Niet-westerse filosofie

Brahman #3

Door Michel Dijkstra, Simone Bassie, Michel Dijkstra en Simone Bassie op 23 mei 2014

Brahman #3
07-2013 Filosofie magazine Lees het magazine

Shankara (800 n.Chr.)
De essentie van het universum ligt verborgen achter de zintuiglijk waarneembare wereld
 
Wat is het?
De ware, onzichtbare werkelijkheid.
 
Hoe kun je hier inzicht in krijgen?
Door je te realiseren dat de empirische werkelijkheid een illusie is.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Bestaat de wereld om ons heen werkelijk? Of is zij slechts een illusie die de zintuigen ons voorspiegelen? Over deze kentheoretische vraag hebben niet alleen westerse wijsgeren zoals Plato en Berkeley, maar ook oosterse filosofen nagedacht. De hindoeïstische filosoof Shankara geeft een idealistisch antwoord: hij stelt dat de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid een illusie is. Achter deze zinsbegoocheling ligt de ware, onzichtbare en zuiver geestelijke wereld, die hij Brahman noemt.
 
Mensbeeld
Shankara stelt dat de mens lijdt aan een foutief of gebrekkig inzicht in de werkelijkheid. Hij denkt namelijk dat de zintuiglijk waarneembare wereld echt bestaat. Dit heeft verstrekkende gevolgen, omdat de wereld vaak een bron van onvrede en verdriet is. Shankara vergelijkt deze onjuiste denkwijze met die van iemand die ’s avonds door een schemerig bos loopt. Plotseling ziet hij op het pad iets langwerpigs liggen. Uit angst dat het een slang is blijft hij stokstijf staan, maar door goed te kijken komt hij erachter dat het een touw is. Zo schrijft iemand die de zintuiglijk waarneembare wereld als echt beschouwt een eigenschap (‘echtheid’) toe aan iets dat een illusie is.
 
Denken over verlossing
Degene die inziet dat het onzichtbare Brahman de enige realiteit is, bereikt volgens Shankara de verlossing. Dit houdt in dat hij na zijn dood eeuwig voortleeft in een geestelijk rijk. Deze toestand kan bereikt worden door meditatie, maar het aandachtig lezen van heilige hindoeïstische geschriften vormt ook een goede toegangspoort. Overigens heeft de mens die na zijn dood Brahman bereikt al in dit leven een bijzondere status. Shankara vergelijkt zo iemand met een zwaan die in het water zwemt, maar niet doorweekt raakt, omdat het vocht van zijn veren af glijdt. Zo leeft iemand die de illusie van de zintuiglijk waarneembare wereld doorziet wel in die wereld, maar deze heeft geen vat op hem en kan hem niet meer ongelukkig maken.