Home Bruno Latour: ‘We kunnen ons de veranderingen nog niet voorstellen’
Mens en natuur

Bruno Latour: ‘We kunnen ons de veranderingen nog niet voorstellen’

Onlangs overleed Bruno Latour. Filosofie Magazine sprak hem eerder over zijn bouwstenen voor een andere samenleving.  

Door Florentijn van Rootselaar op 05 januari 2016

Bruno Latour filosoof beeld Manuel Braun

Onlangs overleed Bruno Latour. Filosofie Magazine sprak hem eerder over zijn bouwstenen voor een andere samenleving.  

01-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Bruno Latour lacht, geamuseerd. Ook bij een gesprek over ‘de grootste strijd voor de mensheid’ blijft hij – dat is het beste woord – ironisch. Misschien komt het doordat hij met zijn filosofische blik de wereld en de mens sub specie aeternitatis beziet. Zeker is, zo wordt duidelijk, dat hij de aarde en haar bewoners ook bekijkt als een kunstenaar, met zijn oog voor drama, tragiek en vooral voor het tragi-komische.

Neem zijn beschrijving van de commissie die vast moest stellen in welk tijdperk we leven. Eigenlijk was het geen commissie, preciseert Latour met plezier, maar een werkgroep van een onder-commissie (over de stratigrafie van het Kwartair van de universiteit van Leicester). De werkgroep stond voor de opgave om misschien wel de lastigste geologische vraag te beantwoorden: is het Holoceen na bijna twaalfduizend jaar afgelopen, en zijn we beland in het Antropoceen? Leven we voor het eerst in een tijdperk waarin de mens de belangrijkste kracht is die de aarde vormgeeft, waarmee de tijd is afgelopen dat de aarde stabiel was, een onveranderlijk decor voor de mens en zijn verhalen, zijn leven en zijn verlangens? ‘Een ondercommissie moest een beslissing nemen over de Zeitgeist’, schrijft Latour in Face à Gaïa, zijn nieuwste boek, over die nieuwe periode. ‘U zult begrijpen waarom ik de spanning ondraaglijk vond.’

De commissie kwam er niet uit. Latour: ‘Maar je kunt niet wachten tot de geologen een beslissing nemen. Wat je ook mag denken van de ideeën van de geologen, een ding staat vast: er is een nieuw klimaatregime, alle oude ideeën over mens en natuur hebben we moeten aanpassen. Daar zie je de weerslag al van bij de klimaatconferentie in Parijs, en die zal de komende jaren alleen nog maar duidelijker worden.’

Want ja, het Holoceen, die periode van grote rust, is onmiskenbaar afgelopen, op ons aardoppervlak zijn de sporen van de mens overal te vinden. Latour somt een aantal op: ‘Erosie, CO2, fosfor, methaan, stikstof, zand, silicium, en ook de zeeën zijn veranderd.’

Die door ons gevormde aarde komt naar ons terug, met geweld. ‘De Galliërs, mijn voorouders, waren bang dat de hemel op hun hoofd zou vallen. Een onterechte angst. Maar nu leven we in tijd waarin het klimaat je wel op je hoofd kan treffen – en daar zijn we bepaald niet klaar voor. Natuurlijk, het broeikaseffect moet worden aangepakt. Maar hoe? Dat is niet evident. Dat vraagt veel werk, politiek-filosofisch denkwerk. Want het klimaatdebat is nu in een impasse beland. De deskundigen moeten zich telkens verantwoorden naar de zogenaamde klimaatsceptici, en dat verlamt ons alleen maar. Om daaruit te komen moeten we de politiek opnieuw uitvinden.’

Scenario’s

We spreken elkaar aan een grote vergadertafel in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft er een bijeenkomst belegd, een filosofische bijeenkomst, om toekomstige scenario’s voor de natuur te bespreken. Het publiek bestaat uit academici, en de ambtenaren en politici die straks het Europese natuurbeleid moeten vormgeven. De sprekers zijn Europese topfilosofen, een dwarsdoorsnede (qua posities, en ook qua landen) van het Europese denken over het klimaat. En ja, dan mag Latour niet ontbreken: de filosoof en socioloog, en directeur van het Sciences Po Medialab in Parijs, schreef de laatste jaren niet alleen meerdere boeken over klimaatverandering, en breder over onze relatie met de natuur, ook is hij een van ’s werelds meest geciteerde wetenschappers in de humaniora en de sociale wetenschappen.

