Home Simon de Boer: ‘Het liefst zou ik helemaal niets verkopen’

Simon de Boer: ‘Het liefst zou ik helemaal niets verkopen’

Door Frank en Maarten Meester, Frank en Maarten Meester op 13 december 2012

Cover van 03-2002
03-2002 Filosofie magazine Lees het magazine
De helden van modeontwerper Simon de Boer zijn dwarsliggers Diogenes en Nietzsche. Wars van conventies wil hij met zijn kleding vormgeven aan een authentieke lifestyle. Wat is het verschil met grote merken als Benetton en Calvin Klein, die tegendraadsheid verkopen in massaproductie?  ‘Alles kan vergeven worden, behalve gebrek aan eerlijkheid.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Hij wilde op deze manier reclame maken voor een modehuis dat zich laat inspireren door filosofen uit de achttiende eeuw’, schreven agenten in hun procesverbaal, nadat ze modeontwerper Simon de Boer hadden betrapt op naaktlopen op de Dam.

‘Trek daar maar 24 eeuwen vanaf’, aldus De Boer. Zijn held is Diogenes, de filosoof uit de vierde eeuw voor Christus. Deze eerste bohémien trok zich niets aan van de massa en probeerde bewust conventies te doorbreken. Zo woonde hij in een ton en masturbeerde hij in het openbaar, op het marktplein. Samen met de andere zogeheten ‘cynici’ – van het Grieks ‘cyon’, hond, waarvoor ze werden uitgescholden – zette hij de Atheners op het verkeerde been. Een dergelijke levenshouding werd pas gewaardeerd in de negentiende eeuw, toen vrijgevochten kunstenaars in avantgardistische kringen werden bewierookt.

Het beeld van de kunstenaar als outsider, een compromisloze schepper die de bestaande orde tegen de haren strijkt, spreekt hem aan. ‘Ik probeer de kunst zoveel mogelijk in het leven over te laten lopen. Kunst is geen institutie. Kunst is van de straat. Het is schelden en spugen. Het is toch belachelijk dat je niet in je blootje mag lopen. Ik kreeg 150 gulden boeten voor schending van de openbare orde. Terwijl niemand daar last van heeft. De politie zei: “Wat moeten toeristen daar wel van denken.” De politie is er toch niet om te bedenken wat toeristen wel en niet moeten denken. Iedereen mag toch lekker denken wat hij wil?’
 

Revolt

De modeontwerper draagt een T-shirt met daarop het woord Revolt. Simon de Boer: ‘De meesten van ons denken dat ze in totale vrijheid leven, maar ondertussen doen ze precies wat iedereen doet. Ze proberen zoveel mogelijk geld te verdienen. Daar heb ik niets op tegen, behalve dat mensen zonder dat ze het in de gaten hebben worden opgeslokt door het economisch systeem en een arbeidzaam leven leiden zonder dat er alternatieven worden geboden. Ik zou graag een andere maatschappij willen. Eentje waar het niet allemaal om geld draait.’

Wie niet beter weet, zou kunnen denken met een idealist te maken te hebben die streeft naar een collectieve  bevrijdingsbeweging. Niet bepaald een doel van individualisten pur sang als Diogenes en bohémien-kunstenaars. De Boer: ‘Ik zat twintig jaar geleden vol idealen. Ik meldde me aan bij het anti-Racisme Comité Amsterdam-Oost en ging Janmaat-stickers van de brievenbussen krabben.’

Zijn idealen bleken niet haalbaar, en enige tijd gaf De Boer zich over aan ‘vreselijk relativeren’. Maar de modeontwerper heeft dat relativisme overwonnen. ‘Ik pak dat idealistische nu weer op een ludieke manier op. Ik probeer een doorgeefluik te zijn van alternatieven. Met Peter Sloterdijk zeg ik: Alles kan vergeven worden, alleen niet wat de traditie de “zonde tegen de heilige geest” noemt en wat wij tegenwoordig gebrek aan authenticiteit, of eerlijkheid, noemen. Mensen moeten niet klakkeloos van alles aannemen maar zelf nadenken.’

De Boers woorden klinken tegenstrijdig. De mode-industrie is big business, waar glitter en fotomodellen het gebrek aan inhoud moeten verbloemen. Woorden als authenticiteit en betrokkenheid worden door merken als Benetton gebruikt in provocatieve reclamecampagnes, met als doel het vergroten van marktaandeel. Bovendien: neemt de mode mensen niet per definitie een deel van hun vrijheid af door te zeggen hoe zij zich moeten kleden? ‘Er bestaat geen goede en slechte kleding’, antwoordt De Boer. ‘Het Parool vroeg me de kleding van de gasten bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima te becommentariëren. Ik heb gezegd: dat doe ik niet. Iedereen moet zelf bepalen wat hij mooi vindt. Je hoort te zeggen als modeontwerper dat kleding het belangrijkste is wat er is, maar dat vind ik niet en dat zeg ik dus ook niet. Ik prijs Diogenes en de andere cynici die niets om kleding gaven en het liefst in hun blootje rondliepen. Ik probeer vanuit de kleinschaligheid een vorm te vinden voor wat ik wil doen. Ik probeer aan de hand van de cynische filosofen het begrip lifestyle te herdefiniëren.’
 

