Leontine van Hooft brengt Afrikaanse filosofie naar de werkvloer. ‘Je kunt alleen succesvol zijn als de gemeenschap dat ook is.’
Corporate antropoloog Leontine van Hooft (1959) maakt zo’n twintig jaar geleden in Ethiopië voor het eerst een lekgotla mee: een Afrikaanse volksraadpleging waarbij de deelnemers over een onderwerp vergaderen en samen tot een beslissing komen. De lekgotla gaat over een nieuw te bouwen school in een dorp, een educatief project waarbij Van Hooft nauw betrokken is. Ze vertelt: ‘Het dorpsplein vulde zich met honderden mensen uit de omgeving. Het was een mengelmoes van jong en oud, arm en rijk. De burgemeester bracht de kwestie in: wij wilden samenwerken met de gemeenschap om een school te bouwen.’
Wat Van Hooft direct opvalt, is dat er aandachtig wordt geluisterd naar wat de burgemeester vertelt. Daarna gaan twaalf mensen, uitgekozen omdat ze allemaal een ander perspectief vertegenwoordigen, in een cirkel staan en gaan ze onder leiding van het stamhoofd met elkaar in gesprek. De kring, symbool van de gelijkwaardigheid van de deelnemers, is geen afgesloten ruimte, maar een beginpunt: er worden steeds nieuwe mensen uitgenodigd om hun zegje te doen en vragen te stellen.
Leontine van Hooft (1959) is corporate antropoloog. Ze geeft lezingen en trainingen aan organisaties over de Afrikaanse ubuntu-filosofie. Ook schreef ze meerdere boeken over het onderwerp, waaronder De kracht van Afrikaans denken (2012) en De weg naar bruto mondiaal geluk (2016).
Van Hooft wordt op dat dorpsplein geconfronteerd met wat ze ‘een compleet andere vorm van democratie’ noemt. Ze stelt dat in het Westen meestal dezelfde harde roepers gehoord worden en beslissingen vooral de korte termijn dienen. Een lekgotla werkt volgens heel andere principes: ‘Een probleem wordt vanuit een 360 graden-perspectief ontrafeld. Men gaat op zoek naar de kleinste stem – zoals die van een kind of iemand die niet gauw spreekt. Het doel is om consensus te bereiken. Maar het draait niet om individuele belangen. Tijdens de vergadering groeit het inzicht en de wijsheid van de groep als geheel. Er ontstaat een helix, waarbij alle individuele posities verschuiven. De groep groeit tijdens zo’n proces en er wordt een beslissing gemaakt waarvoor collectieve verantwoordelijkheid wordt gedragen.’
Tekst loopt door onder afbeelding

Ubuntu
Na de vergadering is Van Hooft verkocht. Ze leert dat lekgotla’s onlosmakelijk verbonden zijn met de Afrikaanse filosofie van ubuntu, een woord afkomstig uit het Zoeloe, dat eenvoudigweg betekent: ‘een mens is een mens door andere mensen’. Een andere populaire vertaling: ‘Ik ben omdat wij zijn, omdat de aarde is.’ Van Hooft: ‘Het uitgangspunt is dat alles met elkaar verbonden is en dat je alleen functioneert als je deel uitmaakt van een groter geheel. Het draait erom dat je de ander in zijn of haar eigenheid ziet. Die ontmoetingen met de ander stellen je in staat om jezelf te ontwikkelen en om te groeien. Je kunt alleen gezond en succesvol zijn als de gemeenschap waarvan je onderdeel uitmaakt gezond en succesvol is.’
Wat is ubuntu? | spoedcursus
Het inclusieve, verbindende denken van de ubuntu-filosofie heeft organisaties in het Westen een hoop te bieden, realiseert Van Hooft zich. Op veel plekken staan het succes en het falen van de individuele werknemer centraal, stelt Van Hooft, en hebben bestuurders moeite om draagvlak te creëren voor besluitvorming. ‘Een organisatie is een samenleving in het klein, met een eigen cultuur, rituelen en gebruiken. Tegelijkertijd zie je daar terug wat breder in de samenleving speelt, zoals dat mensen vervreemd zijn geraakt van hun omgeving.’
Inmiddels geeft Van Hooft trainingen op het gebied van ubuntu en leiderschap, onder andere in tbs-klinieken, op scholen en in zorginstellingen. Daarnaast is ze de oprichter van Ubuntopia, een educatief platform waar kinderen kennismaken met de ubuntu-filosofie aan de hand van verhalen, animaties en theater.
Hoe kan ubuntu worden ingezet binnen westerse organisaties? Om die vraag te beantwoorden, is het allereerst van belang te begrijpen hoe die organisaties meestal zijn opgebouwd, zegt Van Hooft, namelijk volgens een piramidemodel. Er is een bestuurlijke toplaag, met daaronder managementlagen en de werknemers op de vloer. Zo‘n model heeft grote invloed op de onderlinge relaties. ‘Je ziet vaak dat leidinggevenden in feite al een beslissing in hun hoofd hebben voordat ze een kwestie voorleggen aan hun team. Omdat er weinig met de inbreng van werknemers gebeurt, voelen zij zich niet gehoord en gezien. Dat zorgt voor problemen zoals een hoog ziekteverzuim, pestgedrag en een hoog verloop van personeel.’
