Home Opvoeding Hoe voed je kinderen op in tijden van Facebook en YouTube?
Opvoeding

Hoe voed je kinderen op in tijden van Facebook en YouTube?

Door Alexandra van Ditmars op 22 augustus 2017

Hoe voed je kinderen op in tijden van Facebook en YouTube?
Cover van 09-2017
09-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Daan Roovers, filosoof en voormalig hoofdredacteur van Filosofie Magazine, schreef een boek over opvoeden. In Mensen maken laat zij zien dat liefde voor de wereld koesteren daarbij het allerbelangrijkst is. ‘Volg je kind terwijl het zelf de wereld ontdekt.’

Wat een romantische prietpraat, dacht filosoof Daan Roovers eerst over de opvoedkundige ideeën van Jean-Jacques Rousseau. Maar toen ze het wereldberoemde werk Emile, of Over de opvoeding uit 1762 – over een jongetje dat samen met zijn opvoeder ver van de bewoonde wereld opgroeit – van de Zwitserse denker nader bestudeerde, bleek een deel van zijn ideeën nog uitermate relevant. Ze vulde die aan met gedachten over opvoeding van haarzelf en van haar geliefde filosofen Hannah Arendt en Immanuel Kant. Het resultaat: Roovers’ boek Mensen maken. Nieuw licht op opvoeden.

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Jerome de Lint

Laat het kind vooral kind zijn, is de boodschap van Rousseau. Van nature zijn kinderen in zijn ogen puur en goed, maar de verdorven samenleving corrumpeert hun mooie karakters. ‘Daarom groeit hoofdpersoon Emile op in het bos’, zegt Roovers, ‘om daar tot zijn achttiende te blijven.’ Beschermd tegen de grotemensenwereld die hem alleen maar zou misvormen, dwaalt Emile zijn hele jeugd over bospaadjes en langs vennetjes. Om daarna pas onbezoedeld die nare samenleving met bedrog, leugens en wat al niet meer te betreden.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Roovers zit in haar kantoor in Amsterdam, omringd door boekenkasten, zwarte koffie in de hand. ‘Allemaal leuk en aardig, maar dat levert natuurlijk wereldvreemde kinderen op.’ Haar kinderen Isaac (9) en Daniël (7) ergens idyllisch in de natuur laten opgroeien in plaats van in Amsterdam, daar wil ze absoluut niet aan. Maar dat betekent niet dat we niks van Emile kunnen leren. ‘Uiteindelijk gaat het boek over vrijheid. En vrijheid is een heel belangrijk thema in de opvoeding. Mijn kinderen denken dat vrijheid betekent dat ik ze met rust laat. Ik denk daar anders over, en Rousseau steunt me daarin.’

Hoe ziet dat eruit: je bemoeien met de vrijheid van je kinderen?
‘Veel vrijheid voor je kinderen betekent juist veel aandacht aan je kinderen besteden. Rousseau schrijft daarover: “Een kind dat in vrijheid opgroeit zou men voortdurend in het oog moeten houden; maar als het kind strak in windselen is gesnoerd, kan men het in een hoek gooien zonder zich verder nog om zijn gekrijs te bekommeren.” Om ervoor te zorgen dat Emile zo vrij mogelijk is, moet zijn opvoeder hem juist in het oog houden. Er is eerder een “geleide vrijheid”. Als Emile verdwaalt, laat zijn opvoeder hem zelf de weg terugvinden. Maar om hem daarbij niet kwijt te raken, is zijn opvoeder altijd bij hem in de buurt. Oftewel: volg je kind terwijl het zelf de wereld ontdekt. Praktisch houdt dat in: tijd doorbrengen met je kind – veel tijd. Zoveel tijd dat je zelfs tijd verspilt. Dat vind ik een heel nuttig advies, zeker in deze tijd van overvolle agenda’s. Je hoeft niet vanaf dag één heel doelgericht iets van je kinderen proberen te maken. Laat ze eerst maar ervaringen opdoen en zelf ontdekken.’

