Omdat ik nu eenmaal als literatuurwetenschapper ben opgeleid, waak ik er altijd voor een fictief personage te verwarren met zijn schepper. Dat iemand in een roman coke snuivend de wereld van de raamprostitutie verkent, wil niet zeggen dat de auteur van vlees en bloed dit ook heeft gedaan. Ondertussen bewijst elke schrijversbiografie die ik in handen krijg dat romanciers zich van mijn theoretische onderscheid niets aantrekken: leven en oeuvre blijken innig verknoopt. Verrassender is misschien dat het met biografieën van filosofen net zo is. Als je je verdiept in het leven van beroemde denkers blijken hun filosofische systemen niet het product van de zuivere rede, maar van karakters met een bepaald temperament. De geest staat onder invloed van een fysiek lichaam – Nabokov spotte dat Das Kapital voortkwam uit Marx’ slechte spijsvertering – en lichaam en geest staan samen onder invloed van de buitenwereld.
Schopenhauer was zelf uiteindelijk heel tevreden
Arthur Schopenhauer, de biografie van David Bather Woods, heeft als ondertitel ‘Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie’. De allergrootste pessimist? Die eer komt volgens mij Emil Cioran toe, maar inderdaad, Schopenhauer is een eersterangs zwartkijker: leven betekent lijden en het beste was geweest als men nooit geboren was. Zijn biograaf verbindt dit pessimisme met het feit dat de vader van Schopenhauer overleed toen hij zeventien jaar oud was, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van zelfmoord. Niet alleen moet deze gebeurtenis een vroege schok voor hem zijn geweest, bovendien kun je uit de correspondentie tussen Arthur en zijn zus Adèle opmaken dat beiden erfelijk belast waren en kampten met perioden van diepe somberheid en een drang tot zelfvernietiging. Schopenhauer heeft zich overigens meermaals over zelfmoord uitgesproken: hij hekelde het taboe dat erover bestond en verdedigde het recht om je eigen leven te nemen, maar hij raadde het niet aan.
Verveling
De Duitse filosoof werd geboren in 1788 in Danzig (nu Gdansk, in Polen) en overleed in 1860 in Frankfurt am Main. Hij werd geen koopman, zoals zijn vader wilde, maar studeerde geneeskunde en filosofie en publiceerde al op dertigjarige leeftijd zijn hoofdwerk De wereld als wil en voorstelling. Zijn idee dat we de wereld op zichzelf niet kennen, dat we ons er slechts een subjectieve voorstelling van kunnen maken, steunde sterk op Immanuel Kant. ‘De wereld is wil,’ is daarentegen een originele stelling van Schopenhauer. De diepste kern van het bestaan is de ‘wil’ en deze beïnvloedt hoe we de wereld aanschouwen.
Die wil van Schopenhauer moeten we niet opvatten als de wilskracht van een individu, maar als een kracht of energie die in het hele universum aanwezig is en zich van een individu bedient om zich te openbaren. Dat gaat zelfs zover dat de allereerste, verlangende blik die twee personen van verschillend geslacht op elkaar werpen, al de wil tot leven opwekt van het nieuwe individu dat zij samen zullen verwekken. Seksuele begeerte is een krachtige manifestatie van de wil, maar ons verlangen kan naar van alles uitgaan. Door het verlangen zijn we gedoemd te lijden, want zodra het vervuld is gaat het uit naar iets anders en in het onwaarschijnlijke geval dat we al onze behoeften zouden bevredigen, zouden we lijden door onze verveling.
Waar verlangde Arthur zelf naar? Vooral naar erkenning als filosoof, bij voorkeur uitgedrukt in een mooie positie aan een prestigieuze universiteit. Het uitblijven daarvan ontlokte bij hem onophoudelijke tirades tegen de academische filosofie, waarbij vooral Hegel (‘driekwart pure onzin en een kwart schijnwijsheden’) het moest ontgelden. Tegen zijn idee van het onvervulbare verlangen pleit dat hij, toen hij in de laatste tien jaar van zijn leven eindelijk beroemd werd, daar heel tevreden mee was.
In liefdeszaken was hij een eenzaam man, maar hij waardeerde eenzaamheid. Schopenhauers seksisme in Parerga en paralipomena beschouwt Woods tegen de achtergrond van zijn liefdeloze moeder en een verloren juridisch gevecht met een medehuurster. Alles bij elkaar genomen komt Schopenhauer in deze biografie opvallend sympathiek naar voren. Op het gebied van ideeëngeschiedenis laat dit boek soms te wensen over (waarom was de tijd de laatste tien jaar van zijn leven opeens wel rijp voor zijn pessimisme?), maar Woods heeft de persoonlijkheid van de filosoof kleurrijk getekend. Kennis van Schopenhauers nukken en zijn liefde voor poedels heeft voor mij geen afbreuk aan zijn filosofie gedaan – ganz im Gegenteil.
Arthur Schopenhauer. Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie
David Bather Woods
Spectrum
304 blz.
€ 29,99

