Home Politiek ‘Europa moet de taal van de macht leren spreken’
Politiek

‘Europa moet de taal van de macht leren spreken’

Autoritair leiderschap is in opkomst, stelt politiek filosoof Hans Kribbe. Sterke mannen als Xi en Poetin bedreigen de liberale democratie en haar vrijheden. Wil Europa die behouden, dan moet het beter met macht leren omgaan.

Door Ivana Ivkovic op 26 februari 2021

Hans Kribbe politiek filosoof Stefaan Temmerman beeld Stefaan Temmerman
Cover van 03-2021
03-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

De crisis in Oekraïne in 2014 was voor hem een eyeopener, vertelt politiek filosoof Hans Kribbe. Terwijl in het Westen werd gejuicht om de Maidan-revolutie – de opstand van een nieuwe generatie die democratie wil en bij Europa wil horen – zag Rusland diezelfde gebeurtenissen in een heel ander licht: ‘In Moskou werd gedacht dat de protesten gemanipuleerd werden door het Westen. Het Kremlin zag dit als een machtsstrategie om Rusland te krenken en klein te houden, als een geopolitiek spel. Was dit echt een revolutie, of een soort coup d’état, door het Westen gesteund?’

Dat is achteraf bezien niet zo eenduidig, stelt Kribbe. ‘Russen hebben natuurlijk heel veel propaganda gemaakt, maar er werd ook door het Westen veel geld gespendeerd: oppositiebewegingen werden gesteund, westerse leiders vlogen naar Kiev om de menigte te steunen; Verhofstadt en Hans van Baalen, onder anderen, hebben in Kiev toespraken gehouden. Voor Rusland waren dit doelbewuste pogingen om het regime van Janoekovitsj omver te werpen, nadat hij het associatieverdrag met de EU had afgewezen.’

Waarom, vroeg Kribbe zich af, was het Russisch perspectief voor Europa onbegrijpelijk? Waarom zag Europa dit conflict niet aankomen? In zijn boek The Strongmen: European Encounters with Sovereign Power analyseert Kribbe de worsteling van de Europese politiek met het ruwe machtsvertoon van ‘sterke mannen’ zoals Poetin, die zich steeds meer op het wereldtoneel laten gelden. Europa moet daar beter mee leren omgaan, stelt hij.

Hij schreef dit boek niet alleen als politiek filosoof, maar ook als een filosoof in de politiek – al jaren is Kribbe nauw bij de actieve politiek betrokken. In 2014 werkte hij nog als adviseur voor het Kremlin, als onderdeel van een internationaal team dat de communi­catie tussen Rusland en Europa vooruit moest helpen. Toen de oorlog uitbrak, hield zijn werk feitelijk op. Tegelijkertijd markeerde dit moment een fundamentele breuk: de Europese politiek stelde niet langer de norm die andere landen gaandeweg zouden accepteren.

Rusland en Europa zullen elkaar niet begrijpen zolang ze in twee verschillende talen praten

Blinde vlek

Kribbe begon voor het Kremlin te werken in 2006 en beschrijft dat als ‘een ander tijdperk’: ‘Rusland was toen nog gericht op integratie in het Westen. Ze wilden de termen van die integratie zelf bepalen, en het liep toen al moeilijk en stroef, maar dat was wel het doel. Het conflict in Oekraïne maakte voor beide partijen duidelijk dat de integratie niet meer haalbaar of zelfs wenselijk was.’ De Europese ‘politiek van regels’, zoals Kribbe het noemt, stuitte daar op een grens. Kribbe maakte zich die politiek van regels eigen tijdens zijn werk voor de Europese Commissie vlak na de eeuwwisseling, in de tijd dat Bolkestein Eurocommissaris was.

‘Je wordt opgevoed in een politieke cultuur waarin alles draait om juridische procedures, verdragen, kosten-batenanalyse en economische theorie,’ vertelt Kribbe. ‘Als je dan in Moskou komt, merk je dat deze politiek stuit op onbegrip en weerstand. In het begin denk je nog: we moeten eens goed gaan uitleggen hoe enorm verstandig en goed het is geregeld bij ons, dit is toch de juiste weg waarbij iedereen wint – maar daarmee kom je er niet. Die kloof overbrug je niet door rationeel debat, uitleg of argumenten. Op een gegeven moment besef je dat ze een heel ander perspectief hanteren, dat over zijn eigen logica beschikt; dat ze een ander verhaal hebben, gebaseerd op een andere politieke filosofie.’

