Filosofie is vragen stellen, zegt men. Maakt het ook uit wat voor soort vraag je stelt? In de wetenschap geldt een goede onderzoeksvraag formuleren als bewijs dat je begrijpt waar je mee bezig bent. Daarom krijgen studenten er hoofdpijn van. De vraag moet niet te breed en niet te beperkt zijn, niet al beantwoord, maar wel beantwoordbaar.
Filosofie zou handelen in vragen waarop juist geen antwoord bestaat. Ik herinner me dat Paul van Tongeren ons als studenten voorhield, ik parafraseer: ‘Als je aan je geliefde vraagt “Hou je van me?” – wat denk je dan te leren?’
Madelaine Ley, een ethicus op gebied van AI en robots die als tegenwicht spirituele manifestaties organiseert, zei toen ik haar sprak voor dit blad dat we ook mooie vragen zouden moeten formuleren. Misschien krijgen we dan wat meer van het schone en goede terug.
Wat is een mooie vraag? Ley gaf als voorbeeld: hoe kunnen we van elkaar houden? Nogal weeïg, geef ik toe. Weerzin betekent echter ook dat er iets gebeurt. Niet meteen weglopen! How can we stay with the trouble, vraagt Donna Haraway. Of Kierkegaard: durf je te springen?
Ik denk weleens: kan ik de ander vergeven dat die bestaat? En mezelf?
