Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 7/2020

‘Het is niet onmogelijk dat wij het brein ontcijferen’

Lianne Tijhaar
Filosoof, schrijver

Computers kunnen vernieuwende schilderijen maken en foto’s van niet-bestaande gezichten. Toch is toekomstonderzoeker Stefan Buijsman niet bang dat ze ons leven overnemen. ‘Een computer heeft geen idee wat ‘ie doet.’

Toen filosoof Stefan Buijsman (1995) voor de zoveelste keer een alarmerende krantenkop voorbij zag komen over de gevaren van kunstmatige intelligentie was hij er klaar mee. In zijn boek AI: Alsmaar intelligenter wil hij zijn lezers van irreële angsten verlossen door toegankelijk uit te leggen waar computers toe in staat zijn – en vooral: wat ze nog lang niet kunnen.

Het is het derde publieksboek van de jonge filosoof, die op dit moment als postdoctoraal onderzoeker werkt aan het Institute for Futures Studies in Stockholm. Hiervoor schreef hij een boek waarmee hij aan een breed publiek wil laten zien hoe leuk wiskunde is en een kinderboek over getallen. Intussen is hij begonnen aan zijn vierde boek – zijn uitgever weet het nog niet: een roman over een componist wiens leven door een onvoorziene gebeurtenis uit elkaar is gevallen.

Het kenmerkt Buijsman. Hij doet alles net iets sneller dan de rest. En het liefst veel. Heel veel. Als kind fantaseerde Buijsman erop los. Wekenlang was hij geobsedeerd door dinosaurussen, het volgende moment stortte hij zich volledig op de raadsels van ons sterrenstelsel. Lange tijd wilde hij astronaut worden, tot hij zich realiseerde dat zijn grote kracht toch vooral in zijn brein zat. Uiteindelijk ging hij sterrenkunde studeren.

‘Ik sprong een beetje heen en weer en kon me heel makkelijk verliezen in iets nieuws,’ vertelt Buijsman. ‘Eigenlijk is dat nooit veranderd. ‘Op mijn twaalfde mocht ik vanuit 4 vwo mijn eerste vak aan de universiteit volgen. Mijn cijfers op de middelbare school kelderden. Ik was alleen nog maar met dat universiteitsvak bezig.’

Met zijn studie sterrenkunde was het ook al gauw gedaan. Want toen Buijsman op een verjaardag via zijn neef in aanraking kwam met de werken van Aristoteles, begon hij onmiddellijk te lezen. Vanaf dat moment zou de filosofie hem niet meer loslaten. Op zijn achttiende studeerde hij af als filosoof aan de Universiteit Leiden. Op zijn twintigste promoveerde hij in Zweden als filosoof van de wiskunde.

Moet je nou creatief zijn om het zo ver te schoppen of juist heel goed aan verwachtingen kunnen voldoen?

‘Creativiteit is zeker belangrijk binnen de filosofie. Je moet heel veel lezen over verschillende theorieën en zelf ontdekken waarover nog niet is nagedacht. Maar toen ik me volledig ging richten op mijn academische werk, werd mijn fantasie wel een beetje naar de achtergrond gedrukt. Ik leerde snel hoe je een wetenschappelijk
artikel zo kunt schrijven dat het gepubliceerd wordt. Dan moet je oppassen dat het geen routinekwestie wordt. Nu ben ik begonnen aan mijn eigen roman, dus die fantasie komt wel weer boven.’

Geen fantasie

In 2018 was de veiling van een van de eerste kunstwerken die waren gemaakt door een computer. Het was een portret van de fictieve Edmond Belamy. De opbrengst overtrof alle verwachtingen. Het kunstwerk leverde 432.500 dollar op, ruim veertig keer zoveel als voorspeld. Het is een van de treffende voorbeelden uit Buijsmans boek waarmee hij laat zien waartoe computers in staat zijn en welke waarde we daaraan toekennen.

Computers kunnen prachtige beelden ontwerpen en muziekstukken schrijven, die zelfs kenners niet kunnen onderscheiden van de originele werken van Bach. Zou je kunnen zeggen dat computers kunstenaars zijn?

