Home ‘Kunst is een oefening om je de wereld anders voor te stellen’

‘Kunst is een oefening om je de wereld anders voor te stellen’

Door Naciye Karaalioglu en Florentijn van Rootselaar op 02 maart 2016

‘Kunst is een oefening om je de wereld anders voor te stellen’
Cover van 03-2016
03-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Filosoof Maarten Doorman vindt dat we het Rijksmuseum maar beter kunnen sluiten. Hij houdt een pleidooi voor hedendaagse, geëngageerde kunst. ‘Ja, die kan ons zelfs verheffen.’

Het Rijksmuseum moet dicht – zo begint Maarten Doorman zijn nieuwste boek De navel van Daphne. Over kunst en engagement. Wie dit louter als provocatie opvat, zegt Doorman in het restaurant van het Stedelijk Museum (nog geen honderd meter van het Rijksmuseum), die mist het argument. We vergapen ons en masse aan klassieke kunstwerken en laten de kunst van nu links liggen. En als we die al bekijken, missen we de urgentie ervan.

Waarom neemt onze cultuur – om de woorden van Doorman te gebruiken – zijn eigen kunstenaars nauwelijks meer serieus? Doorman verklaart dat door de verwachting die wij sinds de Romantiek van kunst hebben. ‘Een aantal romantische noties over kunst kunnen wij niet loslaten zonder het hele idee van kunst op te geven’, zegt Doorman. ‘Eén daarvan is de verwachting dat kunst altijd autonoom moet zijn. Juist die eis maakt het volgens velen moeilijk geëngageerde kunst te maken, kunst die ons iets te zeggen heeft.’

Vanwaar die provocatie?
‘Als je het over beeldende kunst hebt, moet je beseffen waar het publiek en het geld naar toe gaan en wat er in het onderwijs wordt geleerd – alles is sterk gericht op het verleden. In de vorige eeuw, in de tijd van de avant-garde, ging het nog om vooruitgang. Nu het Rijksmuseum klaar is bewonderen we weer de Gouden Eeuw, precies zoals de negentiende eeuw dat deed. Ik houd ook veel van die schilderkunst, maar mogen we ons niet iets meer richten op wat nu gedacht en gemaakt wordt? Daarom wilde ik een boek schrijven over hedendaagse kunst en engagement, en daarom heb ik ook nietzscheaans ingezet.’

Waarom Nietzsche? Wat is vanuit zijn perspectief het probleem van het Rijksmuseum?
‘Het probleem is dat we onszelf te klein maken. Nietzsche onderscheidt drie soorten van geschiedenis; de monumentale, de antiquarische en de kritische. In de monumentale worden de helden zo bewonderd dat alles wat er nu gebeurt er niet meer toe doet. Dit onderscheidt hij van de antiquarische manier, de belangstelling voor dingen enkel omdat ze oud zijn. Musea puilen uit, maar tegelijkertijd verdwijnt de vraag waarom je dat allemaal bewaart en toont. Nietzsche is voorstander van de kritische manier: die verhoudt zich gezonder tot die geschiedenis. De vraag is wat het verleden ons te zeggen heeft.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Romantiek

Waarom moet kunst autonoom zijn? Volgens Doorman is kunst nog altijd een romantisch verschijnsel. Doorman (1957), filosoof, dichter en auteur van Rousseau en ik en De romantische orde, vertelt dat vanaf de Romantiek kunst grensoverschrijdend en experimenteel moet zijn. ‘Tot 1800 waren er min of meer vaste regels en kreeg de kunstenaar opdracht om muziek te schrijven of een schilderij te maken. De kunstenaar was een handwerksman. Na deze periode verandert de kunstenaar in het genie voor wie expressie belangrijk is, hij wordt een profeet die voorloopt op zijn tijd.’

Door deze kunstopvatting ontstond autonome kunst. De filosofische oorsprong van deze ontwikkeling ligt bij Karl Phlipp Moritz en bij Immanuel Kant en zijn idee van de autonomie van het smaakoordeel. Deze autonomiegedachte heeft bij Kant betrekking op een idee van belangeloosheid. ‘Zulke gedachten’, zegt Doorman, ‘bepalen in de eeuwen daarna het debat over de urgentie van kunst en de mogelijkheid van engagement. In de twintigste eeuw proberen kunstenaars uit naam van het engagement onder die autonomie uit te komen. ‘Vooral tijdens de avant-garde was de autonomie van de kunst omstreden.’

Waarom is dat?
‘Als de kunst autonoom is, dan hoeft die zich niets aan te trekken van de maatschappij. Dat is het veel gesmade beginsel van l’art pour l’art. De kunstenaar is dan volkomen vrij en aan niemand verantwoording verschuldigd. Hij voelt zich verheven boven het gewone leven. Dat is wat de avant-garde onophoudelijk bestrijdt. Maar tevergeefs, want al die pogingen van kunstenaars om uit het museum en de witte muren van de galerie te breken en iets te betekenen voor de maatschappij hadden een averechts effect. Juist die kunst was voor veel mensen te moeilijk of aanstootgevend.

De op de wereld betrokken kunstwerken werden eerder door rijke verzamelaars gekocht. Zo beeldde Michelangelo Pistoletto dingen op een spiegel af, waardoor hij de wereld en onszelf in de wereld plaatste, een geëngageerd gebaar waar een groot deel van die gespiegelde wereld helemaal geen erg in had.

