Home Psyche Inleving kan ook tot conflicten leiden
Psyche

Inleving kan ook tot conflicten leiden

Door Anton de Wit op 15 februari 2011

Cover van 02-2011
02-2011 Filosofie magazine Lees het magazine

Inleving lijkt goed. Maar dat vermogen heeft ook minder fraaie kanten volgens filosoof Joachim Duyndam. Als we weten wat de ander voelt, kunnen we ook begeren wat de ander begeert. En dat is het begin van een conflict.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Begin jaren negentig onderzochten Italiaanse wetenschappers het neurologische verschil tussen grove en fijne handbewegingen bij makaken. Een van de onderzoekers was Vittorio Gallese, die in maart een lezing geeft aan de Universiteit van Tilburg over de verstrekkende gevolgen van dit ogenschijnlijk triviale onderzoek. Gallese en zijn collega’s lieten de apen eerst een banaan pellen en vervolgens een pinda oprapen, en maten intussen hun hersenactiviteit.

Tot zover weinig nieuws onder de zon. Maar na afloop van een zo’n experiment praatten de onderzoekers nog wat na, voor het oog van het proefdier, en imiteerden de bewegingen die de aap gemaakt had. En opnieuw sloegen de meters uit. Tot hun verbazing ontdekten de wetenschappers dat het zien van een bepaalde beweging bij de aap tot dezelfde hersenprikkels leidde als het zelf uitvoeren van die beweging. ‘Tot dan dachten wetenschappers dat waarneming en beweging in heel andere delen van de hersenen werden aangestuurd’, legt filosoof Joachim Duyndam uit. ‘Dat bleek niet te kloppen; er zijn zelfs deels dezelfde neuronen bij betrokken. Niet alleen bij apen, maar ook bij mensen.’

So what, kun je denken. Maar de implicaties van de ontdekking van de zogeheten ‘spiegelneuronen’ zijn enorm, zegt Duyndam, bijzonder hoogleraar filosofie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Dat niet alleen biologen, maar ook filosofen zo enthousiast zijn over deze wetenschappelijke ontwikkeling, vindt hij dus zeer begrijpelijk. Duyndam is zelf ook enthousiast. Al vele jaren houdt hij zich bezig met denkers als Emmanuel Levinas, met zijn nadruk op het belang van ‘de Ander’, met Maurice Merleau-Ponty en zijn ‘lichamelijke bewustzijn’, met René Girard en zijn zogeheten ‘mimese’ (waarover later meer). Deze denkers hebben van de neurowetenschappen gelijk gekregen, meent Duyndam.
Vele anderen kregen juist ongelijk. Het idee dat mensen en dieren ten diepste egocentrische schepsels zijn, is op losse schroeven komen te staan. Het belang van relaties met soortgenoten blijkt belangrijker dan gedacht; ons eigen gedrag spiegelen wij immers zeer direct aan dat van anderen.

Meer nog: met deze ontdekking is een fysiologische verklaring voor empathie gevonden. Empathie is immers het vermogen je in te leven in wat een ander voelt. Iedereen zal wel de ervaring kennen dat je zelf trek kunt krijgen als je een ander ziet eten, of zelf een haast fysieke pijnscheut voelt wanneer een voetballer een bal in zijn kruis moet incasseren. Dankzij de ontdekking van spiegelneuronen begrijpen we beter hoe dat komt.

Conflicten
Bewijzen spiegelneuronen daarmee het ongelijk van mensen die pessimistisch zijn over de menselijke natuur en moraal? Nou, toch niet per se. Ons natuurlijke inlevingsvermogen is op zichzelf moreel neutraal. Het kán leiden tot medeleven, begrip, mildheid, tolerantie enzovoort. Maar het empathisch vermogen dat in onze neuronen weerspiegeld wordt, heeft ook minder mooie kanten. Want als we kunnen voelen wat een ander voelt, kunnen we ook begeren wat een ander begeert, met alle gevolgen van dien. De Franse denker en literatuurwetenschapper René Girard heeft dit mechanisme uitvoerig beschreven. Girard spreekt in dit verband van ‘mimetische conflicten’. ‘Wij zijn geneigd te denken dat begeerte een eenzijdige relatie is tussen een subject en een object’, legt Duyndam uit. ‘Dus: ik, het subject, wil graag een nieuwe auto, het object, hebben. We zien dat als een authentieke, individuele wens. Maar Girard stelt dat begeerte altijd een driehoeksrelatie is. Je wilt iets omdat een ander het ook wil. Mijn buurman begeert die nieuwe auto, of heeft ’m al, en daarom wil ik hem ook hebben.

