Home Schuld Is een seksueel misdrijf erger als het door een man is gepleegd?
Schuld

Is een seksueel misdrijf erger als het door een man is gepleegd?

Het wordt makkelijker om ook vrouwen voor verkrachting te veroordelen. Is seksueel geweld van een vrouw wel minder erg dan van een man?

Door Jeroen Hopster op 23 september 2022

seksueel geweld bos wolven Bas van der Schot beeld Bas van der Schot
filosofie magazine 10-2022
10-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

In Nederland is een nieuwe ‘Wet seksuele misdrijven’ in de maak. Het oogmerk van de wet is om slachtoffers van seksueel geweld – in de regel vrouwen – beter te beschermen. Daartoe wordt onder meer de definitie van verkrachting verruimd. Tot op heden vereist verkrachting volgens de Nederlandse wet het binnendringen (met de penis, of een voorwerp) van het lichaam van het slachtoffer. Hierdoor konden vrouwen haast niet voor verkrachting worden veroordeeld: als een vrouw een man dwingt om haar te penetreren, geldt dat juridisch gezien niet als verkrachting, maar als aanranding. In de nieuwe wet ligt de drempel voor verkrachting aanzienlijk lager. Daardoor kunnen straks niet alleen mannen, maar ook vrouwen die de wil van hun seksuele partner niet polsen en respecteren gemakkelijker schuldig worden bevonden aan verkrachting. Maar is deze grotere gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen wel terecht als het aankomt op seksueel geweld? Of moeten seksuele misdrijven mannelijke daders zwaarder worden aangerekend dan vrouwelijke?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

NEE

Ook al is in het overgrote deel van de seksuele misdrijven de dader man en het slachtoffer vrouw, toch is het belangrijk dat mannen en vrouwen gelijk zijn voor de wet. De dubbele standaard die in veel jurisdicties wordt gehanteerd, zoals ook in de huidige Nederlandse wetgeving het geval is, is volgens de Britse ethicus Natasha McKeever problematisch. Ten eerste is er hierdoor geen sprake van gelijke behandeling van verkrachtingszaken. Zo kan een vrouw die door een andere vrouw tot seks wordt gedwongen geen aanklacht van verkrachting tegen haar indienen. Slachtoffers van seksueel geweld door vrouwen wordt hiermee tekortgedaan. Ten tweede versterkt de huidige wetgeving patriarchale normen en stereotypen. De juridische nadruk op het binnendringen van een ander lichaam sluit aan bij het idee dat heteroseks geen gelijkwaardige activiteit tussen twee individuen is, maar een handeling die van de man uitgaat. De man is dominant en heeft de leiding; de vrouw is passief en volgt. Dit beeld wordt weerspiegeld in de manier waarop we vaak over seksuele instemming denken: de man stelt voor om seks te hebben, waar de vrouw al dan niet mee instemt. Door te erkennen dat een vrouw in staat is een man te verkrachten, geven we blijk van het feit dat de verhoudingen ook anders kunnen liggen. Vrouwen zijn ook in staat om iemands seksuele integriteit en autonomie te ondermijnen. Zij hebben dus net zo goed als mannen een seksueel handelingsvermogen. Met de erkenning dat vrouwen een zwaar seksueel misdrijf kunnen plegen zijn juist vrouwen uiteindelijk gebaat.

Verkrachting is onderdeel van een seksistische cultuur

JA

De gangbare kijk op seksuele misdrijven staat in de ethiek al langere tijd ter discussie. Zo betoogt de Amerikaanse ethicus Susan Brison dat seksuele misdrijven ten onrechte worden gezien als incidenten in de persoonlijke sfeer. In werkelijkheid is er volgens haar sprake van een maatschappelijk probleem met een duidelijk politieke dimensie: seksueel geweld is seksistisch geweld van mannen tegenover vrouwen. Seksuele misdrijven komen met grote regelmaat voor en bijna altijd is de dader man en het slachtoffer vrouw. Volgens Brison is er bij seksueel geweld sprake van een duidelijk groepspatroon, zoals zich dat bijvoorbeeld ook bij racisme voordoet. Het is moreel relevant dat deze incidenten deel uitmaken van een groter onrecht dat een groep wordt aangedaan. Vergelijk het met institutioneel racisme: het bericht dat een geweldshandeling heeft plaatsgevonden tussen twee willekeurige individuen krijgt (vooral in de Verenigde Staten) een andere lading als blijkt dat het gaat om geweld van een witte agent tegenover een zwarte burger. Het morele gewicht van het geweld wordt dus verzwaard door de context van structureel onrecht waarin het geweldsdelict plaatsvindt. Brison pleit ervoor om verkrachting niet te kwalificeren als ‘seks zonder wederzijdse instemming’, maar als ‘seksueel geweld’. Die aanduiding neemt verkrachting weg uit de persoonlijke sfeer en benadrukt de politieke dimensie. Natuurlijk doen bij elke verkrachting de specifieke omstandigheden ertoe, maar dat die altijd onderdeel is van een seksistische structuur verdient meer aandacht. Als een man een vrouw verkracht, is dit niet alleen een vorm van geweld van het ene individu tegen het andere, maar tevens een geweldsdaad tegenover alle vrouwen.