‘Europa, ach Europa’ – deze klacht die al meer dan twee decennia te horen is, klinkt steeds luider. Met die verzuchting, die je ook in een boektitel van de in 2026 overleden Duitse filosoof Jürgen Habermas kunt terugvinden, kun je veel kanten op. Het kan gaan om een aanklacht over de waarden van democratie en mensenrechten die Europa te grabbel gooit in de reactie op het oorlogsgeweld in Gaza en Iran, om een oproep om op mondiaal niveau meer zeggenschap te krijgen over economie en politiek, of om een nostalgisch terugverlangen naar de goede oude tijd van het ‘Grand Hotel Europa’, dat Ilja Leonard Pfeijffer in zijn roman oproept.
Ondanks de bijdrage van Habermas laten de filosofen het in deze discussie over Europa vaak afweten. Daarin lijkt recent door twee boeken enige verandering te komen. Het continent zonder eigenschappen van Peter Sloterdijk was echter een teleurstelling: het ging meer om opgeklopte filosofische meningen dan om een serieuze doordenking. Vergeleken hiermee kreeg Het Westen van Josephine Quinn wel veel positieve aandacht.
Quinn is hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Cambridge en haar boek bestaat dan ook uit één groot historisch verhaal. De centrale these is dat de gedachte dat de Europese beschaving op een unieke traditie berust, geen hout snijdt. Quinn laat zien dat het Westen in een geschiedenis van zo’n vierduizend jaar in het contact met de omliggende culturen vormkreeg. De lof die zij voor haar vuistdikke en goed gedocumenteerde studie kreeg, is meer dan terecht: Het Westen is een rijk boek met veel verrassende informatie over de meest uiteenlopende wetenschappelijke en culturele ontwikkelingen. Ik heb ervan genoten.
Verslagen vijanden
De vraag die mij hierbij wel bezighield, is hoe we Het Westen filosofisch moeten duiden. Houdt Quinns hoofdthese, die een kritiek vormt op het eurocentrische denken, stand? Deze these is niet zozeer nieuw, zoals wordt beweerd, maar juist al tweeduizend jaar oud. In de Aeneis van Vergilius, het stichtingsepos van Rome, werd zij al in een aantal beroemde zinnen uitgesproken. Anchises, de vader van Aeneas, voorspelt de toekomst van Rome: Rome zal niet zozeer uitblinken in originele wetenschap en kunst – andere volken zullen de toon aangeven en de Romeinen kunnen enkel kopiëren – maar wel in politieke verhoudingen, waarin de verslagen vijanden als bondgenoten gespaard zullen worden.
Deze oude profetie is onder anderen door de Franse historicus Rémi Brague in Europa. De Romeinse weg doorgetrokken naar ons hele continent. Volgens zijn analyse speelt Europa graag zonder al te veel scrupules leentjebuur bij volken en culturen van buiten het continent. In de openlijke erkenning hiervan ligt volgens Brague juist de kracht van Europa. Het is voor mij onbegrijpelijk dat Quinn deze visie van haar Franse collega nergens noemt. Sloterdijk nodigde Brague nog wel uit bij zijn lezingen en zinspeelde op de Romeinse weg van Europa. Quinn kent de Aeneis ongetwijfeld beter dan ik, maar zwijgt in alle talen over de voorspelling van Anchises. Dat doet niets af aan de rijkdom van het boek, maar verzwakt wel haar filosofische these.
Een andere filosofische vraag bij Het Westen betreft het gewicht dat aan historische gebeurtenissen toegekend moet worden. Ligt dit vooral bij de gebeurtenis zelf of heeft het ook te maken met de verhalen die soms veel later aan een gebeurtenis ontspruiten? Quinn lijkt vooral voor het eerste te kiezen, terwijl de tweede interpretatie volgens mij vaak belangrijker is. Kortheidshalve moet ik mij hier tot één voorbeeld beperken: de Slag bij Marathon. Voor de Atheners, die hier de Perzen versloegen, ging het om de grote strijd van vrijheid tegen dictatuur. Volgens de beschrijving van Quinn was het echter een onbelangrijke gebeurtenis: de Perzen trokken zich terug, waarbij hun trots ongebroken bleef. Het zou slechts gaan om een kleine schermutseling aan de grenzen van hun immense rijk. Quinn acht het duidelijk overdreven om hier te spreken van een beslissende historische gebeurtenis. Daar heeft ze ongetwijfeld gelijk in als we naar de directe historische context kijken, maar ze vergeet de kluwen van de verhalen die zich vanuit deze gebeurtenis over Griekenland en Europa ontrolde. De geschiedenis van Europa is daarom rijker dan Quinn in haar toch al omvangrijke boek voorstelt.
Het Westen. Een 4000-jarige geschiedenis
Josephine Quinn
vert. Maarten van der Werf en Brenda Mudde
Thomas Rap
624 blz.
€ 44,99