Bij kinderen zie je dat heel duidelijk. Een vriend van me was met zijn kinderen, een tweeling, op vakantie op Vlieland. Ze liepen daar over een enorm zandstrand met overal zandheuveltjes. Plots rent een van die meisjes naar een zandheuvel en zegt: “Deze is van mij.” Waarop het andere kind naar precies dezelfde heuvel rent en zegt: “Nee, van mij.” Terwijl er dus overal zandheuveltjes waren, kregen ze ruzie om dat ene heuveltje. Dat is nu een typisch mimetisch conflict.’

Bij volwassenen werkt het niet anders, zegt Duyndam. De theorie van Girard is bijvoorbeeld ook goed toe te passen op ons koopgedrag. Wanneer computerfabrikant Apple weer een nieuwe gadget lanceert sluiten we massaal aan in de rij. Omdat die iPad of iPhone zo goed past bij onze authentieke persoonlijke behoefte? Natuurlijk niet. Omdat anderen óók een iPad of iPhone willen hebben. Duyndam: ‘Dergelijk imitatiegedrag heeft wel een functie. Hypes bieden een zekere structuur in de enorme keuzemogelijkheden die we hebben. Want kiezen tussen drie of vier dingen lukt meestal nog wel, maar uit honderd dingen, dat kan een mens gewoon niet aan. Dus dan is het handig om de keuze van een ander te volgen.’

Marktplaats
Tegelijkertijd staat deze door filosofen en neurowetenschappers beschreven neiging tot mimese op gespannen voet met gangbare politiek-economische theorieën. ‘Een van de belangrijke aannames van het klassieke liberalisme is dat het individu in volledige vrijheid zijn of haar keuzes maakt’, zegt Duyndam. ‘Als de markt vrij en transparant is, zo meent een van de grondleggers van de economie Adam Smith, zal de consument op basis van rationele afwegingen voor de voordeligste oplossing kiezen. Als iedereen dat tegelijkertijd doet, dan zorgt de markt zelf voor een evenwicht – het beroemde idee van de “onzichtbare hand”.
Vanuit de mimetische theorie kun je daar echter grote vraagtekens bij plaatsen. De markt is vrijer en transparanter dan ooit – in de tijd van Adam Smith waren er nog geen websites als Marktplaats.nl of Prijsvergelijk.nl. Toch blijkt die onzichtbare hand lang niet altijd feilloos te werken. En dat komt volgens mij vooral doordat het een illusie is om te denken dat wij als consumenten strikt individuele en rationele keuzes maken. We imiteren elkaar in onze behoeften.’

Dat werpt een ander licht op de wet van vraag en aanbod, of het verschijnsel van schaarste, gaat Duyndam verder. Het klassieke idee is dat schaarste ontstaat waar de vraag groter is dan het voorhanden aanbod. Gedacht vanuit de mimetische begeerte zullen er echter altijd tekorten ontstaan, ongeacht hoe groot het aanbod is. ‘Denk maar aan die twee meisjes op Vlieland. Er was daar een overvloed aan zandheuvels, maar omdat ze hetzelfde heuveltje wilden, ontstond er meteen een tekort.’
In deze lijn doordenkend kun je zelfs concluderen dat de economische crisis van de afgelopen jaren niet zozeer veroorzaakt werd doordat we te veel aan onszelf dachten als wel juist doordat we te veel naar anderen keken. ‘Een steeds verdere verfijning van die financiële producten, hypotheken opknippen om de winst te vergroten – daarbij doet men elkaar na en jaagt men elkaar verder op. Als de ene snellejongensbank uit Londen met zulke producten komt, gaat de ander daarin mee. De risico’s ziet men op den duur niet meer. En ook aan de consumentenkant speelt mimese een rol. Want als iedereen een beleggingshypotheek heeft, ben je toch wel een enorme sufferd als jij een ouderwetse hypotheek neemt; dan ben je een dief van je eigen portemonnee enzovoort. Dat wordt je allemaal voorgespiegeld door kennissen en door adviseurs. Ik ben ervan overtuigd dat die hele financiële crisis vooral door mimetische processen is veroorzaakt.’

Zondebokmechanisme
De grote vraag is dan: kunnen we er iets aan doen? Girard biedt ons weinig soelaas, geeft Duyndam toe; die beschrijft de hele geschiedenis van de mens als een eindeloze mimetische crisis. De conflicten worden slechts tijdelijk bezworen door wat Girard het ‘zondebokmechanisme’ noemt: door een individu of groep als schuldige voor het conflict aan te wijzen en symbolisch of juist al te werkelijk te ‘offeren’, keert de rust terug – voor zolang het duurt.

