Paul Moyaert: ‘Wat woede zo beangstigend maakt, is dat je nooit van tevoren weet hoeveel agressie er vrijkomt. Ze overvalt ons en lijkt zich van ons meester te maken. Juist doordat boosheid zo plotseling opkomt, ervaren we haar als een emotie waarover we de controle verliezen. Het minste of geringste kan al tot een explosieve reactie leiden: je slaat om je heen, spuwt gif of loopt stampvoetend de kamer uit. Maar daarmee raken we de boosheid paradoxaal genoeg niet kwijt. Woede ontlaadt namelijk niet alleen, maar voedt ook zichzelf. Wie woedend is, wordt vaak alleen nog woedender. Dat zelfversterkende mechanisme heeft iets bedreigends: je weet nooit wanneer de bom barst en hoe hevig de explosie is.
Deze agressieve gevoelens kunnen we niet voorkomen; woede hoort bij het leven. De Oostenrijkse psychoanalyticus Sigmund Freud wees erop dat agressie inherent is aan de menselijke conditie. Toch zoeken we vaak naar een verklaring wanneer iemand een ander kwaad doet, zoals een trauma of een beschadigende ervaring in diens verleden. Maar volgens Freud schuilt agressie in ieder mens, ook in mensen die geen uitzonderlijke tegenslagen hebben meegemaakt. De woede onthult een kant van de mens die we liever niet zien.
Even tussendoor …
Meer lezen over filosofie en emoties? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Daarom brengen we kinderen al vroeg bij dat buitensporige uitbarstingen ongewenst zijn. In de opvoeding leren we ze met boosheid om te gaan en zoeken we manieren om aan je gevoelens te beantwoorden zonder ze te onderdrukken. Je leert je gevoelens te verwoorden, je uit te leven in de sportschool, of tijdens een woedeaanval in een kussen te schreeuwen. Dat zijn waardevolle manieren om met boosheid om te gaan, maar ze laten de agressie die in ons zit niet verdwijnen.’
Paul Moyaert (1952) is emeritus hoogleraar wijsgerige antropologie aan de KU Leuven en psychoanalyticus. Ook werkte hij lange tijd als psychotherapeut.