‘Dat hangt er maar van af hoe je kunst definieert. Als je kunst omschrijft als het effect dat die op jou als toeschouwer heeft, dan moet je toegeven dat een computer een kunstenaar kan zijn. Maar computers hebben niet zoals mensen een reden waarom ze dingen maken. Ze raken niet ergens door gefascineerd. Ze komen niet met een idee dat ze willen uitdrukken in een schilderij. Een computer volgt gewoon de regels, maar het kan hem niets schelen wat eruit komt. Hij heeft geen idee wat hij aan het doen is.

Stefaan Buijsman

Beeld Sander Heezen

En een kunstenaar weet wel wat hij aan het doen is?

‘Een kunstenaar zal niet over elke penseelstreek nadenken. Maar er is altijd sprake van een overweging waarom hij op een bepaalde manier te werk gaat. Er zijn natuurlijk ook schilders die vanuit hun onderbewustzijn proberen te schilderen en er is een componist geweest die met een dobbelsteen een muziekstuk componeerde. Als hij vijf ogen gooide, schreef hij een bepaalde noot op. Je zou kunnen zeggen dat hij niet over elke noot nadacht, maar hij heeft er wel bewust voor gekozen om kunst op zo’n manier te produceren. En dat doen computers dus niet.’

Hoe werkt zo’n computer die ‘kunst’ maakt?

‘Een voorbeeld van zo’n algoritme is CAN (creative adversarial network). Dat is een algoritme dat uit twee delen bestaat. Het ene deel genereert zo veel mogelijk nieuwe beelden en het tweede deel probeert het werk in een bestaande kunststijl te plaatsen. Lukt dat categoriseren in een bekende stijl heel goed, dan gaat dat werk de
prullenbak in. Zo hou je alleen de kunstwerken over die niet binnen een bestaande stijl passen.

Het is heel knap wat computers nu kunnen, maar het lijkt nog lang niet op wat wij doen. Een computer bedenkt niet zelf een nieuwe stijl, maar vermijdt simpelweg creaties die te categoriseren zijn binnen een bestaande stijl. Dat verschilt wezenlijk van wat wij fantasie zouden noemen.’

Menselijke eigenschappen

Door helder uit te leggen hoe algoritmes werken wil Buijsman onze verwachtingen van kunstmatige intelligentie bijstellen. Natuurlijk moeten we kritisch met algoritmes omgaan – ze kunnen bijvoorbeeld onbedoeld discrimineren – maar hoe slim computers ook worden, ze zullen écht niet plots de macht overnemen, stelt Buijsman. ‘Een schaakcomputer zal niet opeens besluiten dat hij ook kan winnen door zijn menselijke tegenstander te elimineren. Dat komt doordat computers niet werken met een algemeen doel zoals “win deze match”, maar met een veel specifieker doel in de vorm van een +1-score na de laatste zet.’

Toch zijn we voortdurend geneigd om computers menselijke eigenschappen toe te schrijven, stelt Buijsman. Dit staat bekend als het ELIZA-effect, vernoemd naar de chatbot ELIZA, die in de jaren zestig een bezoeker van een lab zo boos maakte dat deze prompt het management opbelde om zijn beklag te doen over de medewerker van de servicebalie. De leidinggevende moest de boze man uitleggen dat hij met een computer had gepraat.

Inmiddels snappen we wel dat een chatbot geen kwade intenties heeft.

‘Maar computers kunnen steeds meer. Ze kunnen personen of objecten verzinnen die niet bestaan of video’s zo bewerken dat iemand een andere boodschap verkondigt (deepfakes). Ze kunnen een overtuigend krantenartikel schrijven. Dat lijkt allemaal heel indrukwekkend en als je dan niet begrijpt hoe het werkt, ben je algauw geneigd om daar meer achter te zoeken. Ik denk dat je dan heel snel uit de bocht vliegt omdat je je er te veel bij voorstelt.’

 

‘Op mijn twaalfde volgde ik mijn eerste vak aan de universiteit’

Want kunstmatige intelligentie is echt iets anders dan menselijke intelligentie?

‘Totaal iets anders. Computers kunnen de menselijke producten van intelligentie nabootsen, maar de onderliggende denkprocessen kunnen ze niet imiteren. Een belangrijk verschil is dat computers altijd wiskunde nodig hebben om te functioneren. De werking van ons brein proberen we achteraf ook met wiskunde te verklaren, maar dan dient de wiskunde als interpretatie en niet als instructie.’