Ook dat mechanisme is in de economische crisis te herkennen. ‘Men denkt dan de crisis op te lossen door een relatief kleine bank als de DSB te laten ontploffen. De rest kan dan weer fijn door met business as usual. Het zijn de zichtbare figuren die worden geofferd, mensen als Dirk Scheringa of Rijkman Groenink – hoewel deze laatste als een rijk man werd afgeserveerd. Nu denk ik ook wel dat het schurken zijn, hoor, daar niet van. Maar er zijn nog tal van anonieme grijze pakken die niemand kent, die nog altijd precies hetzelfde doen.’

Het beeld dat Girard schetst is weinig florissant: er lijkt geen ontsnapping mogelijk aan mimetische conflicten. En een zondebok de woestijn in sturen kan verhitte gemoederen even tot bedaren brengen, maar biedt geen structurele oplossing. Maar, zegt Duyndam, Girard is wel erg eenzijdig in zijn fixatie op conflicten en zondebokken. Het mechanisme van mimese heeft wel degelijk positieve kanten. Duyndam: ‘Ik moet denken aan het boek, dat ook is verfilmd, Lord of the Flies, over een groep jongens die schipbreuk lijden en op een onbewoond eiland op elkaar aangewezen zijn. Het verhaal voltrekt zich helemaal volgens het patroon van Girard, met mimetische conflicten en zondebokken. De situatie wordt steeds gewelddadiger. Maar op een gegeven moment komt er een schip bij het eiland en staat er plots een man op het strand, een marinier. Hij zegt: waar zijn jullie nou mee bezig, jongens? En pas dan realiseren ze zich: inderdaad, waar zijn we mee bezig?’

Messias
Ook dat is mimese, maar dan van een soort dat conflicten juist oplost. Het is, zegt Duyndam, belangrijk om daarbij op te merken dat de marinier uit Lord of the Flies van buiten komt. Hij biedt een externe frisse blik, een volledig nieuwe spiegel om in te kijken, omdat hij nog geen deel uitmaakt van de mimetische conflicten tussen de kinderen op het eiland. Je kunt hem, in religieuze termen, met een Messiasfiguur vergelijken. Maar we vinden dergelijke figuren niet alleen in literatuur of in de religie; dichter bij huis zouden inspirerende voorbeeldfiguren volgens Duyndam een soortgelijke rol kunnen vervullen. ‘Een voorbeeldfiguur is iemand die ons inspireert om moreel te handelen – om moedig te zijn, respect te tonen, volhardend te zijn enzovoort. Neem Nelson Mandela, typisch een hedendaags voorbeeldfiguur. Veel mensen worden erdoor geraakt dat hij het heeft volgehouden op het Robbeneiland, door zijn vergevingsgezindheid na zijn vrijlating en alles wat hij voor Zuid-Afrika betekend heeft.

Maar voorbeeldfiguren hoeven geen helden of heiligen te zijn; het kunnen ook heel gewone mensen zijn. Wij zijn in het Westen natuurlijk nogal bepaald door die alomvattende Messias van het christendom, die een voorbeeldfiguur voor alle aspecten van ons leven beoogt te zijn. De meeste voorbeeldfiguren zijn bescheidener: ze inspireren ons maar in één aspect van ons leven. In ons werk, onze hobby’s, ons gezinsleven enzovoort kunnen we telkens andere voorbeeldfiguren hebben.’
In verschillende situaties nemen wij een voorbeeld aan verschillende mensen. We spiegelen ons aan hun daden, we leven ons in. Er is, kortom, ook sprake van mimese. Maar, zo voegt Duyndam toe, de imitatie is in dit geval minder slaafs en onbewust. ‘De relatie tot een voorbeeldfiguur is vrijer. Het mechanisme is mimetisch, maar er zit een interpretatieruimte in. Een noodzaak zelfs om te interpreteren. Ik moet namelijk altijd een eigen verhouding vinden tot zo’n voorbeeldfiguur. Neem Mandela maar weer. Dat is een zwarte Zuid-Afrikaan, ik ben een blanke Europeaan. Hij leeft in een totaal andere context, heeft een totaal ander leven. Ik kan hem niet letterlijk kopiëren. Zo schept onze natuurlijke neiging tot imitatie ook ruimte voor onze eigen creativiteit en authenticiteit.’