Een probleem is dat engagement moeilijk samengaat met de ambivalentie van kunst. Martinus Nijhoff dichtte ‘lees maar, er staat niet wat er staat.’ In de kunst zie je niet wat je ziet, ‘kunst is daarom wat het niet is. Als je dat vindt, is engagement problematisch. Want hoe kan dubbelzinnige kunst zich verenigen met engagement dat per definitie ondubbelzinnig moet zijn? Want zeggen dat je je zorgen maakt over de toenemende kloof tussen arm en rijk in de wereld, maar dat die arme mensen het het zelf moeten uitzoeken, is ongeloofwaardig.’

Is er een uitweg? 
‘Ik heb geprobeerd om zoiets te schetsen in mijn boek. Mijn conclusie is dat autonomie en engagement samen kunnen gaan zolang we van de kunst niet verwachten dat die op slag de wereld verandert of propaganda wordt. De kunstenaar kan zich juist dankzij zijn autonomie over alles uitspreken.’

Happy few

We mogen van de kunstenaar verwachten dat hij autonoom is, maar zich niet opsluit in een ivoren toren. Kunst is, anders dan menigeen suggereert, niet voor de happy few. Hoe is het mogelijk om autonome kunst, toch met de wereld te verbinden?

Precies, hoe kan dat?
The Neighbour van Marlene Dumas beeldt moordenaar van Theo van Gogh, Mohammed B. af met een week en gevoelig gezicht. Het is bijna onverdraaglijk om ernaar te kijken als je weet wat er gebeurd is. Dat dwingt je om je eigen kijken onder de loep te nemen. Je kunt dat schrijnende gevoel negeren, maar je kunt ook denken: ik kijk naar een schilderij en voel me onbehaaglijk, hoe komt dat? Dat brengt je op de manier waarop wij beelden uit de media aan ons voorbij laten trekken. Het maakt Mohammed B. niet beter, het ondermijnt de goedheid van onze medemens; de girl next door kan een moordenaar zijn en het kwaad is overal, ook in onszelf. Daarom is die ervaring onaangenaam. Engagement krijgt hier een nieuwe vorm. Dit is geëngageerde kunst omdat die zich niet uitspreekt voor of tegen iets, maar ons bewust maakt van het kijken.’

Ook de kunstenaar Ai Weiwei maakt ons volgens Doorman bewust van onze blik. ‘Waar kijken we naar en wat houden we gevangen in onze blik? Neem Ai Weiwei’s installatie S.A.C.R.E.D. In zes metalen boxen is hij op schaal als gevangene telkens met twee cipiers te zien. Je vraagt je dan af wat de rol is van het kunstwerk. Wil hij nog eens laten zien hoe onrechtvaardig en totalitair het Chinese regime is? Heb je daar een kunstwerk voor nodig, want dat wisten we toch al? Maar het mooie is dat je op een doosje moet staan om de box in te kijken, waardoor je plotseling beseft dat je als toeschouwer de bewaker bent. Van Ai Weiwei, zijn twee bewakers en van de kunst die je ziet. Op het moment dat je dat doet, gaat het niet alleen maar over kunst, maar ga je ook nadenken over hoe jouw eigen kijken het andere opsluit met interpretaties en vooroordelen.’

Is dat de rol die kunst moet innemen?
‘Ik vind niet dat kunst iets ‘moet’, maar dit is een bewonderingswaardige manier van hoe kunst van nu iets zegt. We raken betrokken op de wereld omdat de kunstenaar ons in de val van zijn kunstwerk betrekt. Wat ik interessant vind aan hedendaagse kunst is dat je vaak niet meteen weet wat het is, wat het betekent, wat het wil zeggen of hoe je ernaar moet kijken. Het leert je om je oordeel op te schorten. Je moet registers aanspreken die je weinig gebruikt.’

Zou moderne kunst ons zelfs kunnen verheffen?
‘Veel twintigste-eeuwse idealisten sloten nog aan bij Schillers idee dat kunst betere mensen van ons kan maken. Dat was wat kort door de bocht, maar tegelijkertijd is de voorspelbare scepsis ten opzichte van dat ideaal vaak erg makkelijk. Een belang van kunst schuilt er in dat je je dankzij de kunsten een andere wereld kunt voorstellen, zowel een slechtere als een betere wereld trouwens, zowel distopieën als utopieën. Daardoor worden we gedwongen om na te denken over wie we zijn en over wie we kunnen worden. Kunst is een oefening om je de wereld anders voor te stellen. Ja, als je dat verheffing wilt noemen, heb ik daar geen bezwaar tegen.’

Ai Weiwei liet zich op Lesbos fotograferen in dezelfde houding waarin peuter Aylan gevonden werd.
‘Mijn eerste reactie was: dit is smakeloze provocatie. Maar ik denk dat ik mijn oordeel moet opschorten om te zien wat hij er verder mee doet. Hij is begaan met vluchtelingen en uiteindelijk niet voor één gat te vangen. Maar het maakt je ongemakkelijk. En dat is juist goed van geëngageerde kunst; ons gevoelig maken voor dubbelzinnigheid. Veel maatschappelijke narigheid komt voort uit gebrek aan twijfel en uit al te grote stelligheid. Waardoor je het op voorhand met jezelf eens bent. ’