Home Niet-westerse filosofie ‘Ons denken staat niet los van ons lichaam’
Niet-westerse filosofie

‘Ons denken staat niet los van ons lichaam’

Filosoof Renate Schepen promoveerde op het interculturele denken van Heinz Kimmerle. ‘Luister ook naar de filosofie van niet-westerse denkers.’

Door Elke van Riel op 20 september 2022

Renate Schepen filosoof interculturele filosofie Heinz Kimmerle beeld Frits de Beer

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Filosoof Renate Schepen kan zich voorstellen dat haar boek over Heinz Kimmerle tot verbaasde blikken leidt. Dat het van belang is om ook aandacht te besteden aan niet-westerse filosofie, dat zien we steeds meer in. ‘Maar moet die aandacht komen van een witte, mannelijke filosoof uit Duitsland?’, zegt Schepen in haar zonnige achtertuin grenzend aan de duinen van Egmond.

Schepen promoveert op het denken van Heinz Kimmerle (1930-2016). Hij geldt als een van de grondleggers van de interculturele filosofie, en was in de jaren negentig hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In de interculturele filosofie wordt bepleit dat erkend moet worden dat alle filosofische tradities ter wereld gelijkwaardig zijn, en dat kennis ontstaat in de dialoog tussen die verschillende tradities. Schepen kwam in 2003 met Kimmerle in contact toen ze haar afstudeerscriptie over Afrikaanse filosofie schreef.

Het denken van Kimmerle is volgens Schepen juist nu relevant. ‘Hij was iemand die de dominante westerse filosofische traditie door en door kende, en inzag hoe verweven die is met het christelijke denken, vooruitgangsgedachten en lineair denken. Kimmerle kwam tot de conclusie dat we daarbuiten moeten kijken om antwoorden te vinden op de problemen van onze tijd, zoals de ecologische crisis.’

Randjes opzoeken

Kimmerle promoveerde bij Gadamer en was gerenommeerd Hegelkenner, maar was ook een pionier in de Afrikaanse filosofie. ‘Hij heeft er als eerste westerse filosoof voor gezorgd dat die filosofie in Europa serieus werd genomen en werd erkend. Ook Afrikaanse filosofen zoals Henry Odera Oruka uit Kenia en Mogobo Ramose uit Zuid-Afrika hebben daar hard voor gewerkt. Maar omdat Kimmerle aanzien had in de westerse academische wereld, werd er naar hem geluisterd.’

Sinds hun ontmoeting werkten Schepen en Kimmerle geregeld samen. Ze organiseerden jarenlang filosofische dialogen in het Lloyd Hotel & Culturele Ambassade in Amsterdam. Ook schreven ze Filosofie van het verstaan (2014), een boek over dialoog in dialoogvorm.

Schepen: ‘Kimmerle was vrij in zijn denken en durfde de randjes op te zoeken. Hij onderzocht al in de jaren tachtig andere vormen van denken en schreef onder meer een filosofie van het wij (Entwurf einer Philosophie des Wir): ecologische teksten over samenleven met bomen, en filosofische teksten in dichtvorm. Hij noemde dat een poging tot anfänglichen Denken, een proces dat in je gebeurt en waartoe je je intellectueel verhoudt.’

Ruim tien jaar ging Kimmerle jaarlijks maandenlang naar het Afrikaanse continent om te luisteren naar en in gesprek te gaan met Afrikaanse denkers. ‘Hij probeerde zich werkelijk open te stellen voor een andere manier van denken en maakte vervolgens de beweging terug naar zijn eigen, westerse traditie.’

Een ijsblok voelen

Schepen borduurt in haar proefschrift voort op Kimmerles werk door naar actuele vraagstukken te kijken. Wat haar aanspreekt in de Afrikaanse filosofie die Kimmerle naar het Westen haalde is de relationele benadering. Niet alleen tussen mensen onderling, maar ook met betrekking tot de fysieke omgeving. Schepen: ‘Ik vind het belangrijk dat denken embodied is. Je bent met je lichaam op een plek. En het doet ertoe of dat lichaam een vrouwen- of mannenlichaam is, wit of zwart, want dat is van grote invloed op hoe anderen zich tot jou verhouden.’