Schilderijen gemaakt door het algoritme CAN
Schilderijen gemaakt door het algoritme CAN

Waarom is het zo moeilijk om menselijke intelligentie in exacte regels te vatten?

‘Denk maar eens na: wat zijn alle regels die je moet kennen om te begrijpen wat “lopen” is? Wij hoeven daar niet over na te denken als we een wandeling maken, maar om een computer te leren lopen moet je heel precies in formules uitdrukken hoe en op welk moment je je been moet bewegen. Daar is geen beginnen aan.’

Chinese kamer

Kunstmatige intelligentie werkt dus anders dan menselijke intelligentie. Juist daarom is moeilijk in te schatten waartoe kunstmatige intelligentie in staat is. ‘Computers maken gekke fouten, die wij vaak totaal niet zagen aankomen,’ vertelt Buijsman. ‘De camera’s van een zelfrijdende auto kunnen prima een scooter identificeren. Maar zodra die scooter omgekeerd op de weg ligt, kan diezelfde computer daar plotseling een parachute in zien. Dat komt doordat computers een breder begrip van de context missen. Dat kunnen we er nog niet zomaar inprogrammeren.’


Portretten van niet-bestaande mensen, gemaakt door kunstmatige intelligentie

Is dat iets wat computers nóg niet kunnen of wat ze nooit zullen kunnen?

‘Dat is de grote vraag. Op dit moment worden er hevige discussies gevoerd tussen filosofen over de vraag of computers ooit zullen snappen wat ze aan het doen zijn. Veel filosofen gebruiken een gedachte-experiment van de Amerikaanse filosoof John Searle om aan te tonen wat de beperking is van computers.

Dit gedachte-experiment heet “de Chinese kamer” en het gaat als volgt. Je zit opgesloten in een kamer en via een luikje krijg je Chinese tekens toegeschoven die je niet kent. Je kunt niet communiceren met de buitenwereld, maar beschikt wel over een groot Chinees-Chinees woordenboek waarin precies staat welk teken je als antwoord naar buiten moet schuiven. De vraag is: begrijp jij wat er wordt gezegd? Natuurlijk niet, zegt Searle. Net zoals jij in de Chinese kamer geen Chinees begrijpt, zo hebben computers geen idee waar ze mee bezig zijn.’

 

‘Een computer is geen echte kunstenaar’

Het gedachte-experiment van Searle kreeg ook de nodige kritiek.

‘Het zou natuurlijk geen filosofie zijn als niet vervolgens iedereen het ermee oneens is. Zoals bij veel gedachte-experimenten is het maar de vraag of dit wel een eerlijke weergave is van de realiteit. Veel gehoorde kritiek is: het draait helemaal niet om die persoon in de kamer. Die spreekt weliswaar geen Chinees, maar de kamer als geheel doet dat misschien wel. Zeggen dat de persoon in die kamer geen Chinees spreekt is dan net zo gek als zeggen dat bepaalde neuronen in je hersenen niet snappen wat jij aan het doen bent. Zo ruziën filosofen wat af, waarbij ze steeds nieuwe variaties op een gedachte-experiment verzinnen.’

Hoe denk je er zelf over? Worden computers ooit even slim als mensen?

‘Ik vind het lastig om daarover te speculeren. Ergens vind ik het wel een aantrekkelijk idee dat onze hersenen ook volgens heel ingewikkelde berekeningen werken en dat er ooit een moment komt waarop we de wiskundige formules van het brein blootleggen. Daar zijn we echt nog lang niet, maar in theorie lijkt het me wel mogelijk. Ik zou in elk geval niet willen zeggen dat het fundamenteel onmogelijk is.’

Hoe zit het met jouw toekomstfantasieën? Word je voor je dertigste hoogleraar?

‘Ach, dat heb ik een keertje geroepen, ja.’ Een harde lach. ‘Ik zie het niet meer gebeuren, eerlijk gezegd. Als ik zie hoe ik nu bezig ben, dan denk ik dat ik heel veel verschillende dingen ga doen. Nu verschijnt mijn derde boek en als het een beetje meezit straks een roman. Ik denk dat mijn cv over tien jaar echt een puinhoop is. Maar wel een leuke puinhoop. Dat zou ik mooi vinden.’

AI: Alsmaar Intelligenter. Een kijkje achter de beeldschermen
Stefan Buijsman
De Bezige Bij
224 blz. | € 21,99