Home Dieren Deze filosoof leefde jaren als beest en leerde iets wezenlijks over de mens
Dieren

Deze filosoof leefde jaren als beest en leerde iets wezenlijks over de mens

Door Florentijn van Rootselaar op 29 juni 2017

Deze filosoof leefde jaren als beest en leerde iets wezenlijks over de mens
07-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Waarom leefde Oxford-ethicus, advocaat en dierenchirurg Charles Foster als dier? Hij leerde iets wezenlijks over goed leven als mens.

Charles Foster leefde met zijn zoon in de Black Mountains van Wales, als das – hij woonde in een zelfgegraven dassenhol en at het dassenmenu: wormen. Hij oriënteerde zich kruipend in het dichtbegroeide bos steeds minder met zijn zicht, en verliet zich op zijn reukvermogen. De Engelsman was ook een otter in de rivieren in Exmoor, liet zich als edelhert opjagen door een hond en zweefde door de lucht als een gierzwaluw. Als stadsvos in Londen at hij het stadsvossenmenu: curry en pizzapunten, in vuilnisbakken achtergelaten. 

Wat bezielde Foster? Waarom verliet de Oxford-ethicus, succesvolle advocaat en dierenchirurg de geciviliseerde wereld? Door zich te verplaatsen in het niet-menselijke dier hoopte hij… meer mens te worden. 

We bevinden ons in het Amsterdamse Bos; omdat het aardig heeft gestormd, liggen er veel takken op de grond. Foster is in Nederland en België vanwege de verschijning van zijn nieuwste boek in het Nederlands: Leven als een beest. Hij is gekleed als een Engelse buitenman, met jasje en stevige buitenschoenen. Vlak onder ons krioelen de wormen waar hij zo eloquent over schrijft. De totale verlamming van de worm als je in hem bijt, de smaak van slijm en aarde. Wormen hebben, noteert Foster, iets wat wijnkenners een uitgesproken terroir noemen. Ze smaken naar de plaats waar ze in de grond zitten. Wormen uit de Chablis hebben een minerale afdronk; die uit Picardië zijn muf en smaken naar verrotting en verhakseld hout.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Onverantwoordelijk

Waarom werd Foster een dier – een niet-menselijk dier, zoals hij zegt? Allereerst was het de omgeving van het bos die hem trok. ‘We weten dat ziekenhuispatiënten na een operatie sneller beter worden als ze uitkijken op een boom. Als je als CEO zo veel mogelijk economisch gewin wilt halen uit je werkkrachten, kun je er maar beter voor zorgen dat ze achter hun computer een stukje groen kunnen zien. Kinderen die niet in het bos komen, zijn veel vaker depressief. Kinderen met autisme doen het veel beter als ze meegenomen worden de natuur in. Het zal dus geen verbazing wekken dat we het vooral goed doen op de plaatsen waar de evolutie ons voor heeft ontworpen – en dat is niet in de stad. 

Sommige mensen vonden het gevaarlijk en onverantwoordelijk dat ik mijn 8-jarige zoon meenam tijdens het dassenavontuur. Dat hij overdag in een hol leefde en overdag door het bos kroop. Dan kan ik niet anders zeggen dan dat de mens is ontworpen voor het bos. Rondkruipen in een bos is oneindig veel beter dan thuis op de bank zitten met een videogame. Dát is pas gevaarlijk.’ 

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Jerome de Lint

De mens vindt zijn bestemming in het bos?
‘Ja, we kunnen heel wat leren in het bos. En zeker als we ons inleven in de dieren. Als beest worden we pas echt mens. Want we leven niet zo intens in onze wereld als we zouden moeten. We hebben vijf zintuigen, ten minste vijf, maar als we er een gebruiken is het wel ons zicht. Wat betekent het dat we ervoor kiezen om de wereld te construeren op basis van 20 procent, op z’n hoogst, van alle beschikbare informatie? Als we beslissingen nemen over relaties, of welke situatie dan ook, dan zitten we ernaast omdat we niet de wereld als geheel erbij betrekken. 

