Home Het kwaad Afdalen in jezelf met Etty Hillesum | recensie
Het kwaad

Afdalen in jezelf met Etty Hillesum | recensie

Door Alicja Gescinska op 21 mei 2026

Etty Hillesum
Portret van Etty Hillesum uit 1939
Filosofie Magazine Kun je gek zijn als niemand het ziet
06-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verzette Etty Hillesum zich door te denken. Jan Oegema schreef een waardevol boek over deze dagboekschrijver.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Haar nagelaten geschriften tellen zo’n zevenhonderd bladzijden, maar uitgepraat raken we er niet over: talloze studies zijn reeds gemaakt van de Joodse dagboeken brievenschrijver Etty Hillesum (1914-1943). Kan daar dan nog iets waardevols aan toegevoegd worden? Jazeker, bewijst Jan Oegema’s Een apart soort moed.

In 1941 begon Hillesum met het schrijven van haar dagboeken. Op het moment dat de Jodenvervolging in Nederland op volle toeren begon te draaien, onderwierp Hillesum zichzelf aan diepgaande introspectie. Een gangbare kritiek is dat Hillesum in haar dagboeken nauwelijks een sociaal-politiek bewustzijn lijkt te bezitten. Haar zelfanalyse wordt als teken van narcisme en egoïsme gezien: een terugtrekking in een innerlijke citadel. Ook haar bewuste keuze om te delen in ‘het lot van haar volk’, zoals ze het zelf noemt, haar keuze om niet onder te duiken, wordt gezien als teken van lijdzaamheid, passiviteit, als weigering om zich te verzetten.

In Een apart soort moed wordt duidelijk hoe onterecht die kritiek is. ‘Hillesum is vechtlustig, onderschat haar niet,’ schrijft Oegema al aan het begin van zijn boek. Verzet tegen het kwaad kent vele vormen. Hillesum neemt niet de wapens op, maar de woorden. Ze kiest in volle oorlogstijd resoluut de weg van ‘het onderzochte leven’. Als gedachteloosheid inderdaad een primaire karakteristiek van het kwaad is, zoals Hannah Arendt stelt, dan is denken een verzet tegen het kwaad. Oegema noemt dit een ‘alternatieve politiek’ en die vergt moed.

‘Zelfmoed’ is het centrale begrip van Oegema’s boek: de durf om naar de diepte in jezelf af te dalen, om jezelf helemaal te ontleden. In haar introspectie was Hillesum niet louter om zichzelf, maar vooral om haar medemens bekommerd. Hillesum wroette in zichzelf om daar, in de diepste grond van haar gedachten en gevoelens, God en haar medemens te vinden, zodat ze zich vervolgens ten dienste zou kunnen stellen van de Ander en de ander.

Lijdende medemens

Een apart soort moed is tegelijk een biografisch portret en een analyse van Hillesums geschriften. Het boek is opgebouwd in vier delen. In het eerste licht Oegema de betekenis van enkele minder bekende dagboekfragmenten van Hillesum toe. In het tweede gaat hij dieper in op de atypische religiositeit en spiritualiteit van Hillesum. Daarna komen we tot de echte kern van de zaak. In het derde deel richt Oegema zich op Hillesums handelen in kamp Westerbork, waar ze vrijwillig heenging om te helpen, en vergelijkt hij haar met Antigone. In dit hoofdstuk komt de sociale dimensie van Hillesums denken en doen volledig tot uiting. Hillesum zei net als Antigone ‘nee!’ tegen het onrecht om haar heen. Hillesum was ‘gelukkig in Westerbork’, omdat ze daar zinvolle daden kon stellen, haar lijdende medemens kon helpen. De introspectie van de voorgaande maanden boden haar hiertoe niet enkel een filosofische onderbouwing, maar ook de persoonlijke motivatie en kracht.

Hillesum keek dus niet lijdzaam toe. Zo bleek enkele jaren geleden ook uit een nieuwe biografie van verzetsstrijder Ies Spetter dat Hillesum geholpen heeft bij de ontsnapping van Joodse kinderen uit Westerbork. Inderdaad: Hillesum was vechtlustig in het aanschijn van het kwaad. In het laatste deel van zijn boek beargumenteert Oegema dat we veel van Hillesums zelfmoed kunnen leren. Oegema steekt zijn bewondering niet onder stoelen of banken, en dat is verfrissend. Ja, Hillesum is vele mensen tot inspiratie. Sommigen hebben van haar een heilige willen maken, een morele gids of goeroe. De academische literatuur poogt die ‘idolatrie’ dan weer te onderdrukken: zulke verafgoding kan de objectieve analyse alleen maar in de weg staan. Niet bij Oegema: zijn bewondering voor Hillesum en het feit dat hij in haar zelfs een vriendin ziet, verdiept zijn boek.

Even tussendoor …

Meer lezen over Etty Hillesum en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Sterk aan Oegema’s werk is ook dat hij wijst op de poëticale verdiensten van Hillesum. Hillesum wilde heel graag schrijver worden, maar in de gangbare kritieken geldt dat dit schrijverschap in de kiem werd gesmoord door haar dood in Auschwitz. Nee, stelt Oegema: met haar dagboek maakt Hillesum waar waarnaar zij verlangde. Haar dagboekfragmenten en brieven bezitten een ‘vrijmoedigheid die voor de meeste literaire auteurs van dat moment een brug te ver zou zijn’. En ook: ‘Hillesums taal stroomt vanaf het eerste moment en zal haar brengen waar zij wil. Haar taal weet vaak meer dan ze zelf weet.’ Zowel met haar schriftuur als met haar daden dwingt Hillesum blijvende fascinatie af, en inderdaad ook bewondering.

Een apart soort moed. Etty Hillesum nu
Jan Oegema
Boom
252 blz.
€ 24,90

Loginmenu afsluiten