Wat betekent dat nieuwe klimaatregime voor de mens? Voor Latour is dat allereerst een nieuw politiek regime. ‘Niet langer is de wereld het decor waarop we handelen, of het strijdtoneel waarin we gebieden veroveren. Voor het eerst verschijnt dat decor zelf op de bühne, je ziet dat zaken in de politiek verschijnen die we nooit als politiek hadden beschouwd. Het klimaat, de oceaan, de natuurlijke hulpbronnen in het algemeen, en bijna alle chemische producten. En dan gaat het niet alleen om je gezondheid die wordt bedreigd door vervuiling – een van de eerste tekenen dat de wereld is veranderd. Maar het gaat om meer: in het recht, bij activisten, in de politiek, in de kunst zie je dat de veranderende natuur zich opdringt. Tegelijkertijd slagen we er nog niet in die natuur te representeren; door de snelheid en de dynamiek van die veranderingen kunnen we ze ons nog niet voorstellen.’

Dus leven we onbekommerd verder?
‘Dat is ons grote trauma. Anders dan in de klassieke politieke situatie resoneren we niet meer mee met de wereld. We maken ons druk om zaken waar het eigenlijk niet om gaat [Latour gaf dit interview niet lang voor de aanslag in Parijs. Vlak daarna schreef hij een vlammend essay waarin hij stelde – weer met oog voor tragiek – dat door die aanslag de belangrijke kwestie (de klimaatconferentie in Parijs) waar we als wereld sowieso al weinig belangstelling voor konden opbrengen, nu helemaal naar de achtergrond zou verdwijnen. Terwijl dat klimaat, de klimaatoorlog, de echte strijd is die we nu moeten voeren].

‘Het is ongekend, de aarde ontwikkelt zich voor het eerst onder onze ogen, tegelijkertijd zijn de mens en zijn politiek vertraagd. Dat is een curieuze inversie: eerst ontwikkelden we in de politiek een nieuwe visie op het leven, waarmee we aansloten op de geest van de tijd, nu loopt de politiek vermoeid achter de steeds snellere geologische geschiedenis aan.’

Ook vroeger speelde de aarde een belangrijke rol in ons leven, zegt Latour. Maar toen was de aarde alleen nog maar een symbolische kracht, een betekenisvolle kosmos. ‘In vroeger tijden was er altijd een band tussen kosmos en politiek. Maar nu is de aarde voor het eerst letterlijk aanwezig in onze politiek, en daar hebben we geen uitrusting voor. We kunnen niet meevibreren op de verstoringen van het systeem aarde. Nog nooit was een volk in de geschiedenis uitgerust voor zo’n nieuwe geschiedenis van de wereld.’

En daarom reageren we niet?
‘Ja, dat is vreemd. Als hier in dit gebouw, of in je woning, een alarm zou gaan zou je naar buiten gaan. Goed, je hebt altijd mensen die denken dat het een oefening is, maar er zou in ieder geval een reactie zijn. En de kwaliteit en de kwantiteit van het alarm over het klimaat is groter dan het alarm bij een brand! Toch aanschouwen we in volkomen rust de zesde massale uitroeiing die Planeet Aarde momenteel teistert. En we weten: hier in Nederland zal een flinke overstroming zijn. Waarom die onaangedaanheid, vraag ik me af? Natuurlijk heb je de lobby’s, die een kunstmatige productie van onwetendheid financieren. Maar dat verklaart de totale kalmte niet.

Hier moeten we een beetje aan politieke theologie doen. Aan filosofie, politiek of psychologie hebben we nu niet voldoende. We moeten aanvaarden dat we juist ook in onze moderniteit denken en voelen in termen van het Beloofde Land, zo zien we onze aarde.’