We voelen ook wel aan dat we niet het hele plaatje krijgen. Het verschil tussen wat we doen en tussen wat we kunnen creëert een ontologische duizeligheid. We lopen maar rond met het gevoel dat we niet thuis zijn in de wereld. Dat is de wortel van veel van onze malaise. En dat is niet gek. Als ik een bos in ga en naar een boom kijk, krijg ik alleen maar een visuele representatie van die boom – voor een fractie van een seconde. Die vertaal ik vrijwel onmiddellijk in Charles Fosters gedachten over die boom. En die hebben vrijwel geen relatie met die boom. Dat is een epistemologische catastrofe: we kennen de boom helemaal niet, we hebben er geen toegang toe. Terwijl bomen zoveel indrukwekkender, charismatischer en complexer zijn dan de gedachten van Charles Foster over die boom. Ze zijn zoveel meer dan de fragmenten van gedichten over de natuur die in mijn hoofd rondzingen, zoveel kleurrijker dan mijn herinneringen aan die boom – die hebben eigenlijk niets te maken met die bijzondere boom.’

Zelfs in het onbetekenende stukje grasland waar we op staan, schuilt een enorme rijkdom, doceert Foster. ‘Dit grasveld lijkt een monocultuur, maar als je er een paar centimeter op beweegt, ga je ecologisch gezien van de vlaktes van Kansas naar Antarctica. Door mijn leven als niet-menselijk dier ben ik me ervan bewust dat je dit grasland niet alleen visueel kunt ervaren. Het is net zo goed een geurlandschap! En daarmee een dynamische wereld. De geuren bewegen als de zon opkomt en weer ondergaat, als het regent. Als je je begeeft in de wereld van de geur, kun je tijd zien. Als ik hier de geur van de aarde opsnuif, ruik ik alles van het Carboon tot aan nu. Een momentopname levert me een dwarsdoorsnede van millennia. Wat een opwindende geurcocktail! Visueel is zoiets onmogelijk. Ik kan me proberen de ijstijd voor te stellen, maar je kunt die rechtstreeks ruiken. Je wereld is een dimensie rijker geworden.’

Mensen zijn in vergelijking met dassen geurblind. Anders dan de das zijn wij niet in staat uit luchtjes en geurtjes een wereld op te bouwen. Voor ons is een geur niet verbonden met een bepaalde plek, de objecten in geurlandschappen kennen geen omtrekken. ‘Stel dat je door een stad loopt en geen gezichten ziet, maar een bontgekleurd kleed ziet wapperen. Zo is onze geurwaarneming. En dassen, die zien die gezichten wel. De wereld krijgt vorm, kleur en zelfs persoonlijkheid via hun neus.’ Foster oefenende, sliep met bladeren op zijn kussen, doorkruiste op handen en voeten met zijn neus het bos. En af en toe – heel zelden – ving hij een glimp op van een andere wereld.

En wat leverde dat onderzoek op? Hebt u die boom anders ervaren?
‘Een aantal seconden rook ik de boom, zonder de geur meteen om te zetten in een visuele weergave van de boom. Mijn leven als een das was de poging om de olfactorische wereld binnen te treden. Ik ben er nu van overtuigd dat er een geurlandschap is. Dat zou het visuele landschap moeten aanvullen. Ik beklaagde me dat ik normaal al deze ervaringen miste. Ik was ervan overtuigd: Charles Foster moest een wezen zijn waarbij alle knoppen ingeschakeld waren.’ 

Waarom dan geen das gebleven?
‘Ik denk niet dat niet-menselijke dieren superieur zijn. Een bos ervaren door mensen, zoals mensen het zouden moeten ervaren, is veel interessanter dan de dierenervaring. Ik wil geen dier worden, maar ik ben wel teleurgesteld in de menselijke soort omdat we de wereld niet even zintuiglijk ervaren als het dier.’

Motorfiets

Het gaat Foster niet alleen om een meer intense ervaring, om een betere toegang tot de wereld. Net zo belangrijk is voor hem het contact met anderen – dieren en mensen. En dat contact is alleen mogelijk als je ervan uitgaat dat er zoiets als een gedeelde wereld bestaat. ‘Die beperkte toegang tot de wereld vervreemdt me ook van mijn medemensen. Om een gesprek te kunnen voeren moet ik er enig vertrouwen in hebben dat we hetzelfde zien als we naar een motorfiets kijken. Maar daar ga je wel aan twijfelen als je je slechts verlaat op het zicht, en als je al zo snel belandt in eigen constructies. 

