Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 1/2019

Close Reading Foucault: Seks leert ons wie we zijn

Sophie van Balen
Schrijver en filosoof

Al eeuwenlang zijn we bezeten door seks, analyseert Michel Foucault in zijn net opnieuw vertaalde Geschiedenis van de seksualiteit.

Wie enige simplificering of rigiditeit bespeurt in het #MeToo-debat, maar de formuleringen ontbeert om dit te zeggen zonder als een botte zak over te komen, moet zeker de nieuwe vertaling van Geschiedenis van de seksualiteit eens ter hand – en ter harte – nemen. In dit canonieke werk breekt de Franse filosoof Michel Foucault met het idee dat seks binnen de ‘Joods-christelijke’ morele traditie lange tijd onderdrukt is geweest tot aan zijn bevrijding in de twintigste eeuw. Hij laat zien dat we juist al eeuwenlang met seks in de weer waren. Voortdurend werden we aangemoedigd om er over te spreken. We waren bezeten door een ‘wil tot weten’, alle seksuele handelingen werden voortdurend geclassificeerd. Zo leerde seks ons ook wie wij waren. Waarom, vraagt Foucault zich af, zijn we ‘aan de seks gaan vragen wat we zijn’?

Contradictoir aan de theorie van de onderdrukte of verboden seks schetst Foucault de moderne westerse geschiedenis als een aanzwellend koor aan discoursen over seks, lust en verlangen. Seks is hét geheim bij uitstek waarover we maar niet ophouden. Het gebod tot bekennen dat vorm kreeg in de katholieke biecht is verspreid naar (onder andere) de therapeutische setting, waar de klinische taal van de wetenschap het discours van zonde en eindigheid vervangt. Spreken, luisteren, observeren, interpreteren en kennis vergaren uit het opgetekende, ontwikkelden zich tot een scientia sexualis. Seks betreedt het terrein van de kennis, van waar en onwaar.

Hoofdpunten van belangstelling waren daarbij de seksuele lusten van kinderen, de vrouwelijke hysterie en de perverse seks – terwijl de heteroseksuele monogamie enige rust genoot. Interessant genoeg laat Foucault in deel 2 en 3 (en binnenkort 4) van zijn Geschiedenis zien dat deze thema’s al teruggevonden kunnen worden in de Griekse Oudheid. Toch waren er grote verschillen: zo werd de knapenliefde (volwassen mannen die vielen voor de schoonheid van jongvolwassen jongens) bezongen in termen van de liefde, de verliefdheid en de lust, en de huwelijksrelatie juist als een economische verhouding. Naast de liefde voor knapen en vrouwen speelden twee domeinen een belangrijke rol: het eigen lichaam en de verzorging daarvan, en de relatie van het eigen leven tot de waarheid. Opvallend is, aldus Foucault, dat de seksuele mannenmoraal van de oude Grieken vooral gericht is op het gebruiken van de eigen vrijheid, recht en macht, terwijl dezelfde thema’s zich later zouden ontwikkelen tot terreinen van ‘een intense problematisering van de seksuele praktijk’ (184).

‘In de negentiende eeuw, toen in de psychiatrie, in de rechtspraak en ook in de literatuur een reeks van discoursen tot ontwikkeling kwam over de soorten en ondersoorten van homoseksualiteit, inversie, pederastie, “psychisch hermafroditisme”, werd daarmee in dit “perversiteitsgebied” zeker een enorme vooruitgang van de sociale controle mogelijk, maar tevens kon daardoor een “tegendiscours” ontstaan: de homoseksualiteit begon over zichzelf te spreken, legitimiteit of “natuurlijkheid” voor zichzelf op te eisen, vaak in het vocabulaire en met gebruikmaking van de categorieën die haar medisch diskwalificeerden.’ (103)

“Perversiteitsgebied”

Deze term is een product van de kennis die is opgedaan over seks en ‘seksualiteit’. Een veelheid aan ervaringen, verlangens en praktijken wordt ondergebracht in een categorie – die het zowel mogelijk maakt om haar te diskwalificeren als haar tot verder onderzoeksveld te vormen. Hier kan het typisch foucaultiaanse ‘kennis is macht’ herkend worden: juist de vormen van seksualiteit die bevraagd werden, kwamen onder het vergrootglas te liggen – om daarover vervolgens meer macht te kunnen uitoefenen.

Sociale controle

Dat seks tot kennis werd verwerkt zorgde ook voor verregaande mogelijkheden tot controle, observatie en disciplinering. Afwijkende seksuele lusten kunnen nu worden behandeld als ziekte en het ‘normaal’ werd steeds steviger bepaald. Maar de controlerende macht geldt niet alleen voor de medische instanties. Ook op scholen, op het werk en zelfs in huis gaat het gebruik van labels als ‘homo-’, ‘bi-’ en ‘interseksueel’ samen met bepaalde sociale verwachtingen en geldt er een vaak vastomlijnd idee van wat normaal zou zijn.

“Tegendiscours”

Wat de totstandkoming van categorieën als ‘homoseksualiteit’ extra interessant maakt, is dat de uitbreiding van kennis van de ‘perversie’ ook een verfijning van haar object teweegbrengt: de lust om kennis te vergaren van homofiele seksuele verlangens draagt hierdoor bij aan een vertakking en vermenigvuldiging van die verlangens en maakt dat homoseksuelen een taal hebben ontwikkeld waarin zij zichzelf en hun identiteit kunnen manifesteren.

Categorieën

Gevaarlijk hieraan is dat een tegendiscours, wanneer het de terminologie van dominante discoursen overneemt, zich al binnen de lijnen plaatst die getrokken zijn en ze in eerste instantie beperken en definiëren. Het is dus belangrijk om vraagtekens te plaatsen bij bestaande categorieën, maar ook bedacht te zijn op de macht die uitgaat van zelfgecreëerde labels.