Lachend: ‘En het is moeilijk om ons ervan af te krijgen. Eric Voegelin [1911-1985, Duits-Amerikaans politiek filosoof die de totalitaire regimes van zijn tijd beschouwde als politieke religies] duidt dat gevoel in gnostische termen: we hebben de zekerheid dat de aarde ons toebehoort. Anders is onze houding onverklaarbaar, dan zouden we veel sneller hebben gereageerd.’

U vindt dat de mensen gevoeliger gemaakt moeten worden voor die nieuwe aarde. 
‘We hebben niet van nature een gevoeligheid voor kwesties die historisch nieuw zijn, de menselijke civilisaties zijn ontwikkeld in het Holoceen, niet in Antropoceen. Om die gevoeligheid te ontwikkelen, moeten we moeite doen. Mensen sensibiliseren, gevoelig maken voor de veranderingen, dat doe je allereerst via de wetenschap, een wetenschappelijke gevoeligheid is belangrijk, want niets in de ecologische mutatie is voelbaar zonder wetenschappers. De vibratie van de aarde zichtbaar maken, dat is de eerste esthetiek, in de etymologische zin van het woord [gevoelkunde, leer van de waarneming].

De tweede is die van de kunsten. Kunst is nodig omdat dit geen redelijke kwestie is, het nieuwe klimaatregime kunnen we alleen begrijpen dankzij onze passies. Want als we alleen de feiten kennen, reageren we niet. Vooral het theater bezit het vermogen om te werken als een apparaat om de sensibiliteit te vergroten. Het verbindt een klein parlement van mensen, die geroerd worden door wat ze zien, die zelfs veranderen. In die kunst kunnen ook oude mythen een belangrijke rol spelen. We kunnen alle mythen nieuw leven inblazen, dat is ook wat ik doe met de figuur van Gaïa, waar ik nu een boek over heb geschreven. Gaïa was de oermoeder, de aarde in de klassieke mythologie. Of neem de mythe van Prometheus, over de overmoed van de mens, of ook de ark van Noach. Al die oude verhalen hebben een nieuwe, dreigender betekenis dan ooit. We leven voor het eerst in een tijd waarin de aarde op onze handelingen reageert als Gaïa, waarin de natuur niet meer de achtergrond is maar zelf handelt. We leven voor het eerst in een tijd waarin het verhaal van Noach de uitdrukking is van de echte nood die op dit moment heerst. Als we zo een nieuwe gevoeligheid ontwikkelen, is een nieuwe politiek mogelijk.’

Is het niet vreemd dat we via de kunst naar een nieuwe samenleving gaan?
‘Maar historisch zijn we nooit in staat geweest tot een politieke representatie zonder een artistieke verbeelding. Je moet vertellen, je moet iets visualiseren in een ruimte. Dat gold bijvoorbeeld voor het idee van het volk, en eigenlijk voor alle ideeën over politiek, of het nu ging om een democratie of een dictatuur. En ja, dat kan catastrofaal uitpakken – we kennen de verbeelding van de politiek in het Nazi-regime.’

Hoe zou die kunst er tegenwoordig uit kunnen zien? 
‘Neem de simulatie van de klimaatconferentie in Parijs die we voor de conferentie organiseerden. Dat was een vorm van theater, maar net zo goed onderwijs, onderzoek en politiek. Mensen kwamen er bijeen als vertegenwoordigers van de natuur, van de rivieren, de bossen, de zeeën. Het publieke veranderde dankzij dat evenement, en de spelers ook. De krachten van de natuur kregen een vanzelfsprekender kracht, werden zichtbaar voor de mensen. Ze werden gerepresenteerd, en niemand was daar verbaasd over. Dat is politieke kunst.’

