Home De deugd van daadkracht

De deugd van daadkracht

Door Geertje Dekkers op 21 april 2020

De deugd van daadkracht
Cover van 05-2020
05-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De Italiaanse denker Niccolò Machiavelli beschreef hoe leiders zich gedragen, en niet wat ze zouden moeten doen. Politiek en moraal gaan niet altijd samen.

Saai was het niet, rond 1500 in Florence. Als er geen oorlog was, werd er wel een coup beraamd, zette boeteprediker Savonarola de stad op z’n kop of werden de burgers getroffen door de pest. In die wisselvallige wereld groeide Niccolò Machiavelli op, zette hij stappen in de politiek, en schreef hij zijn beroemde boek Il principe (De heerser) en het minder bekende, maar even belangrijke Discorsi.

Die werken zijn te lezen als een zoektocht naar politieke rust. Of, beter geformuleerd: naar een aanpak die voortdurende dreigingen en veranderingen kan weerstaan – naar een bewind dat zelfs in roerig Italië van de Renaissance overeind kon blijven.

Tijdens die zoektocht haalde Machiavelli zijn inspiratie uit Romeinse schrijvers als Cicero en Livius, die hij in zijn jeugd had leren kennen. Want toen hij in 1469 in een verarmde adellijke familie werd geboren, wemelde het in Florence van de renaissancedenkers. Daardoor stond zijn opleiding in het teken van het ‘humanisme’, de geleerde beweging die draaide om klassieke teksten. Al vanaf zijn zevende kreeg hij Latijnse les en zijn hele jeugd lang las hij teksten van de grote Romeinse schrijvers. Die werden zijn bakens in zijn verkenning van politieke systemen.

Daarnaast deed Machiavelli ervaring op in de praktijk. Nadat Savonarola in 1498 op de brandstapel was geëindigd, werd Florence een republiek, en Machiavelli het hoofd van de ‘tweede kanselarij’. Die hield zich in theorie vooral bezig met zaken binnen de republiek, maar Machiavelli bemoeide zich ook met het buitenland. Dat had deels te maken met zijn tweede baan, die van secretaris van de ‘Tien van Oorlog’, een soort ministerie van Defensie.

Dertien jaar lang was Machiavelli in de weer voor Florence, en hij volbracht in die tijd een reeks diplomatieke missies waardoor hij met eigen ogen zag hoe het er in de hoogste politieke kringen aan toeging. Dat duurde tot 1512, toen de kansen keerden en de familie De’ Medici de macht weer overnam. Zij hadden de stad decennialang bestuurd, maar waren laat in de vijftiende eeuw verjaagd. Nu kwamen ze terug en werd Giuliano de’ Medici de nieuwe heerser van Florence.

Dat betekende het einde van Machiavelli’s bestuurlijke carrière. Kort na de omwenteling werd hij gevangengezet op verdenking van een samenzwering tegen Giuliano, en gemarteld. Dat leverde geen bekentenis op, maar hij werd wel verbannen. En zo belandde hij op het schamele buiten van de familie, een kilometer of vijftien buiten de stad.

Geef het volk redenen om loyaal te zijn

Handleiding voor heersers

Daar schreef hij het boekje dat wel is omschreven als een sollicitatiebrief voor een nieuwe bestuurlijke baan in Florence, Il principe. Op het eerste gezicht was het een verhandeling zoals er al vele waren en die ook in Machiavelli’s tijd nog volop werden geschreven: ‘vorstenspiegels’, met adviezen voor een verse heerser, in dit geval Giuliano en diens opvolger Lorenzo de’ Medici. Maar Machiavelli’s werk was van een andere orde dan dat van zijn tijdgenoten.

In een standaardvorstenspiegel stonden vrome en ethisch verantwoorde tips om vooral een rechtvaardig, welwillend en wijs christen te worden. Want macht was, volgens de traditie, alleen legitiem als die op moreel juiste wijze werd uitgeoefend.

Machiavelli liet dat uitgangspunt los. Voor hem hadden legitimiteit en ethiek niets met elkaar te maken. De opdracht van een heerser was om zijn macht te behouden, en eventueel uit te breiden. En op dat punt bracht een moreel juiste houding hem niet verder, zeker niet in een wereld met steeds wisselende machtsverhoudingen, opportunistische vreemde mogendheden en grillige onderdanen. Machiavelli had zelf gezien hoe het werkte en daarom schreef hij een boek waaraan een heerser daadwerkelijk iets kon hebben, met lessen gebaseerd op de praktijk. Want, zo redeneerde hij, mensen gedroegen zich volgens vaste patronen. Wie die doorzag, kon anticiperen op veranderingen, bij de vijand en onder het volk, en zo zijn macht bewaken.

Dat was schrikken voor de lezers: een vorstenspiegel zonder moreel appel aan de heerser. En Machiavelli ging nog verder: hij gaf de principe expliciet de ruimte om immoreel te handelen als dat nodig was om zijn positie te behouden of te verstevigen. Een verstandig leider was niet al te scrupuleus.

Als een heerser bijvoorbeeld een buurland veroverde, met een vergelijkbare taal en cultuur als zijn eigen land, zou het volgens Machiavelli makkelijk zijn om zijn macht daar te vestigen. ‘Het is dan voldoende om het geslacht van de vorsten die er tot dan toe geregeerd hebben uit te roeien.’

Als het veroverde gebied andere gewoonten had, lagen de zaken ingewikkelder en kon het noodzakelijk zijn de steden in het overwonnen gebied te vernietigen. Anders zou het volk maar in opstand komen.