Het merk waaronder De Boer zijn kleding ontwerpt, heet W.M.E.V.V.J. De afkorting staat voor de bekende uitspraak van Friedrich Nietzsche: ‘Wees meester en vormgever van jezelf.’  De uitspraak is dwingend maar, aldus De Boer, ‘tegelijk geeft Nietzsche met die leus alles aan jezelf terug. Jíj moet het doen. In het boekje dat ik bij mijn collectie schreef, maar ook door mijn kleding, wil ik zoveel mogelijk alternatieven aandragen, zoveel mogelijk manieren aanreiken waarop je meester en vormgever van jezelf kunt zijn. Bovendien heb ik geen collectie van duizenden identieke exemplaren. Alles wat ik maak is uniek, eenmalig of een kleine serie. Ook aan dat gedoe met zomer- en wintercollecties doe ik niet. Ik ontwerp een keer per jaar een collectie en daarin kunnen wollen truien én zwembroekjes zitten. Vandaag draag je een warme trui in Amsterdam en morgen zit je misschien op een warm eiland in je zwembroek.’

‘Het liefst zou ik helemaal niets verkopen. Om toch een tussenweg te vinden tussen mijn manier en de manier van de rest van de wereld, heb ik een winkel geopend op de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal waarin ik op zeer kleinschalig mijn producten verkocht. Die winkel ging vrijwel direct al failliet trouwens. Vooral na het faillissement ben ik in de positie van de romantische kunstenaar gekomen die gewend is aan de deurwaarder op zijn stoep. Het heeft wel een jaar geduurd voordat ik daarin kon berusten.’

Gedwongen door zijn faillissement is De Boer nog kleinschaliger gaan werken. Hij spreekt van een ‘zwervend label’ dat plotseling kan opduiken en dan weer verdwijnt. Af en toe exposeert hij zijn collectie in een galerie. Hij gebruikt vooral tweedehandskleding als materiaal. Zo maakte hij een combinatie van jas en rugzak waarbij hij de stof voor de rugzak uit de jas haalde en met een andere stof de gaten weer opvulde. ‘Mensen vinden het Japans.’ Hij laat een paar schoenen zien. Brogues met extreem grote gaten aan de bovenkant. ‘Gaten in je schoenen is het ergste wat je kan overkomen. Ik keer dat om door ze bovenin te maken.’

Ook niet duur in materiaalgebruik zijn De Boers speldjes met ontregelende kreten als ‘Aussteiger’ (Duits voor plebejer), ‘biofiel’, ‘outdividual’, ‘yesbody’ of ‘nudist’. Waarom zou iemand met zo’n speldje gaan lopen? ‘Kleding dragen is ook een teken van schaamte. Kleding verbergt het lichaam. Het speldje nudist laat dat zien. Ik hoor wel eens: dat hoef je toch niet aan iedereen te tonen met een speldje, trek je kleren dan uit. Dan zeg ik: Nee, daar is het nu te koud voor. Bovendien ben ik zeer gesteld op beleefdheid. Zo’n speldje sublimeert het daadwerkelijke nudisme. Het nudisme kan daarmee op een fatsoenlijke manier aanwezig zijn in de wereld van de geklede mens.’ Voor duurdere projecten laat De Boer zich sponsoren. Geïnspireerd door Nietzsches ‘herwaardering van alle waarden’ maakte hij een ketting van een briefje van duizend.
 

No Logo

 Past De Boers streven naar herwaardering van alle waarden niet naadloos in de huidige tijdgeest? Willen we niet allemaal, daartoe aangemoedigd door de reclame, ons eigen unieke leven leiden; authentiek zijn? Hoe tegendraads is tegendraads nog als Calvin Klein in massaproductie een T-shirt levert met ‘anarchist’ erop? Loopt De Boer niet hetzelfde gevaar als antiglobalist Naomi Klein? Haar tegendraadse No Logo, gericht tegen internationaal opererende brandbullies als Nike werd geïncorporeerd door de kledingindustrie en nota bene zelf een logo.

De Boer: ‘Wat ik doe heeft niets te maken met die tegenbeweging van Naomi Klein. Zij spreekt daarmee een beweging aan, een massa zo je wilt. De componist Arnold Schönberg zei: als het kunst is, is het niet voor de massa. Als het voor de massa is, is het geen kunst. Het is toch niet mijn schuld als jullie er een bepaalde waarde aan hechten als ik zeg dat iets kunst is? Wat kan het mij schelen of het om conventies gaat? Ik werk voor een kleine groep en ik ben niet bang dat de massa me inkapselt. Je moet je blijven afzetten zolang er iets is om te veranderen omdat het ons in de weg zit en beknot. Je moet jezelf blijven en daarom moet je jezelf en je omgeving aan een continue evaluatie onderwerpen. We moeten de mogelijkheid hebben alles te bespreken. Ook alles wat er in onze maatschappij gebeurt. Daar is nog heel veel te verbeteren. Bovendien vind ik dit werk gewoon leuk om te doen. Creativiteit is heerlijk. Het opent de geest voor reflectie, de tijd houdt op te bestaan. Intense momenten van lekker knippen en plakken bij de kachel.’