Home Mag je schaarse mineralen winnen voor de goede zaak?

Mag je schaarse mineralen winnen voor de goede zaak?

Voor de Europese overstap naar duurzame energie zijn nieuwe grondstoffen hard nodig, vaak uit gebieden waar mens en natuur kwetsbaar zijn. Valt de winning van deze schaarse mineralen te rechtvaardigen?

Door Jeroen Hopster op 15 juli 2022

Mag je schaarse mineralen winnen voor de goede zaak?
Cover van 07/08-2022
07/08-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

De energietransitie biedt Europa twee kansen. Ten eerste met betrekking tot het klimaat: overstappen van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen zal helpen om de CO2-uitstoot drastisch terug te dringen en de risico’s van klimaatverandering te verkleinen. Ten tweede op geopolitiek niveau: voor Europa gaat de transitie gepaard met een verminderde afhankelijkheid van moreel verwerpelijke regimes. Twee keer winst dus. Toch is de overstap naar groenere energie niet zonder keerzijde. Ook het lithium van Tesla-batterijen en het silicium van zonnepanelen moeten ergens vandaan komen. Soms uit gebieden waar mens en natuur kwetsbaar zijn en zelf weinig voordeel beleven aan grondstofwinning. Valt de winning van schaarse mineralen, ten koste van lokale bevolkingsgroepen en kwetsbare natuur, te rechtvaardigen?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

NEE

Voor het slagen van de Europese energietransitie lijkt het onontbeerlijk dat nieuwe mineralen op grote schaal worden gemijnd, zoals lithium, dé grondstof voor batterijen in elektrische auto’s. Lithium zit op veel plaatsen ter wereld in de grond, ook in Europa zelf. Maar lokale gemeenschappen zijn bij de delving van mineralen vaak niet gebaat. Mineraalwinning leidt tot watervervuiling, vernietiging van het land, het uiteenvallen van gemeenschappen en verlies van biodiversiteit. Ook kinderarbeid en gezondheidsrisico’s vormen in sommige gebieden een serieus probleem, zoals in de kobaltmijnen van Congo. Sommige activisten gebruiken de term ‘milieuracisme’: in de praktijk zijn het vaak kwetsbare inheemse en niet-witte groepen uit arme streken die de dupe worden van grondstofontginning. Gegoede Europeanen profiteren ervan. Van een rechtvaardige verdeling is geen sprake. Een mogelijke oplossing is dat mijnbouwers hun aandacht verleggen naar gebieden waar geen mens te vinden is, zoals de diepzee. Zo liggen er op de bodem van de Stille Oceaan, op meer dan vier kilometer diepte, grote hoeveelheden schaarse mineralen. De oceaanbodem is een van de minst begrepen ecosystemen op onze planeet, maar één ding weten we wel: uit dit oceaansediment kunnen tal van duurzame batterijen worden gemaakt. Maar daar zitten flinke haken en ogen aan. Het is riskant om dit onaangetaste gebied te ontginnen; de gevolgen ervan zijn moeilijk te overzien. We vernietigen een uniek ecosysteem en mogelijk zadelen we onze kinderen met langdurige problemen op, om grondstoffen te verkrijgen die slechts voor de huidige generatie batterijen essentieel zijn. Opnieuw komt rechtvaardigheid in het geding, nu niet op internationaal, maar op intergenerationeel vlak: de huidige generatie plukt de vruchten van diepzeemijnen en schuift de risico’s door naar de toekomst

JA

De Europese energietransitie zal zowel winnaars als verliezers kennen. Hoe rechtvaardig de transitie is, hangt af van hoe er met deze winnaars en verliezers wordt omgesprongen. Rechtvaardigheid heeft verschillende gezichten. In elk geval twee daarvan spelen een essentiële rol in de energietransitie. Ten eerste distributieve rechtvaardigheid: de verdeling van lusten en lasten. Wie profiteert van de energietransitie, wie wordt erdoor gedupeerd? Ten tweede procedurele rechtvaardigheid: de vraag of verschillende partijen toegang krijgen tot en een stem hebben in processen van besluitvorming. Welke stemmen wegen mee en welke niet? Worden de problemen van kwetsbare en gedupeerde groepen voldoende erkend? Als die vragen boven aan de agenda staan, kan de energietransitie best rechtvaardig verlopen. Een goed en haalbaar alternatief voor die transitie is bovendien niet zo snel voorhanden. Het Internationaal Energieagentschap berekende onlangs dat de ontginning van mineralen moet worden verzesvoudigd om het Europese doel van nul uitstoot tegen 2050 te halen. In theorie kan grootschalige uitstootreductie ook worden bereikt door ons energiegebruik enorm in te dammen. Maar het is de vraag hoe haalbaar het is om te streven naar radicaal ‘ontgroeien’. Stroomvoorziening, waterzuivering en voedseltransport redden dagelijks mensenlevens, met name in armere landen. De energieconsumptie enigszins matigen is, zeker in het rijke Europa, wel mogelijk, maar radicaal ontgroeien zal veel landen schade berokkenen. Om grootschalige uitstootreductie te verwezenlijken lijkt nieuwe mineralen mijnen dus noodzakelijk. Een rechtvaardige transitie betekent dat mens en natuur daarbij zo veel mogelijk worden gespaard en adequaat gecompenseerd.