Home Liefde Verlangen smaakt bitterzoet
Filosofie en literatuur Liefde

Verlangen smaakt bitterzoet

Anne Carson schrijft betoverende, genre-overstijgende boeken. Haar eerste werk verscheen onlangs in het Nederlands als Eros, bitterzoet.

Door Joke Hermsen op 18 november 2022

Eros liefde 'The Divine Eros Defeats the Earthly Eros' (1602), schilderij van Giovanni Baglione
FM 12 cover spel spelen schaakbord ballerina
12-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

De in Canada geboren schrijfster en classica Anne Carson schrijft boeken die weigeren om zich slechts tot één genre of discipline te beperken. Haar Autobiography of Red (1998) is zowel een roman in versvorm als een erudiet essay over de klassieke oudheid, The Beauty of the Husband (2001) een ‘fictief essay over de liefde in 29 tango’s’, zoals de ondertitel luidt, en Eros the Bittersweet (1985), dat onlangs in een Nederlandse vertaling van Jip Lemmens verscheen, een essay over de liefde, maar ook een filosofische reflectie op literatuur en ‘de activiteit’ van het schrijven.

Van de poëzie van Sappho en de verhalen van Kafka tot het Symposium van Plato en de Metamorfosen van Ovidius wordt de dynamiek van Eros belicht, die zowel doet verlangen als doet wanhopen en niet alleen de geliefden, maar ook schrijvers en dichters treft. In Eros, bitterzoet worden alle thema’s al aangestipt, die in haar latere werk zullen terugkeren. Deze bijna veertig jaar geleden gepubliceerde bewerking van haar proefschrift kan daarom ook als een oertekst in haar oeuvre beschouwd worden, dat naast gedichten en essays uit opera’s, tekeningen en filmscenario’s bestaat.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Brutaliteit

Deze eclectische veelzijdigheid komt de helderheid van haar werk niet altijd ten goede komt. Ik ben meerdere malen gestrand in haar Autobiografie van rood en ander werk. De teksten betoveren me weliswaar, maar soms lijkt Carson de vragen onnodig te willen compliceren of mystificeren, door bijvoorbeeld met Oudgriekse citaten te strooien, of onnavolgbare zinnen te construeren die bij mij ergernis oproepen. Toch blijft haar werk me fascineren, vanwege de intellectuele brutaliteit ervan en de moed om elke literaire classificatie of categorisering gewoon naast zich neer te leggen. ‘Ik begrijp er geen woord van, dus moet het wel goed zijn,’ zoals Margaret ­Atwood ooit opmerkte.

Eros, bitterzoet is niet alleen Carsons eerste, maar ook haar meest toegankelijke werk. De tekst kan als een lange liefdesbrief beschouwd worden. Al lezend dringt zich onwillekeurig de gedachte op dat Carson de tekst met een specifieke persoon voor ogen geschreven heeft – een verloren of onbereikbare liefde –, wat de tekst een grote mate van intimiteit en ook enige autobiografische ‘spanning’ verleent. De melancholie over dit verlies bepaalt van meet af aan de toon van het essay. ‘De eerste die eros bitterzoet noemde was Sappho’, zo begint Carson haar essay, en ‘niemand die ooit verliefd is geweest, spreekt haar tegen’. Eros, bitterzoet is een poging om dat ambivalente gevoel beter te begrijpen.

Dichters stelden Eros voor als een natuurramp

Carson gebruikt met name haar kennis van de socratische dialogen en de Griekse lyrische poëzie om de aard van Eros te analyseren. De liefde is allesbehalve een aangenaam of comfortabel genoegen. De Griekse dichters stelden Eros voor als ‘een invasie, een ziekte, een waanzin, een wild dier of een natuurramp’. Zijn doel is niet om plezier te verschaffen, maar om de geliefden ‘af te breken, te verslinden, te verwonden, te vergiftigen, te stikken of tot poeder te vermalen’. De liefde is een kracht die het zelfbewuste ‘ik’ van de geliefden wil doorbreken. Het ‘ik’ wordt als het ware zo van zijn stuk gebracht dat het zichzelf overstijgt, waardoor het een glimp van ‘de ander in het ik’ krijgt voorgespiegeld, die ‘oeroude droom van de vroegste kindertijd’ bijvoorbeeld, zoals Ovidius schrijft.

