Home Vrijheid Geen liberale denker
Politiek Vrijheid

Geen liberale denker

Spinoza wordt door velen gezien als een verlichte wegbereider van de moderne democratie. Maar was hij dat wel?

Door Rob Hartmans op 26 november 2020

Baruch de Spinoza filosoof
Cover van 12-2020
12-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Sinds begin deze eeuw mag Baruch Spinoza (1632-1677) zich verheugen in een toenemende populariteit. In navolging van Jonathan Israel – die in 2001 het eerste van vier dikke boeken over de Verlichting publiceerde – zien velen Spinoza als de filosoof die de Verlichting ontketende en daarmee de grondlegger werd van het moderne liberale denken, waarin vrijheid, gelijke rechten, democratie en tolerantie centraal staan. Tegelijkertijd oefent ook zijn op het eerste gezicht onberispelijke, bescheiden en principiële levensloop een grote aantrekkingskracht uit. Hierdoor wordt hij vaak afgeschilderd als een halve heilige, een soort seculiere monnik die in volledige harmonie met zijn omgeving leefde en bestand leek tegen alle wereldse verleidingen.

De Franse filosoof Frédéric Lenoir behoort duidelijk tot die school. Hoewel ook hij Spinoza ziet als ‘de aartsvader van onze politieke moderniteit’, gaat het hem hoofdzakelijk om iets anders. Spinoza is volgens hem een van de weinige moderne filosofen ‘die niet wegzinken in negativisme en in een fundamenteel tragische levensvisie’, maar die ‘het bestaan positief bezien en een weg voorstellen om het zelf te laten groeien, een weg die leidt naar blijdschap en gelukzaligheid’. Toegegeven: de Ethica is wat lastiger om te lezen dan de Happinez, maar het resultaat is uiteindelijk hetzelfde: je bent helemaal in harmonie met jezelf en de wereld.

Hoewel hij Spinoza beschouwt als een onvergelijkbaar genie, komt Lenoir toch met enkele punten waarop hij met hem van mening verschilt. Hij neemt afstand van Spinoza’s opvatting dat vrouwen op grond van hun ‘natuurlijke zwakte’ ondergeschikt behoren te zijn aan mannen. En van diens utilistische kijk op dieren. Ook gaat het ‘absolute rationalisme’ van Spinoza hem te ver: hij gelooft niet in de mogelijkheid om op basis van geometrische wetten een gesloten filosofisch systeem te ontwerpen. Dat laatste is niet zo vreemd, want het ‘absolute determinisme’ waartoe Spinoza’s systeem leidt laat zich onmogelijk verzoenen met het liberale wereldbeeld waarvan hij de grondlegger zou zijn.

Spinoza koesterde een immens wantrouwen jegens ‘het volk’

Het is dan ook volkomen terecht dat Victor Kal, filosoof aan de Universiteit van Amsterdam, zich buitengewoon scherp keert tegen de overheersende neiging om Spinoza te zien als wegbereider van de moderne liberale democratie. Terwijl Lenoir er klakkeloos van uitgaat dat Spinoza voor ‘de scheiding van Kerk en Staat’ was, laat Kal in De list van Spinoza zien dat hij vond dat kerk en religie volstrekt ondergeschikt behoorden te zijn aan de staat. Ook maakt Kal duidelijk dat Spinoza geen liberaal denker was in de betekenis die wij daaraan geven, maar dat hij in politiek opzicht eerder een conservatief was. Hij koesterde immers een immens wantrouwen jegens ‘het volk’, waartoe hij iedereen rekende die zijn leven niet volstrekt door de ratio liet leiden. Bovendien gaat het liberale denken ervan uit dat mensen onvervreemdbare rechten hebben, terwijl volgens Spinoza uit de natuurwetten volgt dat ‘iedereen zoveel recht [heeft] als de macht waarover men beschikt’. De grote vissen hebben dus ‘het recht’ om de kleine op te eten.

Deze kijk op Spinoza is niet nieuw – Isaiah Berlin noemde hem reeds een ‘surprisingly though-minded political thinker’, een verrassend harde, realistische politieke denker. Maar ze is tegenwoordig wel erg uit de mode. Vandaar dat het valt toe te juichen dat Kal met zo’n tegendraadse interpretatie komt. Terecht benadrukt hij dat het bij Spinoza niet ging om de individuele vrijheid van alle burgers, maar om de vrede en harmonie binnen een samenleving. Zijn aanval op de bestaande religies diende primair om tot een nieuwe, niet-transcendente ‘religie’ ofwel staatsideologie te komen.

Om zijn punt te maken onderwerpt Kal Spinoza’s Tractatus theologico-politicus (1670) aan een even eigenzinnige als scherpzinnige analyse. Merkwaardig is dat hij bij citaten verwijst naar de paginanummers uit de Nederlandse vertaling van Fokke Akkerman, maar tegelijkertijd wel een eigen vertaling geeft. Een groter bezwaar is dat hij, evenals trouwens Lenoir, Spinoza nauwelijks behandelt binnen de context van de zeventiende eeuw, terwijl hij zich bovendien alleen baseert op dat ene boek van Spinoza. Aan de onvoltooide, in de laatste jaren van zijn leven geschreven Tractatus politicus besteedt hij geen aandacht, terwijl vaststaat dat het ‘rampjaar’ 1672 diepe indruk maakte op Spinoza en zijn denken beïnvloedde. Maar Kal heeft duidelijk geen historische studie willen schrijven. Hopelijk draagt dit provocatieve boek ertoe bij dat het filosofische debat over Spinoza wat minder wee en conformistisch wordt.

Spinoza en de weg naar het geluk. Een filosofie van de eenvoud
Frédéric Lenoir
Balans
219 blz.
€ 19,99

De list van Spinoza. De grote gelijkschakeling
Victor Kal
Prometheus
284 blz.
€ 19,99