Maar is zo’n sessie niet alleen bestemd voor de elite? 
‘Nee, zeker niet. Ik volg veel evenementen op het platteland, met boeren, met burgers. De belangstelling is enorm als je mensen de gelegenheid geeft om te werken aan vragen over onze verbinding met de aarde. Dat is ook heel actueel. Je ziet op dit moment een steeds belangrijker reactionaire politieke macht die wijst op de band met de aarde, op de sterke relatie tussen identiteit en lokale grond. Hier in Nederland, maar ook in Polen, Frankrijk, Italië en in de VS. Het thema leeft. In die gevaarlijke tijd is het zo belangrijk en vruchtbaar om na te denken over een andere bezetting van de aarde. Niet die zoals je die bij extreem-rechts ziet, maar wel een die recht doet aan lokale verschillen, de wens je te verbinden met de aarde, de streek die je bewoont.

De verbinding met de eigen grond zou het motto kunnen zijn van de politieke ecologie. Helaas wordt de lokale grond nauwelijks gerepresenteerd – de ecologie heeft het politieke werk niet goed gedaan. De groene beweging gaat uit van een abstract idee van het globale, van de natuur als dat wat ons allen bindt. We verwachten dat de natuur ons tot een eenheid smeedt, terwijl ze ons verdeelt. Dat idee van natuur is te rationeel, en het is ook in strijd met de werkelijke betekenis van de natuur, als ik hier dat verouderde woord nog mag gebruiken. Er zijn zoveel lokale verschillen dat we eigenlijk niet kunnen spreken van natuur. En dan komt het beeld van Gaïa van pas. Gaïa is de aardlaag waarop wij leven, de kritische zones zoals sommige wetenschappers zeggen. En het blijkt dat de natuur op elke plek specifieke en lokale trekken heeft, afhankelijk van de geschiedenis van een plek. Daarom moeten we af van de notie van natuur, Gaïa is een veel betere uitdrukking van de natuur zoals die werkelijk is.

Iedereen is op een eigen wijze met de aarde verbonden. Ik ben verbonden aan een bepaald type voedsel, een bepaalde globalisering. Voor Nederland gaat de band met de aarde via handel. Nederland heeft niet dezelfde definitie van de kosmos als Frankrijk, als de Malediven, India, de oceanen. Ze zijn in oorlog met elkaar.’

Ah, zelfs in oorlog met elkaar. 
‘Ja, oorlog is een gevaarlijk idee, ik besef het. Maar ik doe het om onder het verlammende idee van een unificerende natuur uit te komen. De natuur is niet een, ze verdeelt juist. Ook daarom noem ik de natuur Gaïa, ze is meervoudig, ze is boos, reageert, en laat ons al helemaal niet weten wat de oplossing voor alle problemen is. Daarom probeer ik als filosoof en intellectueel andere formules te vinden om samen te leven.’

Maar is het niet riskant om zo’n strijd te voeren, terwijl er tegelijkertijd een consensus is tussen klimaatwetenschappers die ons kan verenigen in de strijd tegen klimaatverandering? 
‘Dat zou je denken. Maar dat is niet geval, we zijn – ik zei het eerder – juist verlamd geraakt door die grote natuur.’

Maar u gaat wel heel ver door voor te stellen dat niet de natiestaten, maar de bossen, de zeeën en de bergen gerepresenteerd moeten worden.
‘Maar dat is allang het geval, bijvoorbeeld in de waterschappen van Nederland. Die vormen een soevereiniteit van water en mens, er is ook een dubbele verkiezing. In feite is alles zelfs gerepresenteerd tijdens klimaatconferenties, door wetenschappers, experts, diplomaten, activisten. Maar geen van die machten zien we echt als soevereine macht. We hebben het over lobby’s, terwijl ze op de achtergrond alles bepalen. En hoe zit het met de olie-industrie? We erkennen wel dat die een macht heeft, dat we die moeten dulden of anders allemaal werkloos worden, maar we willen de industriëlen niet op de voorgrond zien. Laten we die machten erkennen, laten we een realistisch strijdtoneel construeren om de conflicten uit te vechten – dat is een argument in de stijl van Schmitt. En, ik houd niet op het te benadrukken, de wereld is nu al deels zo georganiseerd. De komende klimaatconferenties zullen steeds meer dit model hanteren. En: we hebben ooit het representatief systeem uitgevonden, we zullen best een representatie voor de aarde kunnen vinden. Daar zijn we slim genoeg voor.’