Het lichaam is in de westerse filosofie onderbelicht en dat is met oog op de klimaatverandering problematisch, stelt Schepen. ‘We moeten álle kennis gebruiken die beschikbaar is. Zoals de kennis van andere culturen, maar ook de kennis die in ons lichaam besloten ligt. Die is juist op dit gebied heel waardevol.

Zo deed de Britse filosoof Timothy Morton in Parijs mee met Ice Watch – een installatie met smeltende ijsblokken die je aan mag raken, van de IJslands-Deense kunstenaar Olafur Eliasson. Het achterliggende idee is dat als je je letterlijk verhoudt tot een ijsblok en dat fysiek voelt, klimaatverandering meer wordt dan rapporten met cijfertjes. Als je iets in je lichaam voelt, verandert je denken erover en ga je er anders mee om dan wanneer je ergens alleen op een afstandelijke manier over leest.’

Impact op ons lichaam heeft dus invloed op ons handelen. Maar het kan ook een opening zijn naar andere bronnen van kennis, benadrukt Schepen. ‘Zo kunnen Polynesiërs met hun lichaam naar de zee luisteren: ze voelen de onderstromingen in het water als ze in een kano zitten. Daardoor konden ze enorme zeereizen maken, zonder kaarten nodig te hebben zoals wij. Gewoon door te zitten konden ze voelen of er land in de buurt was. Dat is letterlijk kennis van het lichaam. Als we ons afscheiden van alles wat er om ons heen is, verliezen we die kennis.’

Denken als de zee

De westerse traditie heeft denken en handelen losgekoppeld. Maar volgens Schepen moeten die juist in elkaar overlopen. ‘Die scheiding is kunstmatig. In de oosterse filosofie heb je lichaamsoefening nodig om je te kunnen verhouden tot gedachten. In het Oosten snappen ze dat er geen sprake is van losse gedachten in een hoofd, maar dat gedachten doorwerken in je lichaam, en vice versa: dat lichaamsoefeningen doorwerken in je denken.’ Ze corrigeert zichzelf: ‘Dat klinkt alsof er een scheiding is tussen denken en lichaam, terwijl dat denken ook in het lichaam zit. We zijn een denkend lichaam.’

Schepen probeert in haar denken grenzen en scheidslijnen te doorbreken. Om ook lichaam en ruimte bij het denken te betrekken ging ze tijdens haar onderzoek de dialoog aan met performancekunstenaars. ‘In eerste instantie vertegenwoordigden zij het belichaamde aspect, en was ik de filosoof die daarop reflecteert. Maar juist dát zijn we gaan onderzoeken. Want tijdens het proces vroeg ik me af: waarom die scheidslijnen? En wat gebeurt er als mijn lichaam ook meedoet, doordat ik op een andere plek in de ruimte ga staan? Het raakte me hoe dat het denken bleek te beïnvloeden.’

Tijdens haar onderzoek wandelde Schepen veel op het strand bij Egmond. Daar vond ze een belichaming van het soort denken dat ze nastreeft. ‘Je bevindt je daar voortdurend op de scheidslijn van wat vloeibaar is en wat vast is. Je ziet dat beide steeds in elkaar overlopen en hoe dit verandert met eb en vloed. Naar de zee kijken helpt om meer fluïde te denken. Het dominante westerse perspectief van de filosofie wil juist vastzetten en scheiden.’

In dit vloeibare denken geeft het concept dotted lines (gestippelde lijnen) van filosoof en kwantumfysicus David Bohm houvast. ‘Volgens hem zijn de meeste problemen die we hebben ontstaan doordat we denken dat kunstmatige grenzen echte grenzen zijn. Denk bijvoorbeeld aan landsgrenzen. Als je snapt dat die grenzen een construct zijn en dat het eigenlijk stippellijnen zijn, ontstaan er openingen en kan er uitwisseling plaatsvinden.’

Kimmerle’s Intercultural Philosophy and Beyond. The ongoing quest for epistemic justice
Renate Schepen
Routledge
274 blz.
e-book € 39,99