Samen tijd verspillen klinkt heel mooi, maar bijna net zo idyllisch als die onbezonnen jeugd in het bos. U hebt toch ook een overvolle agenda, met vergaderingen, lezingen en reizen – hoe doe je dat dan?
Lachend: ‘Dan bel ik een oppas! Daar is niks mis mee. Het idee van een kerngezin van alleen ouders en kinderen lijkt me sowieso wat onhandig. Ik vind het gezond om je gezin wat uit te breiden met andere relevante opvoeders – een buurvrouw, een oppas, een oma of opa. Twee ouders is maar weinig, hoor, als je daar alles van moet leren. Anderen mogen daar van mij prima bij helpen. En bij dat leren lijkt mij, in het voetspoor van Rousseau, zaken een beetje uitstellen heel nuttig. Laat ze eerst maar lekker kind zijn. Alleen niet in the middle of nowhere, maar in de bewoonde wereld.’

Blijft het gevaar op wereldvreemde kinderen daarbij niet overeind? Ze moeten toch eens worden voorbereid op onze samenleving, als ze daar later aan mee willen doen?
‘Nou, er is in die opvoeding nog een vervolgstap nodig: moraal. En voor de ontwikkeling van moraal moet je niet bij Rousseau zijn, maar bij Kant. Rousseau vindt het onzinnig kinderen iets bij te brengen over moraal. Ze zullen altijd het antwoord geven waardoor ze de minste kans lopen om gestraft te worden, denk hij. Met morele vragen zou je kinderen leren liegen, en dat moet je juist niet hebben. Ik vind dat onzin. Voor mij is het juist heel belangrijk dat mijn kinderen iets meekrijgen over goed en kwaad. Daarbij schiet Kant mij te hulp. Net zoals Rousseau denkt hij dat straffen niet de weg is om moraal mee te onderwijzen. Als een kind straf krijgt omdat het een belofte breekt, leer je enkel dat slecht gedrag tot straf leidt en goed gedrag niet. Het gevolg: het kind gedraagt zich goed om die reden. Dat heet “dresseren”. Handig voor het bijbrengen van tafelmanieren, maar iets heel anders dan moraal bijbrengen. Daarvoor moet je kinderen uitleggen waarom ze bijvoorbeeld niet mogen liegen. Morele opvoeding betekent kinderen leren denken, maakt Kant duidelijk. Ik wil dat mijn kinderen uit zichzelf het goede doen. Niet omdat ik anders boos word, maar omdat ze het zelf goed vinden.’

Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan.
‘Gewenst gedrag afdwingen is makkelijker dan kinderen een geweten laten ontwikkelen. Maar het heeft ook veel minder waarde. Stel je voor dat mijn jongens iets stouts hebben gedaan en dat vervolgens ontkennen. Dan zou ik met ze in gesprek gaan, om uit te leggen dat liegen over iets stouts doen misschien nog wel erger is dan iets stouts doen op zich. Pas als ze begrijpen waarom dat zo is, krijgt de afspraak dat ze voortaan niet meer mogen liegen waarde. Op die manier breng je kinderen met uitleg moraal bij. En stukje bij beetje leren ze zo hun plaats in de wereld kennen, en de houding die ze daarin aannemen.’

Daarover later meer, want Isaac en Daniël komen uit school en het is tijd om even bij ze langs te gaan. Vanuit het kantoor hoeft Roovers enkel een pleintje over te steken en ze staat al bij de voordeur van haar huis. Daarachter zitten – te midden van kasten vol boeken en spelletjes – beide zoons samen achter een laptop een filmpje te kijken. De oppas zit ernaast en sorteert een kwartet. In de hoek van de woonkamer staan twee banken en een televisie. ‘Daar kijken we ’s avonds het jeugdjournaal’, wijst Isaac aan.

‘Je ziet het: al zou je het willen, je kunt de wereld niet buiten houden’, zegt Roovers. ‘Het jeugdjournaal, internet – kinderen hou je in 2017 niet tot hun achttiende onwetend, zoals Rousseau het graag ziet. Isaac en Daniël zijn nieuwsgierig en krijgen alles mee. Of het nou om Trump gaat, IS of de smeltende ijskappen.’ ‘Of Nouri’, herinnert Isaac zich. Het jeugdjournaal-item over de jonge voetballer die tijdens een wedstrijd ineens neerviel wegens hartproblemen is hem bijgebleven.

‘Vroeger sloegen we nog weleens een uitzending over als er iets heel ergs was gebeurd’, vervolgt Roovers, ‘maar dat heeft geen zin meer. Isaac kijkt het jeugdjournaal nu ook op school. Het lastige is dat het een nieuwsprogramma is, geen kinderprogramma. Als volwassenen vaak al amper gewapend zijn tegen de machteloosheid die de continue nieuwsstroom met zich meebrengt, hoe moeten we onze kinderen daar dan mee om laten gaan?’