Die andere politieke filosofie is gestoeld op de dictaten van de macht, op alles wat een politiek leider moet doen om voldoende macht te mobiliseren, zodat hij zichzelf overeind kan houden. Maar het gaat ook om een geheel eigen taal, die Brussel niet spreekt. En Rusland en Europa zullen elkaar niet begrijpen zolang ze in twee verschillende talen blijven praten. ‘Bovendien, de taal die Brussel spreekt is tegenwoordig helemaal niet zo courant in de wereld,’ zegt Kribbe. ‘Als je gehoord wilt worden, moet je de taal van de macht leren spreken, en jouw belangen en je waarden op een andere manier vertegenwoordigen in de internationale politiek.’

Europa heeft een blinde vlek voor die dictaten en spelregels van de macht, en dat heeft allerlei negatieve gevolgen, aldus Kribbe. Wij denken bijvoorbeeld dat politici zoals Poetin, Xi, Erdogan of Trump gewelddadig zijn en het volk onderdrukken; wij vinden ze eng, gevaarlijk en soms gek. Maar dit beeld is aan bijstelling toe; de politieke werkelijkheid is veel complexer: ‘Hannah Arendt schrijft dat wij macht reduceren tot geweld. Natuurlijk is geweld ook een vorm van macht, maar macht is veel breder en fundamenteler dan geweld. De meeste mensen denken dat Poetin en Xi gewoon hun wil opleggen door middel van de politie, het leger, of de geheime diensten. Maar voordat je dat kunt doen, moet je eerst allerlei mensen binnen de staat aan je weten te binden. Als je alleen staat, kun je helemaal niets. Macht is relationeel, en de sterke man moet een complex geheel van deals aangaan om zich te kunnen handhaven.’

Theater

Machiavelli beschrijft dit subtiele spel in zijn De Heerser, vertelt Kribbe. ‘De sterke leider moet deals sluiten met de elites. Hij’ – in de praktijk is dit type sterke leider altijd een ‘hij’, constateert Kribbe – ‘moet ook allerlei gunsten verlenen aan zijn handlangers, aan mensen die voor hem werken. Maar hij kan de elites nooit vertrouwen, want zij willen zelf de macht grijpen. Daarom moet hij ook het volk, of een deel van het volk, aan zich weten te binden.’

De relatie tussen de sterke man en het volk is heel theatraal, en Kribbe vergelijkt dit met de relatie die een acteur opbouwt met zijn publiek: ‘Je moet zorgen dat je populair en legitiem blijft voor een brede laag van de bevolking. Dat doe je door een personage neer te zetten; je speelt een rol waarin mensen kunnen geloven. Macht is niet eens iets tastbaars, het is een imago. Je vertelt een verhaal aan je publiek waarin je zelf uiteraard de hoofdrolspeler bent.’

De leider kan zich verschillende rollen aanmeten, vertelt Kribbe. Ten eerste speelt hij vaak de man die van aanpakken weet en op een beslissend moment opstaat om de vijanden te verslaan en de crisis af te wenden. ‘Daarom zien we Poetin die op een paard rijdt, in een helikopter vliegt of uit een vliegtuig springt. Maar hij speelt niet alleen de krachtpatser, hij heeft een rijk palet van personages opgebouwd in de loop der tijd. Hij meet zich ook vaak een vaderrol aan; hij is de man die de grootsheid van tsaristische Rusland nieuw leven gaat inblazen. Dan weer speelt hij de rechter die boven de partijen staat. Die personages vinden weerklank in de maatschappij en geven hem autoriteit. Bovendien: hij is een goed acteur.’

Dit politiek theater geeft een machtspoliticus populariteit en autoriteit, maar het maakt hem ook kwetsbaar, benadrukt Kribbe – het toneelstuk kan worden gekaapt door anderen, het beeld kan breken. Het publiek kan het verhaal van de sterke leider ongeloofwaardig vinden. Daarom moet de sterke man zijn imago, dit beeld, zorgvuldig beschermen, en ook goed waken over zijn invloedssfeer in de wereld, het domein dat hij als eigen beschouwt. En dit is iets heel anders dan een politiek gestoeld op instituties, waarin het belangrijk is om de wetten en regels na te leven. Zo bezien is het niet zo verwonderlijk dat Europa en Poetin geen gemeenschappelijke taal vinden. Dezelfde dingen kunnen verschillende betekenissen en gewichten hebben, afhankelijk van hoe je over politiek denkt.