Tbs-kliniek
Volgens het gedachtegoed van ubuntu is een organisatie circulair, vertelt Van Hooft. ‘Dat betekent: als werkgever ken je je mensen en waardeer je hun unieke talenten. Tijdens een vergadering kun je iedereen welkom heten en benoemen welk relevant perspectief ieder van hen meebrengt. Je doorbreekt dan direct de hiërarchie, want iedereen is op een ander gebied de expert. Ook ben je bereid tot niet-weten, tot het herzien van je eigen overtuigingen door wat iemand inbrengt. De werknemer voelt zich daardoor erkend en raakt betrokken: in plaats van de organisatie als springplank te gebruiken voor de eigen carrière, voelt hij of zij de verantwoordelijkheid om de opgedane kennis weer te laten terugvloeien naar de organisatie.’
Van Hooft geeft een voorbeeld: bij de tbs-kliniek waar ze regelmatig werkt, hadden ze te kampen met discriminatie tussen het personeel en de gedetineerden. In plaats van de schuldvraag neer te leggen bij het individu, onderzocht Van Hooft wat er bij het personeel en de gedetineerden gebeurde wanneer zij werkelijk gezien werden. Ze organiseerde een lekgotla waarin alle lagen van de tbs-kliniek vertegenwoordigd waren en zich mochten uitspreken. Toen kwam al naar boven: de gedetineerden hadden het gevoel dat ze niets konden opbouwen met hun cipiers en begeleiders en dus niet goed aan hun toekomst konden werken, omdat er zoveel personeelswisselingen waren.
‘Op dat moment kantelt er iets,’ zegt Van Hooft. ‘Iemand leert over het perspectief van de ander en ook wat voor invloed dat heeft op het welzijn. Zowel bij het personeel als bij de gedetineerden groeit het besef dat ze het samen moeten doen. De besluitvorming verandert: er ontstaan gemengde actie- en werkgroepen van zowel gedetineerden als personeelsleden. We hebben ook onderzocht van welke rituelen de organisatie afscheid moet nemen en wat juist moet blijven. Het Sinterklaasfeest blijkt bijvoorbeeld een belangrijk ritueel waarin van alles samenkomt: iemands fouten worden ingewreven, het goede wordt gewaardeerd. Het blijkt een ludieke manier om, los van de rol die je hebt binnen de kliniek, met goed en fout om te gaan.’
Tekst loopt door onder afbeelding

Goede voorouder
Van Hooft heeft tien regels opgesteld voor ubuntu-leiderschap in de praktijk. Bijvoorbeeld: ‘Verbind je aan iets dat groter is dan jijzelf’, ‘Deel altijd de waarheid’, ‘Word een goede voorouder’. Wat bedoelt ze met die laatste regel? ‘Vanuit de ubuntu-filosofie wordt ieder mens beschouwd als onderdeel van een lange keten van generaties. Er wordt daarom bij een beslissing nagedacht over de invloed op zeven toekomstige generaties. Wij leven op onze beurt met de gevolgen van besluiten van zeven generaties terug. Neem de verantwoordelijkheid een goede voorouder te zijn, en je gaat betere beslissingen nemen.’
In de periode van dit interview doet een parlementaire enquêtecommissie onderzoek naar de politieke besluitvorming en de aanpak van de coronacrisis. De belangrijke sleutelfiguren worden in Den Haag uitgenodigd om zich te verantwoorden voor het gevoerde beleid. Heeft Van Hooft destijds elementen van ubuntu teruggezien in hoe ons land bestuurd werd? ‘Absoluut niet,’ glimlacht ze. ‘Het Outbreak Management Team was geen afspiegeling van de samenleving. Ik heb met een groep een lekgotla georganiseerd over het coronavirus, met bijvoorbeeld aandacht voor de perspectieven van kinderen, ouderen en longcovidpatiënten. Er was ook iemand die de stem van het virus zelf vertegenwoordigde. Want ook dat virus wil iets. “Het virus” zei tijdens de lekgotla: “Ik wil niemand doden. Ik wil me vooral verspreiden.” Je ziet dat men de angst en spanning rond het virus een beetje kan loslaten als dat gezegd wordt. Vervolgens durfde iemand bijvoorbeeld te zeggen hoe erg zij het vond dat ze haar kleinkinderen niet kon zien, dat ze liever het risico had genomen voortijdig te sterven.’
Wie om zich heen kijkt, kan zich wellicht niet aan de indruk onttrekken dat de wereld ubuntu goed zou kunnen gebruiken, maar dat de ontwikkelingen niet direct die kant op wijzen. Leiders met profileringsdrang en bedrijven die volop produceren ten koste van de planeet, zijn eerder regel dan uitzondering. Maar volgens Van Hooft is er geen reden tot pessimisme. ‘Natuurlijk zullen er organisaties zijn die blijven steken in de oude economische logica van winstmaximalisatie en lineaire groei. Maar die groep wordt kleiner. Overal groeit het besef dat wij onderdeel uitmaken van de aarde die we bewonen en dat we daarvoor goed moeten zorgen. Ik zie organisaties hun weg zoeken: de wil om te veranderen is er, maar die moet nog in de praktijk vorm krijgen. Er zijn ook veel organisaties die de stap richting verbondenheid en duurzaamheid al gezet hebben. Ik vergelijk deze ontwikkeling weleens met bamboe: die groeit dankzij een wortelnetwerk dat lang onder de grond blijft en woekert, tot de plant ineens overal naar boven komt. Als dat gebeurt, verandert alles: mensen worden gelukkiger en bovendien kunnen we dan aan onze plicht voldoen om deze wereld op een goede manier door te geven aan volgende generaties.’