Beeld: Hajo de Reijger

Antiklerikaal

Niet verwonderlijk dus dat zijn boek felle reacties opriep. ‘Dit boek is geschreven door een vijand van de mensheid,’ schreef de geleerde Engelse kardinaal Reginald Pole, die de inhoud afdeed als ‘vergif’. Ook de leiding van de katholieke kerk verafschuwde Il principe en plaatste het in 1559 op de Index, de lijst van verboden boeken. Overigens had de kerkelijk afkeer niet alleen te maken met Machiavelli’s cynische adviezen, maar ook met zijn antiklerikale houding.

Maar wie Machiavelli afrekent op een paar losse, wrange voorbeelden doet zijn werk tekort. Tegenover zijn bloedige tips staan veel vriendelijker adviezen aan de heerser. Verdiep je in de belangen van de bevolking, bijvoorbeeld, en onderdruk niet onnodig.
Machiavelli’s teksten zijn berucht gelaagd en op het frustrerende af meerduidig. Blijkbaar had hij goed opgelet tijdens zijn lessen over klassieke retorici en taalvirtuozen die speelden met dubbelzinnigheid, want zijn werk staat vol met passages die voor allerlei interpretaties vatbaar zijn. Vandaar dat kenners tot op de dag van vandaag discussiëren over de juiste lezing van zijn werk.

Op één punt zijn de meesten het eens: Machiavelli’s loskoppeling van politieke beschouwingen en godsdienst en ethiek was een beslissende stap. Francis Bacon, pleitbezorger van wetenschappelijk onderzoek, prees hem rond 1600 omdat hij ‘schreef wat mensen daadwerkelijk doen, niet wat ze zouden moeten doen’. Daarom wordt Machiavelli wel de vader van de politicologie genoemd, al klinkt dat een stuk moderner dan hij was. Il principe mist de systematiek die we tegenwoordig van een politicologisch traktaat verwachten.

‘Dit boek is geschreven door een vijand van de mensheid’

Het volk is de baas

Zoals hierboven uitgelegd, is de wisselvallige werkelijkheid een van de uitgangspunten van Machiavelli’s werk. Fortuna, het lot, speelt een hoofdrol, en zij wordt in de eerste plaats gevoed door het volk. Dat is het ene moment trouw en bejubelt de heerser, en het andere moment eist het verandering. Wees daarop bedacht, waarschuwt Machiavelli de heerser voortdurend, en geef het volk redenen om loyaal te zijn. Dat kan met harde hand, maar vaak is het slimmer om onderdanen oprecht tevreden te maken.

Vanwege dit soort adviezen hebben sommige lezers geconcludeerd dat in Il principe de echte macht niet bij de heerser ligt, maar bij het volk. Jean-Jacques Rousseau, bijvoorbeeld, las het boek in de achttiende eeuw als een ontmaskering van heersers. Volgens hem liet het zien hoe immoreel een alleenheerschappij was.

Die interpretatie wordt versterkt door Machiavelli’s tweede belangrijke politieke boek, zijn Discorsi. Daarin trok hij lering uit de eerste eeuwen van de Romeinse Republiek aan de hand van boeken van de Romeinse historicus Titus Livius. In de Discorsi schrijft Machiavelli dat republieken een belangrijke voorsprong hebben op landen met één man aan het hoofd. Omdat er geen duidelijke heerser is, hoeft diens macht niet te worden bewaakt, en dat betekent doorgaans meer vrijheid voor het volk. Dat kan bijvoorbeeld het recht krijgen zich stevig te bewapenen – iets wat een alleenheerser nooit zou toestaan, uit angst voor rebellie. En dankzij die vrijheid kunnen burgers zich inzetten voor het welzijn van de republiek, bijvoorbeeld door ten strijde te trekken. Daardoor kan een republiek putten uit een veel groter reservoir van talenten dan een monarchie, waar alles samenkomt in één – beperkte – persoon. En dat maakt een republiek flexibel.

Een republiek heeft meer vrijheid dan een monarchie

Misschien begint Machiavelli onderhand te klinken als een moderne democraat, maar dat zou een misverstand zijn. Zijn politieke gedachten draaiden niet om het welzijn van individuele burgers of andere verlichte zaken. Alles stond in dienst van de macht van de staat, die Fortuna moest weerstaan. Daarom keert het woord virtù in zijn werk steeds terug. Dat kan ‘deugd’ betekenen, maar bij Machiavelli valt het beter te vertalen als ‘(daad)kracht’: de staat moet sterk genoeg zijn om zichzelf in stand te houden en zelfs uit te breiden.

Helaas voor Machiavelli werd Florence tijdens zijn leven geen echte republiek meer – op zijn laatste weken na, toen de leidende De’ Medici tijdelijk werd verjaagd. Zonder politieke taak moest hij zich zelf amuseren en dat deed hij door te schrijven. Niet alleen Il principe en de Discorsi, maar veel meer: een verhandeling over krijgskunst, geschiedenisboeken en ook gedichten en toneelstukken. Renaissanceman Machiavelli beperkte zich niet tot één terrein.

Met zijn schrijfwerk was hij behoorlijk succesvol en in 1520 kreeg hij zelfs waardering van Giulio de’ Medici, de toenmalig heer van Florence. Die gaf hem een opdracht voor een geschiedenis van de stad, die in 1525 klaar was. Er zaten meer opdrachten in de pijplijn, maar Machiavelli had geen tijd meer om eraan te werken: hij stierf op 21 juni 1527.