En? Hoe doe je dat?
‘Net zoals bij moreel handelen gaat het om de houding die kinderen aannemen. Al die prikkels van het nieuws moeten kinderen kunnen plaatsen. Wat raakt ze? Wat leggen ze naast zich neer? Wat vinden ze belangrijk? Om op dat soort vragen antwoord te geven, moeten kinderen geleidelijk een wereldbeeld ontwikkelen. Pas dan kunnen ze zichzelf een plaats in die wereld geven. Als ouder is het je verantwoordelijkheid ze te helpen met deze vorming. En dat is een stuk moeilijker dan zorgen dat ze als baby geen knikkers in hun mond stoppen. Het is actief bezig zijn met wat kinderen allemaal in hun wereld slepen, terwijl hun kinderbreintjes nog maar beperkt zijn.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Jerome de Lint

Voor deze vorming heeft Roovers een negentiende-eeuws begrip afgestoft: Bildung. ‘Meestal wordt dat vertaald als “algemene ontwikkeling” of “persoonlijke vorming”. Je plaatsbepaling in de wereld, dat is waar dit ideaal om draait. En daarvoor moet je die wereld wel kennen. Niet alleen de nieuwsitems van het jeugdjournaal, maar ook de traditie, cultuur en gemeenschap waar je deel van uitmaakt. Je hebt kennis nodig over de wereld waarin je leeft om je een duidelijke positie toe te eigenen en er een weg in te vinden.’

Roovers loopt van de woonkamer naar de naastgelegen keuken en begint de keukentafel af te ruimen. ‘Verrassend genoeg komt Rousseau daar toch weer even om de hoek kijken. Van het jeugdjournaal zou hij gruwen, maar hij benadrukt wel hoe belangrijk het is dat Emile zijn omgeving goed begrijpt. Aan kennis over de wereld heb je niks als je niet weet hoe die zich tot je eigen leven verhoudt. Vandaar dat hij Emile eerst zelf dat hele bos laat uitkammen, voordat de jongen eens een landkaart onder ogen krijgt. Anders krijg je mensen die wel weten waar Peking ligt, schampert hij, maar nog verdwalen in hun vaders tuin.’

Helder. Maar hoe zorg je ervoor dat kinderen die houding verwerven ten opzichte van die nieuwsitems, in plaats van de weg in het bos?
Roovers gaat zitten aan de keukentafel. Isaac komt aanlopen om te vertellen over filmpjes op YouTube. Daniël rent wat rondjes door de keuken en kruipt daarna bij zijn moeder op schoot. ‘Ik stel ze wat vragen. Als er een aanslag is gepleegd vraag ik bijvoorbeeld of ze dat nieuws gezien hebben en of ze denken dat zoiets hier ook kan gebeuren. Dat hoeft helemaal geen heel zwaar gesprek te zijn, dat kan prima gewoon hier aan tafel tijdens het eten. De vragen zelf zijn eigenlijk niet zo relevant, het gaat er meer om dat je kinderen aan het praten en denken krijgt. Zo leren ze het nieuws te filteren en zich staande te houden in al die informatiestromen. Opvoeden gaat dus niet alleen over kinderen, om met filosoof Hannah Arendt te spreken, maar ook over de wereld. In de opvoeding leer je uiteindelijk hoeveel je van de wereld houdt.’

Daniël springt van zijn moeders schoot en klimt op zijn eigen stoel aan de keukentafel, ook Isaac schuift aan.

Hoe bedoelt u?
‘Juist ouders moeten zich bekommeren om de wereld waarin hun kinderen opgroeien. Niet die wereld de rug toekeren, zoals Rousseau voorstelt, maar juist in die wereld gaan staan. Om een eigen weg in de wereld te vinden, moeten kinderen zich tot de wereld kunnen verhouden. Daarbij gebruikt Arendt de metafoor van de tafel. De tafel is een plek waar zaken ter sprake komen en verbanden worden gelegd. Daarmee komt de wereld tot stand – niet alleen die van volwassenen, ook die van kinderen. Het is de verantwoordelijkheid van ouders om kinderen de mogelijkheid te geven zich op die wereld te oriënteren. Voor opvoeding is daarom niet alleen liefde voor je kinderen nodig, maar ook liefde voor de wereld. En een keukentafel.’