Hoe bestudeert de mens de mens? Wim de Muijnck schreef een geslaagde inleiding in de filosofie van de gedragswetenschappen.
Informatie is de grondstof voor het menselijk leven, en de manier waarop de mens informatie verwerkt in zijn handelingen is de centrale vraag van de gedragswetenschappen. Dat is het vertrekpunt van Leven en cognitie. Filosofie van de gedragswetenschappen. Daarmee laat de Nijmeegse universitair docent Wim de Muijnck meteen zien hoe hedendaags zijn overzichtswerk is. Want waar in Freuds tijd de nadruk lag op duidingen, dromen en symptomen en ikzelf als psychologiestudent in de jaren tachtig vooral veel te leren kreeg over de sociale structuren die de mens vormgeven, is de huidige hamvraag: hoe werkt cognitie? Hoe pikken we de altijd onvolledige informatie op over wat er in en om ons heen gaande is? En hoe verwerken en benutten we die informatie?
Denken is het gevolg van fysische processen
Daarover filosoferen wil volgens De Muijnck zeggen dat je je afvraagt of de thema’s die het vakgebied behandelt wel de juiste zijn, of de aannames kloppen, of de begrippen helder zijn en de argumenten overtuigend, en of het onderzoek zich richt op belangrijke zaken.
De eerste filosofische vraag waarmee een gedragswetenschapper zich geconfronteerd ziet – in welke tijd dan ook – is hoe je in vredesnaam wetenschap bakt van de studie van het gedrag van een complex wezen dat zichzelf interpreteert. Wezens bovendien die door hun interpretaties (die vaak weer verbonden zijn met die van anderen) alweer zijn veranderd voordat je een stand van zaken hebt vastgesteld. Hoe bestudeer je zulke wezens? Waar begin je? En welke mensvisie blijkt uit je aanpak?
Stapeltje blokken
Gaandeweg in het boek bekent De Muijnck kleur. Als fysicalist gelooft hij dat alles in de wereld, inclusief denken en bewustzijn, het resultaat is van fysische processen. Maar dat maakt zijn visie nog niet plat. Hij denkt niet dat alle menselijke verschijnselen daarmee ook het beste in natuurwetenschappelijke termen te beschrijven zijn. ‘Bouw een huisje uit blokken,’ schrijft hij ergens. ‘Er zijn evenveel blokken als eerst en toch komen er feiten bij. Er ontstaat een binnen en een buiten en de mogelijkheid van een raam of een dak. Het nieuwe zit hem in de structuur, de patronen, de onderlinge relaties. Dat is de realiteit die je aan het stapeltje blokken toevoegt.’ Oftewel: mensen bestaan uit cellen en organen, maar we zijn georganiseerd in een lichaam en dat lichaam is weer opgenomen in een maatschappij. Door die opname in een groter verband wordt er ‘realiteit’ aan die onderdelen ‘toegevoegd’. En over die toegevoegde realiteit proberen gedragswetenschappers dus iets degelijks en betrouwbaars te zeggen.
Het staat nergens met zoveel woorden, maar ik heb het sterke vermoeden dat dit boek het resultaat is van jaren college geven. De Muijnck lijkt me een ideale leraar, alleen al omdat hij de lat lekker hoog legt. Uiteenlopende thema’s als objectiviteit, naturalisme, vrije wil, wetenschappelijkheid en goed leven beschrijft hij in een pittig tempo. Verfrissend is dat hij thema’s en ideeën centraal stelt in plaats van chronologie of grote namen. Zijn aandacht voor ‘de rommelige achterkant’ van de wetenschap is ook fijn, want wetenschap is vaak niet zo rationeel en neutraal als zij zich officieel presenteert.
Dit overzicht is puntig en knap – maar ook best hoog over. Al lezende werd ik soms wat murw van de opsomming van al die inzichten. Veel tijd om ze te laten bezinken en te controleren of je het allemaal begrepen hebt, krijg je niet. Misschien is dat ook niet zo vreemd: het is vermoedelijk niet bedoeld als essay dat jou al tastend mee op avontuur neemt, maar als studieboek waarmee je de grote thema’s in de huidige gedragswetenschap leert kennen. Ondertussen valt er te genieten van De Muijncks intellectuele flair en van zijn treffende formuleringen, waarvan ik er heel wat heb onderstreept. Zoals: ‘Je bent een systeem dat moet blijven draaien omdat het anders ontbindt.’ Of: ‘Een behaviorist lijkt verdacht veel op een geoloog die zijn schop niet in de grond wil zetten.’ En deze, waar ik al een poosje op kauw: ‘Je ervaring van geluid is zelf niet iets wat je kunt horen, evenmin als je een hap kunt nemen van een hap brood.’
Leven en cognitie. Filosofie van de gedragswetenschappen
Wim de Muijnck
Boom
288 blz.
€ 29,90


