Home Alles is liefde

Alles is liefde

Door Elma Drayer en Elma Drayer|Elma Drayer op 26 februari 2014

Cover van 03-2014
03-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

Een tweedeling tussen emoties en ratio vindt Martha Nussbaum onzinnig. Emoties zijn wat haar betreft ook een bron van kennis en onmisbaar in het maatschappelijk verkeer.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Tijdens het lezen moest ik regelmatig denken aan het beroemde slot van Theo Thijssens roman De gelukkige klas (1926). Om kinderen waarlijk goed onderwijs te geven, zo proef je daarin op elke bladzijde, dient er liefde te heersen in het klaslokaal. De roman eindigt aldus: ‘Want hij wist toen al wat ik nu pas begin in te zien: er is op de wereld maar één ding werkelijk en dat is de liefde. Hij had gelijk, de rest ís altijd nonsens.’

Liefde, en de rest is nonsens. Het is een uitspraak die de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum (1947) ongetwijfeld zou bevallen. Haar pas verschenen boek Politieke emoties is een doorwrocht pleidooi voor het bevorderen van de ene emotie die alle te boven gaat  – niet in de privésfeer, maar in de samenleving.

Nussbaum noemt Politieke emoties ‘een normatief filosofisch project’. Ze bouwt erin voort op het fundament dat ze legde in haar magnum opus Oplevingen van het denken (2001). Daarin trachtte ze aan te tonen dat de tweedeling tussen emoties en ratio onzinnig is. Emoties zijn in haar ogen evenzeer bronnen van kennis.

In haar nieuwe boek betoogt ze dat de ‘kernemoties die een fatsoenlijke samenleving schragen’ allemaal geworteld zijn in liefde. ‘Je zou kunnen zeggen’, schrijft ze in het inleidende hoofdstuk, ‘dat een liberale staat aan burgers – die uiteenlopende opvattingen over zin en doel van het leven hebben – vraagt om met elkaar tot een consensus te komen in een gemeenschappelijke politieke ruimte, de ruimte van fundamentele principes en constitutionele idealen. Maar om die principes werkzaam te maken, moet de staat tevens liefde en toewijding jegens die idealen stimuleren.’ Dus behoeft elke samenleving die streeft naar rechtvaardigheid een publieke religie met rituelen en symbolen. Elke natie heeft behoefte aan ‘een hart’. Zonder liefde zou ons maatschappelijk verkeer volgens Nussbaum ‘levenloos’ blijven en ‘te veel aan de oppervlakte’. Uit onszelf zijn wij namelijk maar in zeer beperkte mate geneigd om empathie te voelen voor mensen die niet op onszelf lijken. In het beste geval respecteren we hen. Maar op alleen ‘respect’ kan een samenleving niet gedijen.

Daar heeft Nussbaum, zoals iedere krantenlezer weet, een sterk punt. Niet lang geleden kwam in het nieuws dat een vrouw tien jaar lang dood in haar Rotterdamse huis had gelegen – door niets en niemand gemist. Zeker, de maatschappij had haar wens om teruggetrokken te leven keurig gerespecteerd. Maar het was respect zonder een greintje mededogen.

De vrouwelijke stem
Net als in eerder werk zoekt de filosofe de hoofdargumenten voor haar betoog in de kunst, de architectuur, de literatuur. Dat zijn in haar ogen evenzeer  ‘teksten’ die ons filosofische inzichten kunnen bieden. Typisch Nussbaum is de uitgebreide analyse van Mozarts Le Nozze di Figaro waarmee Politieke emoties opent. Volgens haar peilt deze opera de menselijke gevoelens ‘die de onmisbare basis vormen voor een publieke cultuur van vrijheid, gelijkheid en broederschap’. Bewijs vindt ze in het personage Cherubino, de enige man in de opera die ‘echt belangstelling’ heeft voor de liefde. Hij belichaamt een liefde die niet streeft naar status en hiërarchie, maar naar ‘een goed’ buiten zichzelf. Dat laatste noemt ze ‘de vrouwelijke stem’.

Van Mozart gaat het naar de poëzie van onder meer Walt Whitman en Rabindranath Tagore. Uitvoerig behandelt ze Herder, Comte en Kant, John Mill en John Rawls. Met al deze filosofen gaat Nussbaum in gesprek: ze bestrijdt ze, corrigeert ze, vult ze aan. Ook besteedt ze ruim aandacht aan politici als Lincoln, Roosevelt, Churchill, Martin Luther King en Gandhi – stuk voor stuk zieners die, niet in de laatste plaats dankzij hun retorische gaven, het volk bezielden en verenigden, en het boven zichzelf uit lieten stijgen.

Minder overtuigend vond ik Nussbaums modieuze uitstapjes naar het dierenrijk. Haar schets van het altruïsme onder niet-menselijke wezens grenst af en toe aan het hilarische. Zo schrijft ze ergens dat ‘alle dieren’ recht hebben op ‘steun voor hun activiteiten en de dingen die ze graag willen’. Alle dieren? Steun? Dingen die ze graag willen? Ook beweert ze zonder blikken of blozen dat dieren zich, anders dan wij mensen, niet bezondigen aan ‘genocide, sadistische martelingen en etnische zuivering’. Wie weleens een kat in de weer heeft gezien met een muizennest zal dit niet snel beamen.

Niettemin verdient Nussbaum ook nu weer alle lof voor haar onvermoeibare engagement met het tijdsgewricht waarin wij leven. Ze analyseert niet alleen, ze probeert ook een filosofisch gefundeerde uitweg te vinden voor de problemen waarmee moderne samenlevingen worstelen.

Jammer van dit boek is wel dat ze haar eruditie en scherpzinnigheid verpakt in zulk taai en ambtelijk proza. Bij tijd en wijle raakte ik volkomen de draad kwijt en kostte het me moeite om door te lezen. Hoewel de vertaling soms vervaarlijk kraakt (‘Constitutionele waarden worden doorgaans aangenomen op een hoog niveau van algemeenheid’) kan het daar niet aan liggen. Het boek – dat blijkens het dankwoord grotendeels een verzameling is van eerdere werkcolleges, lezingen en artikelen – had zeer aan toegankelijkheid gewonnen bij een strenge redacteurshand. Streng, doch liefdevol.