Home Moreel dilemma: Mag je vrouwen voortrekken?

Moreel dilemma: Mag je vrouwen voortrekken?

Door Jeroen Hopster op 26 september 2019

Moreel dilemma: Mag je vrouwen voortrekken?
Cover van 10-2019
10-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Sommige gewilde beroepen worden vooral door mannen uitgeoefend. Mogen werkgevers ‘positief discrimineren’ om die scheefgroei te verminderen?

Ben je een man, wetenschapper, en geïnteresseerd in een baan aan de Technische Universiteit Eindhoven (TUE)? Dan ben je momenteel aan het verkeerde adres: tot eind dit jaar staan vacatures voor wetenschappelijk personeel aan de TUE slechts open voor vrouwen. Die maatregel heeft de universiteit ingeroepen vanwege de scheve genderbalans. Aan Nederlandse universiteiten schommelt het percentage vrouwelijke hoogleraren tussen 10 en 30, en de TUE bungelt onderaan.

Een algemeen aanvaard principe bij het opstellen van vacatures is het principe van gelijke kansen. In beginsel verdient elk individu een gelijke kans, en moet de sollicitatie op zijn merites worden beoordeeld. Oftewel: op basis van geschiktheid, en niet op basis van geslacht, huidskleur, afkomst, of seksuele voorkeur. Zulke kenmerken zijn niet relevant voor het uitoefenen van een functie, en zouden daarom geen rol moeten spelen in het selectieproces.

Werven op basis van geslacht is alleen onder strikte voorwaarden toegestaan: voorkeursbeleid moet een hardnekkige achterstandspositie tegengaan. Zo is ook deze sollicitatiestop bedoeld: als extra zetje voor vrouwen om door het glazen plafond te breken. Maar valt die maatregel ook moreel te rechtvaardigen? Of is ‘positief discrimineren’ net zo verkeerd als andere vormen van discriminatie?
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Tegen

De inschatting die de ethicus moet maken is of dat inderdaad het geval is. Is er daadwerkelijk sprake van structurele belemmeringen en van onbewust voortrekken, waardoor vrouwen bij voorbaat op achterstand staan? Stel nu dat het met die impliciete vooroordelen uiteindelijk wel blijkt mee te vallen. Of stel dat de obstakels waar vrouwen tegenaan lopen wél spelen in sommige beroepsgroepen, zoals bij orkestviolisten, maar niet opgaan voor hoogleraren. Stel dat de scheve genderverhouding aan de TUE simpelweg voortkomt uit het feit dat vrouwen een minder grote interesse hebben in technische wetenschapsgebieden, of dat zij domweg niet over dezelfde academische kwaliteiten beschikken als hun mannelijke collega’s. Als dat inderdaad het geval is, dan is de scheve verhouding moreel gezien best te rechtvaardigen.
 

Vóór

Ook voorvechters van positieve discriminatie scharen zich achter het principe: iedereen verdient een gelijke kans. Maar de huidige praktijk is anders, stellen zij, zeker als het gaat om de felbegeerde positie van hoogleraar. Ook al zou geslacht geen rol moeten spelen, in de praktijk gebeurt dat wel. Mannen worden bevooroordeeld; daarom is een correctie in het voordeel van vrouwen gerechtvaardigd.

Steun voor dat standpunt komt onder meer uit psychologisch onderzoek naar implicit bias: onbewuste vooroordelen waar vrouwen tegenaan lopen. Neem het voorbeeld van ‘blinde audities’ in de muziekwereld. Tot ver in de twintigste eeuw was het percentage vrouwelijke muzikanten bij symfonieorkesten opmerkelijk laag. Uit onderzoek bleek dat bij orkesten waar muzikanten auditie deden achter een scherm, zodat de selectiecommissie hun geslacht niet kon herkennen, dat percentage aanzienlijk toenam. Niet kwaliteitsverschil, maar genderbias verklaarde waarom vrouwen zo ver achterbleven.

Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar implicit bias. Daaruit blijkt dat mensen (zowel mannen als vrouwen) geneigd zijn om bij het verdelen van belangrijke taken, functies en verantwoordelijkheden eerst aan mannen te denken. Mannen krijgen vaker het voordeel van de twijfel, en worden eerder als uitmuntend beoordeeld, ook als hun prestaties gelijkwaardig zijn aan die van vrouwen. Er zijn dus extra obstakels voor vrouwen om de top te bereiken. Van werkelijk gelijke kansen is geen sprake.

Het gaat er de voorvechters van gendergelijkheid niet om dat vrouwen meer hoogleraarsbenoemingen moeten krijgen omdat ze vróúw zijn. Dat zou immers een schending zijn van het gelijke kansen principe. Het gaat erom dat vrouwen die posities niet wordt onthouden omdat ze vrouw zijn.
 

Vrouwelijke kijk

Bij het streven van een organisatie om meer vrouwen in dienst te nemen, spelen niet alleen de belangen van vrouwen een rol. Ook de organisatie zelf kan gebaat zijn bij een grotere diversiteit. Een vrouwelijke kijk verschilt van die van mannen. Wanneer verschillende perspectieven samenkomen, worden vaak betere oplossingen gevonden en meer inzicht bereikt, dan binnen een groep met een eenzijdig gezichtspunt. De TUE kan haar voorkeursbeleid dus ook op niet-morele gronden verdedigen: verandering van de genderverhouding komt ten goede aan de kwaliteit van onderzoek en onderwijs.