Toch gaat het hier niet om een geheel vrijblijvende keuze tussen twee verschillende talen. ‘Natuurlijk doet Europa ook aan macht, maar die wordt dan geportretteerd als het hand­haven van regels,’ aldus Kribbe. Hij verwijst naar de Duitse denker Carl Schmitt, die stelt dat politiek nooit helemaal neutraal kan zijn: je moet altijd beslissen waar je staat – en een beslissing nemen vereist macht. Macht wordt echter niet altijd als zodanig erkend en benoemd. Bijgevolg is Europa blind voor het feit dat het óók aan machtspolitiek doet.

Gemankeerde politiek

Tegelijkertijd zijn regels en procedures niet slechts een dekmantel. Ze leiden tot een soort gemankeerde politiek: ‘Machtspolitiek verdwijnt niet, maar kan zich ook niet echt ontplooien. Toen ik voor de Europese Commissie werkte, heb ik een dergelijke situatie mee­gemaakt. Het was 2004, en Turkije stond op de agenda – dit was het begin van de toetredings­onderhandelingen. Zulke grote besluiten worden altijd voorbereid, zodat er geen direct conflict ontstaat tussen de commissarissen. Ik ging naar zo’n voorbereidende vergadering, gewapend met allerlei politieke argumenten tegen de toetreding, in de lijn van Bolkestein: Turkije is te groot, er komt een toestroom van migranten naar Europa toe – ik had een hele lijst. Het werd allemaal in één keer van tafel geveegd. Er werd gezegd: ja, dit zijn wel goede argumenten, maar het gaat hier eigenlijk om één vraag: voldoet Turkije aan de criteria, opgesteld in Kopenhagen, om een kandidaat voor toetreding te zijn of niet?’

Door zo’n grote politieke beslissing te vernauwen tot een objectiveerbaar criterium zorg je ervoor dat er geen discussie ontstaat, maar ook dat de politiek ondergronds gaat, vertelt Kribbe. ‘Je gaat andere wegen zoeken om toch weerstand te bieden tegen de toe­treding, terwijl je niet mag zeggen: wij willen dat gewoon niet. Democratisch is dat natuurlijk ook enorm problematisch. Je moet als democratische politicus in een debat kunnen zeggen waar je staat. Je moet steun voor je standpunt kunnen verwerven – die hypocrisie, daar moet je niet in verzeild raken. Dat is ook Schmitts punt: je moet het uiteindelijk kunnen zeggen.’

Sterke mannen het hoofd kunnen bieden en duidelijk kunnen zeggen wat wij willen – dat is Kribbes ambitie voor Europa. Maar is die ambitie niet riskant? Moet de EU zich begeven in een arena waarin het spel met weinig scrupules wordt gespeeld en je lelijke klappen kunt krijgen? Kribbe: ‘Het lijkt me simpelweg onontkoombaar. Bovendien gaat het niet alleen om spierballen, maar ook om het beeld dat je schept’ – denk aan die beroemde handshake van Trump die Macron pareerde met een sterke arm en een stalen grijns.

Uiteindelijk gaat het wel om échte kracht die Europa moet opbouwen. Dat is volgens Kribbe een kwestie van lange adem: ‘We leunen traditioneel op de Amerikanen als het op krachtmetingen aankomt. Door Trump hebben we geleerd dat dat niet zo verstandig is. Ik denk dat de tijd rijp is voor Europa om zich voor te bereiden op de toekomst in een wereld die volgens de regels van de macht opereert.’

The Strongmen. European Encounters with Sovereign Power
Hans Kribbe | Agenda Publishing | 320 blz. | € 29,99

Hans Kribbe
Hans Kribbe (1970) is politiek filosoof en adviseur. Na zijn doctoraat in politieke theorie aan de London School of Economics werkte hij jarenlang in Brussel voor de Eurocommissarissen Bolkestein en Kroes.
Van 2006 tot 2015 was hij als senior partner van een adviesbureau voor EU-zaken ingehuurd door het Kremlin, om de internationale pers- en voorlichtingsdienst van het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken te adviseren. Momenteel werkt hij als consultant in Brussel.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.