Home Aandacht ‘Innigheid zie je in de liefde, maar ook in jaloezie’
Aandacht

‘Innigheid zie je in de liefde, maar ook in jaloezie’

Door Emile Smits op 4 november 2026

Edvard Munch
Olieverfschilderij 'Jaloezie' (1915) door Edvard Munch

We drukken gevoelens vaak weg, omdat ze niet nuttig zouden zijn, volgens filosoof Désanne van Brederode. Ze pleit voor een herwaardering van innigheid.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

‘Innigheid gaat over door de tuin lopen en je laten beroeren door wat je ziet,’ vertelt filosoof en schrijver Désanne van Brederode (1970), terwijl ze gebaart naar een prachtige Amsterdamse binnentuin met oude bakstenen muren, donkere rozenstruiken en de herfstzon die op de lindeboom valt. Haar nieuwe essaybundel Verlangen naar innigheid gaat over liefde en pijn in onze hedendaagse, op nut gerichte samenleving. ‘Ik zie geen gebrek aan liefde,’ zegt Van Brederode, ‘maar aan innigheid. Die verdwijnt, omdat we onze gevoelens niet meer cultiveren.’

‘Innigheid’ is een ongebruikelijk woord. Kunt u het definiëren?

‘Eigenlijk houd ik niet van definities, maar je moet wel iets afbakenen. Innigheid is een aandachtig voelen. Het is zowel actief als passief: je reikt uit naar de wereld en je bent ontvankelijk. Je merkt niet alleen op dat het de laatste rozen van het jaar zijn, maar laat je ook beroeren door de manier waarop het licht van de herfstzon erop valt.’

Innigheid betekent dus stilstaan bij de dingen?

‘Innigheid is de grond in jezelf. Het is de reden dat, ook wanneer je diep in de put zit, schoonheid je kan ontroeren. Vannacht schrok ik wakker met een hoofd vol zorgen. Toch is er dan iets in mij dat luistert naar de geluiden van de regen en de wind. Ik ben bijna zesenvijftig, hoe vaak heb ik dat geluid wel niet gehoord? Toch raakte het me.’

Even tussendoor …

Meer lezen over filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

De ondertitel van uw boek spreekt over een ‘verkenning’, en geen ‘filosofische zoektocht’, zoals bij uw vorige boek. Waarom is dat?

‘Tijdens het schrijven van dit boek ging mijn relatie uit. Wat eigenlijk een essaybundel over de liefde zou worden, werd daardoor een verkenning van de pijn die bij de liefde hoort. Filosofie is afstandelijk en beschouwelijk; dat paste minder bij dit boek waarin mijn pijn, verdriet en angst een noodzakelijke rol spelen.

Al tijdens mijn studie filosofie vond ik het gek dat onze zintuigen en emoties vaak niet meededen, terwijl je de dingen heel goed moet “voelen” om er de juiste woorden bij te vinden. Sommige dingen begrijp je niet alleen conceptueel, maar met je hele wezen. Neem mijn jaloezie. Ik kan vanuit mijn studeerkamer een abstracte beschouwing geven over hoe jaloezie de keerzijde is van de onuitwisselbaarheid van de ander. Dan mis je alleen een belangrijke waarheid: ik werd lang radeloos van mijn eigen jaloezie. Filosofie betekent pas iets als het is doorleefd.’

U verkiest het individuele boven het algemene?

‘Precies. Ik vind het overigens vreemd dat opiniemakers en zelfs filosofen lamenteren over doorgeslagen individualisme. Doorgeslagen egocentrisme bedoelen ze. Ik pleit juist voor meer individualisme, meer aandacht voor het scheppen van een zelf. Pas als ik de ander als een individueel zelf beschouw, kan mijn betrokkenheid innig worden – ook als die innigheid zich uit in jaloezie, verdriet en gemis. Maar in ons egocentrisme zien we de andersheid van de ander niet meer.’

Hoe komt dat?

‘Door het instrumentele denken, dat gericht is op nut en efficiëntie, en het bijbehorende taboe op voelen. Gevoel zit nut in de weg. Laatst las ik in Psychologie Magazine tien tips om van je liefdesverdriet af te komen. Elke keer als je iets moois aan de ander miste, moest je daar iets vreselijks tegenover zetten, zo was een van de tips: dat hij wel altijd snurkte of de afwas liet staan. Uit angst voor gemis durven we niet meer te kijken naar wat de relatie bijzonder maakte.’

Maar is het dan erg als er minder liefdesverdriet in de wereld is?

‘Nee, maar het gaat me om een innigheid die niet te reduceren is tot breinactiviteit, hormonen of nut. Om de volheid van het leven, inclusief alle ongemak, rafelranden en pijn die daarbij horen. Dat inzicht deel ik met de Franse filosoof Georges Bataille. Voor het verhevene heb je het aardse nodig, schrijft hij. Zo horen ook liefde en liefdesverdriet bij elkaar.

Innigheid hangt niet af van het resultaat. Neem de plannen die pasverliefde stellen maken: een wereldreis maken, een eigen huis bouwen. Misschien komt het er nooit van. Maar schuilt de schoonheid niet juist in de dingen die je met z’n tweeën zachtjes in het donker hebt gefantaseerd?’

Is innigheid niet gewoon een ander woord voor liefde?

‘Nee, want liefde stroomt naar buiten en innigheid naar binnen. Innigheid is misschien wel een voorwaarde voor liefde. Een rivier kan ook niet stromen als de bron is opgedroogd.

Innigheid is het vermogen om in verbinding te treden met de wereld. Het gaat over blijven durven om je te laten raken, ook al voelt liefdesverdriet nog zo intens. Juist die innigheid is kracht. Zoals in het gedicht Steen van Vasalis. Dat begint met de intensiteit van verdriet, Verdriet kit al mijn krachten samen, en eindigt met de wens om toch door de wereld aangesproken te worden: o sla de rots, opdat ik ween.’

Verlangen naar innigheid. Een verkenning
Désanne van Brederode
Querido
304 blz.
€ 24,99 

Loginmenu afsluiten