Home Hoop is een gok die moed vergt

Hoop is een gok die moed vergt

Door Jannah Loontjens op 25 februari 2019

Cover van 03-2019
03-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Als Jannah Loontjens even niet meer weet hoe het verder moet met de wereld, grijpt ze naar Rebecca Solnit. Die geeft haar altijd weer nieuwe hoop.

De aarde warmt op; Irak, Afghanistan en Syrië zijn verwoest; we kampen met polarisatie, cybercriminaliteit, totalitaire regimes, oorlogen en vluchtelingen, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het zijn sombere tijden en het is niet gemakkelijk om hoopvol te blijven en vertrouwen te hebben in een betere toekomst. In deze deprimerende duisternis grijp ik naar Rebecca Solnits boek Hope in the Dark, een politiek-filosofisch werk waarin de Amerikaanse schrijver en activist op bijna drammerige wijze laat zien dat geloof in een betere wereld wel degelijk zinvol is en dat we de hoop niet moeten opgeven. Overtuig me, Solnit, mompel ik als een mantra tijdens het lezen, overtuig me!

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Hope in the Dark is een klein boekje met veel korte hoofdstukken, waarin een groot aantal hoopgevende voorbeelden de revue passeert. De meeste zijn van kleine groepen mensen die jarenlang ergens voor strijden, het bijna opgeven, en dan toch enige verandering weten te bewerkstelligen. Vaak zijn haar voorbeelden gedateerd, omdat we weten dat de geschiedenis inmiddels weer een andere wending heeft genomen. Solnit schreef het boek in 2004; voor filosofische inzichten is dat niet lang geleden, maar wat betreft politieke voorbeelden wel. Solnit zag destijds socialisten in verschillende Zuid-Amerikaanse landen aan de macht komen, wat ze opvatte als een bewijs dat de bevolking zich verzette tegen de neoliberale koers. Maar ondertussen weten we dat de meeste van deze regeringen alweer zijn overgenomen door nieuwe autocratische populisten. Hoop delft uiteindelijk weer het onderspit, denk ik alweer somber.

Toch geeft Solnit niet op. Je moet de ontwikkelingen in een groter perspectief bekijken, verklaart ze. Denk aan de afschaffing van de slavernij. Decennialang werden degenen die zich tegen slavernij verzetten mishandeld, opgesloten en vermoord; het duurde lang voordat de onmenselijkheid van slavernij tot een meerderheid van politici doordrong. En denk aan hoelang het heeft geduurd voordat vrouwen stemrecht kregen – hoeveel acties, artikelen en betogingen daarvoor nodig zijn geweest. In die jaren leek het voor velen een hopeloze strijd, maar achteraf zien we dat al dat verzet wel degelijk resultaat heeft gehad.

 
Thunberg

Verlangen naar verandering ontstaat zelden bij de mannen die comfortabel de zetel der macht bezetten, maar juist bij de onderdrukten, bij degenen die verstoken zijn van macht. Verzet is zwaar en vaak ondankbaar; er moet tegen heersende structuren, instituten, maar ook gewoontes en gebruiken gestreden worden. Maar verzet is nooit helemaal voor niets, benadrukt Solnit. Ongeacht hoe klein. Veranderende, vernieuwende opvattingen verspreiden zich sluipenderwijs, van mens op mens. Hoop wordt door individuen gevoed en in verhalen verwerkt, verhalen die worden doorverteld en zo door steeds meer geesten worden gedeeld.
Hoewel Solnits prekende argumentatiestijl me soms mijn wenkbrauwen doet fronsen, hoop ik wel degelijk overtuigd te worden. Van nature ben ik vrij optimistisch en hoopvol, zelfs op het naïeve af, maar de laatste tijd wint de verslagenheid. Solnits boek gaat tegen deze verslagenheid in. Het is een ode aan iedereen die hoop durft te hebben, die durft te protesteren, aan iedereen die aan idealen vasthoudt en voor die idealen wil strijden. Ze laat zien hoe verandering in de gedachten van mensen een aanvang neemt, in de persoonlijke verbeelding van individuen.

