed verkocht in China. Dat komt doordat veel Chinese intellectuelen gefrustreerd zijn over het ooit met dwang opgelegde model van de natiestaat. Defoort: ‘In de negentiende en twintigste eeuw is de hele wereld verdeeld in natiestaten. De focus in de internationale politiek ligt sindsdien op de natiestaat: natiestaten in competitie met elkaar, natiestaten die samenwerken, natiestaten die elkaar straffen als een land zich niet aan de regels houdt. Maar als het machtige natiestaten uitkomt, houden ze zich niet aan de regels. Kijk naar de Verenigde Staten, die andere landen binnenvallen als het de Amerikanen niet bevalt wat daar gebeurt. Daarover is veel frustratie bij Chinese intellectuelen.’

Een van de westerse denkers waar Zhao zich vooral tegen afzet is de Duitse filosoof Carl Schmitt (1888-1985). ‘Schmitt zegt dat de kern van politiek wij-zij-denken is. Mensen moeten zich kunnen identificeren met een bepaalde groep, en daarvoor is ook een vijand nodig. Zhao vindt het typisch westers om zo te denken – wij zijn goed en de rest is fout.’

Defoort ziet iets waardevols in Zhao’s tianxia. ‘Je kunt de wereldpolitiek zien als verschillende ploegen die continu met elkaar in competitie zijn. Maar je kunt die ook zien als ploegen die op hetzelfde speelveld volgens dezelfde regels en etiquette met elkaar omgaan. Dan kijk je eerder naar wat ze delen in plaats van naar wat hen verdeelt.’

Utopisch

Veel westerse filosofen, zoals de Franse politiek filosoof Régis Debray, doen de filosofie van Zhao af als utopisch. Het nationale denken is zo geïntegreerd dat we daar maar moeilijk buiten kunnen denken, zo klinkt de kritiek. En hoe zou zo’n kosmopolitische politiek eruit moeten zien? Zhao blijft daar vrij abstract over.

Volgens Defoort is dat bewust. ‘Ik denk dat Zhao eerst de notie van tianxia op de kaart wil zetten. Als dat eenmaal geval is, zoals nu in China, dan begint de discussie: wat betekent tianxia, hoe moeten we dat ideaal invullen, hoe moeten we het aanpassen aan onze tijd? Zhao wil tonen: kijk, er is een Chinese notie die in deze geglobaliseerde wereld kan inspireren. Maar wat dat dan precies moet inhouden, dat is een andere zaak.’

Defoort vindt dat westerse denkers de filosofie van Zhao te makkelijk afdoen als utopisch. ‘Ik vind het kortzichtig als westerlingen zeggen dat tianxia flauwekul is waar we niks mee kunnen. Het is een etnocentrische reactie: wij willen alleen maar praten over de wereld in onze eigen termen. En niemand moet met andere termen komen, want die van ons zijn de beste.’

Of de Chinese politiek zich werkelijk laat inspireren door de filosofie van Zhao, durft Defoort niet te zeggen. ‘Maar ik weet wel dat ze daar blij zijn dat er eens iemand voorstelt om de dingen te bekijken vanuit een Chinees standpunt. En het wordt ook eens tijd dat er gebruikgemaakt wordt van ideeën uit een andere traditie dan de westerse.’

All Under Heaven: The Tianxia System for a Possible World Ordervolume 3

All Under Heaven. The Tianxia System for a Possible World Order
Zhao Tingyang
University of California Press
332 blz.
€ 33,24