Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 4/2021

‘De wereld is er ook zonder mijn beleving’

Carolien van Welij
Filosoof, neerlandicus

Joris van Casteren (45) is schrijver en coördinator van De Eenzame Uitvaart. Deze maand verschijnt zijn boek Eenzaamheid.

Beeld Maarten Noordijk

‘In het Utrechtse Overvecht woonde ik in een kamertje op de bovenste verdieping van een studentenflat. Ik had een geweldig uitzicht. Met een verrekijker van mijn vader bracht ik de hele omgeving in kaart. Op grote vellen papier tekende ik de flats aan de overkant na. Ik wist wie waar woonde, wat mensen op bepaalde tijden deden, welke tv-programma’s ze keken. Die mensen waren voor mij helemaal niet meer echt. Ik dacht: als ik nu die verrekijker wegleg, bestaat dat allemaal niet meer.

Dat idee van solipsisme ging bij mij ver. Ik was ervan overtuigd dat als ik mijn ogen dichtdeed, de hele wereld er niet meer was. Als achttienjarige was dat voor mij een geruststelling. Als de buiten­wereld alleen in mijn hoofd bestond, was het zinloos mijn tijd te verdoen door met mensen in de kroeg te zitten. Ik wilde in afzondering zijn, ik wilde dichter worden.

Een paar jaar later studeerde ik filosofie. Tijdens de colleges filosofische antropologie gaf docent Maarten Coolen het voorbeeld van Husserl over het opkomen van de zon, een bekend fenomeen in onze leefwereld, dat wetenschappelijk gezien helemaal niet bestaat. Als solipsist kon ik denken: als ik niet kijk, komt de zon niet op. Nu besefte ik: de zon komt überhaupt niet op, en die is er ook gewoon zonder mij. De wereld bestaat dus niet dankzij mijn beleving, maar het is precies andersom. Zo stortte mijn idee van solipsisme in. Dat was een nederlaag, mijn hele wereldbeeld viel om.

Zo ontwaakte ik en maakte ik een omgekeerde beweging: ik raakte geobsedeerd door de werkelijke buitenwereld. Journalistiek had ik altijd iets vulgairs gevonden – voor de ware kunst moest je je iets voorstellen. Maar ik ontdekte de esthetische kracht van de banale werkelijkheid en ging op een verhalende manier journalistiek bedrijven. Zonder die weerlegging van het solipsisme had ik nooit mijn non-fictieboeken kunnen schrijven.’