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Jerome de Lint

Dat heeft ook grote gevolgen voor mijn identiteit. Wie is Charles Foster? Hij is een wezen van relaties. En die zijn gebaseerd op het vermogen perspectieven te delen met anderen. Als je die relaties wegneemt, ben je niet alleen een zielig hoopje mens. Het is erger: je houdt op te bestaan. Mijn bestaan is volledig bepaald door de druk van alle relaties. Dat is ook het onderwerp waar ik over schrijf op de universiteit: het idee van een persoon als knooppunt in een netwerk van relaties. Voor mij als medisch ethicus is het interessant om te kijken wat er gebeurt als die relaties sterk onder druk komen te staan door bijvoorbeeld alzheimer. Wat gebeurt er met een persoon als diens herinneringen verdwijnen aan de wereld, als die andere personen niet meer herkent? Hou je daarmee op te bestaan als persoon? Is er nog sprake van menselijke waardigheid?’

Lachend: ‘Wat ik deed toen ik rondkroop door een stuk bos, of naar pizza zocht in een vuilnisbak, was fundamenteel filosofisch veldwerk – zo probeer ik het tenminste aan mijn collega’s te verkopen.’

Denkt u niet wat te overmoedig over ons vermogen om dier te worden?
‘Sjamanen wisten al dat de grens tussen ons en andere dieren poreus is, en tegenwoordig weten evolutiebiologen dat ook. Want we delen een deel neurobiologische machinerie met ze. Ons evolutionaire verleden kent een grote gelijkenis. De krachten die hen hebben gevormd, hebben ons ook gevormd. 

En bedenk: het enige wat ik deed was aandacht schenken. Dat doe ik nog steeds dagelijks, door meditatie. Elke dag zit ik 35 minuten, ik ervaar dan de ademhaling in mijn lichaam. Dat is ongelooflijk moeilijk. Je geest is de hele tijd afgeleid, gaat naar de fantasiewerelden die we voor onszelf hebben gecreëerd. Naar onechte dingen. Het is moeilijk, maar het lukt wel. Hetzelfde geldt voor andere sensaties. Daar kunnen we ons ook op richten – geuren bijvoorbeeld.’

Maakt u de dieren niet te menselijk? 
‘Antropomorfisme is een goede eerste gok, ook bij dieren. Stel je voor: een dierenonderzoeker op de universiteit. Als je ook maar suggereerde dat dieren gedrag vertonen dat op dat van mensen lijkt, kun je het daar wel vergeten – terwijl die dierenonderzoekers toch als ze thuiskwamen hun hond eens in de ogen keken en de hond hen in de ogen keek. Thuis mocht je gerust antropomorf denken over dieren. 
Maar zou het niet veel beter zijn als we die houding van thuis ook hebben als onderzoeker? Als een vos zijn gezel verliest, en die vos komt dag na dag terug op de plek van de dood, en hij maakt kreunende geluiden, dezelfde geluiden die ik maakte toen mijn vader was overleden – is het dan niet aannemelijk dat er zoiets als verdriet is bij de vos? Maar dat is een veronderstelling waarmee je weggehoond wordt als serieus etholoog. We zitten zo gevangen in de computermetafoor. Dieren zijn tegenwoordig hardware die bepaalde software afdraait. Het enige waar we nog over mogen spreken is de toename van corticosteroïden. Maar over emoties mogen we het dus niet hebben. Terwijl alles er bij die vos op wijst dat die emotie er wel is. Laten we daar alsjeblieft beginnen.’

Het klinkt allemaal zo… Engels.
‘Ik geef het toe: het is de wereld van Beatrix Potter – Pieter Konijn in zijn blauwe jasje. Maar ik ben ervan overtuigd dat we daar moeten beginnen als we dieren willen begrijpen, als we willen weten wat er in het Lake District gebeurt. We moeten Beatrix Potter afstoffen, dat gedachtegoed laten marineren in een flinke dosis wetenschap, en besprenkelen met wat filosofie. Het zou weleens kunnen dat we dan een waarachtiger beeld krijgen van het dier dan wanneer we krampachtig elke vorm van antropomorfisme vermijden.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Jerome de Lint

Empathiesportschool

Foster noemt zijn inleving in de dierenwereld uiteindelijk een oefening in empathie. ‘Als je zoiets extravagants doet als je inleven in een das, word je beter in empathie. Als mijn verkenningen in de dierenwereld tot meer empathie kunnen leiden, als ze een soort empathiesportschool zijn, stel ik voor dat iedereen thuis ook die training gaat doen. Want we kunnen wel wat meer empathie gebruiken in de wereld.’ 

Bent u echt empathischer geworden?
Lachend: ‘Ik hoop dat ik een beetje minder onaangenaam en op mijzelf gericht ben. Maar ik ben niet de aangewezen persoon om daar iets over te zeggen. Dat kun je beter aan mijn vrouw vragen, aan mijn kinderen en vrienden.’