Het klinkt allemaal mooi, maar ik denk bijvoorbeeld ook aan de Arabische Lente, die aanvankelijk zo hoopvol leek voor het Midden-Oosten. In de meeste van deze landen zijn inmiddels nog strengere regimes geïnstalleerd; demonstranten zijn beschoten of opgesloten. En ik denk aan Irak, een land dat volkomen verwoest is. Ook ik ging in 2003 de straat op om te demonstreren tegen de invasie in Irak, maar wat heeft het uitgehaald? En ook ik probeer zuinig te zijn met energie, ik scheid glas van plastic en papier, maar ondertussen loeien vervuilende fabrieken in India gewoon verder. En in Bangladesh verduistert gitzwarte rook van gebombardeerde olietankers wekenlang de lucht.

Wat bedoelt Solnit precies met ‘hoop’? Waarin verschilt hoop van ‘vertrouwen’ of ‘geloof’ in een goede afloop? Of zelfs van de frustratie die gepaard gaat met het verlangen naar verandering? Solnit geeft er geen helder antwoord op. Eigenlijk is dit boek meer dan een filosofische analyse een aansporing om verantwoordelijkheid te nemen, om te strijden voor een rechtvaardigere en veiligere wereld.

Op een gegeven moment citeert ze de Tsjechische schrijver en politicus Václav Havel, die in 1985 in de gevangenis schreef dat hoop niet voortkomt uit de toestand waarin je je bevindt, maar uit je geest. Hoop is een dimensie van de ziel, meende hij. Misschien, denk ik nu, is hoop het vonkje dat, zelfs als je weet dat je niet op een goede afloop kunt vertrouwen, het vuurtje doet opgloeien dat nodig is om aan de mogelijkheid te blijven vasthouden. Daar komt bij – en dat maakt Solnit haarscherp duidelijk – dat het alternatief destructief is; verslagenheid, pessimisme en wanhoop leiden volgens haar tot niets dan angst en passiviteit.

Haar immense vertrouwen in de kracht van de individuele verbeelding is beslist sympathiek. Al wordt de wereld geregeerd door vervuilende multinationals, corrupte bedrijven en overheden, toch kan ideevorming, een kleine handeling, tot verandering leiden. Als voorbeeld noemt ze een Amerikaanse politicus die in de jaren zestig enkele vrouwen in de regen tegen kernproeven zag demonstreren – vrouwen die zichzelf zo langzamerhand belachelijk begonnen te voelen, maar over wie de politicus later vertelde dat het die paar doorregende activisten waren geweest die hem ernstiger over de gevolgen van nucleaire straling hadden doen nadenken.

Je weet nooit hoeveel invloed je hebt, benadrukt Solnit. Zelfs al hebben je acties niet direct resultaat, je weet nooit wie je aan het denken zet. Ineens zie ik het kalme, ronde gezichtje van Greta Thunberg voor me, het Zweedse meisje dat op gezette tijden voor het parlementsgebouw in Stockholm ging zitten in plaats van naar school te gaan, om aandacht te vragen voor het klimaat. Wereldwijd inspireerde ze scholieren, die haar voorbeeld volgden.
 

Duisternis

Wij vrezen het kwade, de slechte afloop, maar er gebeurt vaak ook veel goeds waar veel minder aandacht voor is, vindt Solnit. Hoop is voor haar geen passieve gemoedstoestand. Het getuigt juist van daadkracht en een actieve houding om hoop te hebben. Hopen is gokken en kiezen voor het onzekere. Dat vraagt moed. Je moet erop durven vertrouwen dat een open hart en onzekerheid te verkiezen zijn boven pessimisme en veiligheid, schrijft ze. Hoop maakt kwetsbaar, want de kans is groot dat je verlangen niet bevredigd wordt.

Ik ben het, ondanks mijn nukkige gemopper, met Solnit eens: we hebben hoop nodig om in duistere tijden de wanhoop te lijf te gaan. Hoewel het goede gewoonlijk als helder en overzichtelijk wordt voorgesteld, als sprankelend en open, staat duisternis voor het onheilspellende, voor het onvoorspelbare en ondoordringbare. Datgene wat onvoorspelbaar en ondoordringbaar is wordt doorgaans gewantrouwd. Maar, stelt Solnit, de toekomst is altijd onvoorspelbaar, en dat hoeft niet slecht te zijn. Het goede is ook onvoorspelbaar. Het gaat erom dat je erop durft in te zetten. Dat je durft te hopen.