Eros laat ons de duistere spelonken van ons innerlijk verkennen, door zijn pijlen door de veilige vesting rondom ons ego heen te schieten. Hoewel dit nogal beangstigend en ontregelend kan zijn – de verworven zekerheden van het ‘ik’ worden immers op het spel gezet –, oefent hij ook een grote aantrekkingskracht op ons uit. Eros stelt ons dankzij die transgressie in staat om zowel onszelf als de wereld met andere ogen te zien. Wie wil zijn oude huid niet eens afstropen om er een nieuwe voor in de plaats te krijgen? Eros laat ons de wereld opnieuw proeven, maar we weten ook dat aan die betovering onherroepelijk weer een einde komt.

Rijkdommen

Carson schrijft dat Eros bitterzoet is, omdat die paradoxale combinatie van pijn en vreugde onvermijdelijk is. Het plezier van de liefde komt voort uit het verlangen naar ‘iets dat ver weg’ en ‘van lang geleden’ is, en de pijn komt onder meer van het besef dat de liefde niet eeuwig kan voortduren, noch dat je je geheel met de geliefde ander kunt verenigen. Carson roept de woorden van Diotima in het Symposium van Plato in herinnering, die vertelt dat Eros het kind is van zijn moeder Penia, wat ‘armoede’ betekent, en van zijn vader Poros, de overdaad en de rijkdom. Aan de ene kant is Eros daardoor ‘altijd arm, zonder schoenen aan zijn voeten en zonder dak boven zijn hoofd’ – de erfenis van zijn moeder Penia. Aan de andere kant heeft hij ook veel van zijn vader meegekregen en is hij ‘altijd op zoek naar dat wat mooi is, ontdekt hij nieuwe wegen die naar nieuwe schoonheden leiden’. Hij zal deze nieuwe rijkdommen echter nooit kunnen behouden of veiligstellen, want ‘zodra hij ze verworven heeft, verliest hij ze alweer’.

Verlangen naar liefde is hetzelfde als verlangen naar inzicht

De ambivalente dynamiek van Eros geldt volgens Carson ook voor het schrijven. ‘De woorden die we lezen en de woorden die we schrijven zeggen nooit precies wat we bedoelen. De mensen van wie we houden zijn nooit precies zoals we ze wensen. Ze komen nooit perfect overeen. Eros zit tussen hen in.’ Elk boek dat de dichter of schrijver voor ogen stond is nooit het boek geworden dat hij of zij daadwerkelijk heeft geschreven. Je begint iets te vertellen en komt voordat je het weet in een ander verhaal terecht. Een boek zal altijd slechts een benadering blijven van wat je bij aanvang voor ogen stond. Altijd blijft er iets ontbreken, iets wat nog niet verteld kan worden. Daarom kan een schrijver ook nooit zeggen dat zijn werk klaar is en voltooid.

Extase

Het verlangen naar liefde en het verlangen naar inzicht en begrip zijn voor Carson hetzelfde verlangen, dat haar het ultieme gevoel geeft van ‘in leven’ zijn. ‘Ik wil weten waarom verliefd worden en leren begrijpen me pas het gevoel geven dat ik echt leef.’ In Eros, bitterzoet vraagt ze zich af waarin die overeenkomst schuilt. Het zit ’m volgens haar met name in de beweging van het willen reiken. Al verlangende rek je de grenzen van je ‘ik’ op door je armen uit te strekken naar datgene wat je overstijgt of je begrip te boven gaat. Juist dankzij dit reiken ontstaat de kans dat er een nieuw inzicht geopenbaard wordt. De liefde en de literatuur zijn beide vormen van extase, waarbij niet het reeds gekende centraal staat, maar juist dat wat je ‘nooit eerder’ zo ervaren hebt. Niet voor niets worden juist die twee woorden – ‘nooit eerder’ – vaak gebruikt om de overrompelende intensiteit van een liefdeservaring te beschrijven.

Het verlangen naar liefde of naar begrip reikt voorbij de gegeven werkelijkheid naar iets anders. Juist daarom laat zij de wereld ‘nieuw’ smaken en schenkt ze Carson, ondanks het weemoedige besef dat het weer voorbij zal gaan, de indruk dat ze ‘echt leeft’. Haar eerste boek over de liefde is een lange, bitterzoete getuigenis daarvan.

Eros, bitterzoet
Anne Carson
vert. Jip Lemmens
Octavo
265 blz.
€24,50