Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

vrijdag 5 juni 2020

Hoe het nieuwe digitale normaal fascisme in de hand werkt

Tim Miechels

In een recente blogpost vergelijkt de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben docenten die online lesgeven met docenten die in 1931 trouw zworen aan het fascistische regime in Italië. Filosoof en Agamben-kenner Ype de Boer legt uit wat Agamben daarmee bedoelt.

Uitzonderingstoestand

De kritiek op online lesgeven past volgens De Boer in Agambens analyse van de coronamaatregelen, die een politiek van de ‘uitzonderingstoestand’ mogelijk maakt. ‘Om aan de huidige noodsituatie te kunnen beantwoorden krijgt de overheid extra macht om vrijheden en grondwetten in te perken of tijdelijk buiten spel te zetten.’

Zo’n uitzonderingstoestand heeft weliswaar de pretentie van tijdelijkheid, aldus de Boer, maar ‘het nieuwe normaal wordt steeds meer gelegitimeerd als iets wat ook een goed soort normaal is. Waarom is deze situatie acceptabel voor ons? Omdat we denken dat het voor even is. Agamben waarschuwt voor normalisering. Je ziet bijvoorbeeld artikelen verschijnen over hoeveel bacteriën je eigenlijk wel niet overdraagt als je iemand een kus geeft.’ Deze normalisering leidt er volgens Agamben toe dat we ons permanent in een crisissituatie wanen. ‘Onze gezondheid wordt altijd bedreigd: sinds we weten dat er allerlei bacteriën en virussen zijn, zijn we eigenlijk permanent en potentieel in gevaar. En dat permanent potentiële is genoeg om voortdurend het gevoel van zo’n crisissituatie te behouden en daarmee extreme maatregelen te legitimeren.’

Het studentenleven

In de uitzonderingstoestand wordt elk leven gereduceerd tot overleven. Daarin schuilt volgens Agamben het grote gevaar. ‘We passen ons handelen nu aan in naam van de bescherming het naakte leven, het louter overleven. We negeren daarmee de vraag naar hoe we leven. Het is belangrijker dát men leeft dan hoe men leeft.’ Van de levensvormen die nu verdwijnen in naam van het overleven, noemt Agamben de levensvorm van de student een van de belangrijkste. ‘Het studentenleven is de haard voor het geestelijke, kritische leven. Door de coronamaatregelen worden studenten tot hun eigen kamer geïsoleerd waardoor ze aangewezen zijn op de informatie die ze via hun computer aangeleverd krijgen. De mogelijkheid tot samenkomst en daarmee tot het ontwikkelen van kritisch nadenken over hoe we politiek moeten bedrijven wordt zo in de kiem gesmoord.’

De Boer licht Agambens vergelijking met het fascisme als volgt toe. ‘Hij maakt die vergelijkingen met de voorstadia van fascisme omdat hij denkt: nu is de tijd om te handelen. We moeten niet op dezelfde manier als toen onkritisch meebewegen met overheidsmaatregelen, maar we moeten nu al de signalen herkennen en daar op reageren. Door zomaar mee te gaan met die digitale invoeringen stem je volgens hem in met een politiek die alle mogelijke kritiek en gesprek over hoe men leeft permanent onmogelijk maakt. De autonomie van de universiteit ten opzichte van de overheid en overheidsregelingen is daarmee in het geding.’

Hoewel hij het radicale karakter van Agambens kritiek wel kan waarderen, vindt De Boer het wel erg overtrokken om docenten die online lesgeven te vergelijken met docenten die in 1931 trouw zworen aan het fascistisch regime in Italië. ‘Die Italiaanse docenten zworen in 1931 een eed om niets te doen dat niet in overeenstemming was met het fascistisch regime. Nu wordt er niets gezworen en vooralsnog doen zowel overheid als universiteit hun best om wél ruimte voor kritiek te maken.’