Home Schuld ‘We zijn verantwoordelijk voor de erfenis die we met ons meedragen’
Schuld

‘We zijn verantwoordelijk voor de erfenis die we met ons meedragen’

Door Jolanda Breur op 24 oktober 2017

‘We zijn verantwoordelijk voor de erfenis die we met ons meedragen’
Cover van 11-2017
11-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Ben je als samenleving schuldig aan de wandaden van je voorouders? Nee, zegt politiek filosoof Avishai Margalit. ‘Maar je bent er wel verantwoordelijk voor.’ 

Kan een hele samenleving schuldig zijn? Ja, zegt politiek filosoof Avishai Margalit. De Israëlische emeritus hoogleraar verwierf wereldwijde bekendheid met De fatsoenlijke samenleving. Aan de hand van thema’s als burgerschap, privacy en bureaucratie onderzoekt hij daarin de begrippen ‘respect’ en ‘vernedering’. Een samenleving die zich schuldig maakt aan het vernederen van haar leden is volgens hem onfatsoenlijk. 

Geboren in het voormalige Palestina weet hij als geen ander hoe mensen tot tweederangsburgers gedegradeerd kunnen worden. Margalit studeerde economie en filosofie aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en ontpopte zich als een warm voorstander van mensenrechten en internationale samenwerking. Hij stond aan de wieg van de belangrijke Israëlische vredesbeweging Vrede Nu. Toch is hij gematigd voor een vredesactivist. Een fatsoenlijke samenleving is volgens hem realistischer dan een rechtvaardige. En daarbij hanteert hij een negatieve ethiek. Het vermijden van vernedering prevaleert boven een hooggestemd idealisme. Kleinerend gedrag is concreter en daarom makkelijker te voorkomen. Respect ziet hij als bijproduct van een levenshouding en als minder goed aantoonbaar.

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Dik Nicolai

Zijn ideeën werden in 2001 bekroond met de Spinozalens, een internationale prijs voor wetenschappers die de ethische grondslagen van de samenleving doordachten. Hij voerde in de bezette gebieden vele gesprekken met Palestijnen en immigranten uit voormalige communistische landen. Zij overtuigden Margalit van het belang van eer en vernedering in mensenlevens. Dat spoorde hem ertoe aan deze begrippen centraal te stellen in een politieke filosofie.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Zijn een staat en een inwoner elkaar iets verschuldigd?
‘Ze moeten allebei de geldende wetten respecteren. Als ze die overtreden doen ze iets fout en zijn ze juridisch schuldig. Eventueel volgt dan een straf. We kunnen ook spreken van morele schuld, waarbij geen officiële vergelding in het geding is. Een ander onderscheid berust op schuldgevoel. Je kunt schuldig zijn zonder dat te beseffen, of je schuldig voelen zonder dat te zijn. En dat is iets anders dan schaamte, waarbij iemand door de ogen van een ander naar zichzelf kijkt. Schuldgevoel laat je naar jezelf kijken door het innerlijk oog van je geweten.’
 

Kan een samenleving moreel schuldig zijn?
‘Ja, zowel tegenover een andere gemeenschap als jegens haar leden – denk aan de slachtpartijen in Rwanda. Het hangt af van wat geaccepteerd en wat laakbaar is in een cultuur. Genocide is duidelijk moreel afkeurenswaardig en de hele gemeenschap is erbij betrokken. Dan spreek je van een schuldige samenleving. Ook als slechts een deel de fout in ging. Die mensen zijn ook individueel schuldig.’

En degenen die toekeken niet?
‘Wat iemand had kunnen of moeten doen is lastig te bepalen. Als je niet actief deelnam, ben je onschuldig.’

Hoe zit het met wandaden in het verleden? Draagt bijvoorbeeld de huidige generatie Duitsers nog schuld aan de zonden van nazi-Duitsland?
‘Deze generatie maakte die fouten niet. De Duitsers hoeven zich daar niet schuldig over te voelen, want hen treft geen blaam. Ze zijn wél verantwoordelijk voor wat ooit in hun gemeenschap gebeurde. Tenminste, wanneer ze vinden dat ze tot die samenleving behoren en zich er niet van afzonderen. En als ze willen dat deze blijft bestaan. Stel dat mijn vader me een schuld nalaat, dan ben ik daar niet schuldig aan. Ik ben wel verantwoordelijk voor die erfenis.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Dik Nicolai

Wat kunnen Duitsers nu nog doen – het goede voorbeeld geven?
‘Zich fatsoenlijk gedragen, maar niet per se beter dan de rest van de wereld. Ze hebben vooral een verplichting tegenover de mensen wie in het verleden iets is aangedaan. Zo zijn er nog altijd gestolen spullen niet teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren.’

Hoe neemt een samenleving verantwoordelijkheid? De Nederlandse bevolking telt bijvoorbeeld nakomelingen van inwoners uit onze voormalige koloniën. Daar werd soms bruut huisgehouden. 
‘Een gemeenschap doet wat nodig is om het leed te compenseren. Hoe hangt af van wat er gebeurde, wanneer en wie de nakomelingen zijn van de slachtoffers. Bij fouten in het verleden zijn er vaak honderden vragen te beantwoorden. Mogelijk kun je niets doen, behalve wandaden benoemen of erover schrijven. Dat koloniale verleden behoort tot de Nederlandse geschiedenis, het is een erfenis. Jullie zijn waarschijnlijk niet alleen maar trots op de Gouden Eeuw. Als je deel denkt uit te maken van de Nederlandse samenleving, kun je op z’n minst de fouten erkennen.’

Moeten we bij de schuldvraag over misstanden in het verleden nog rekening houden met de moraal van die tijd?
‘Inderdaad, anders bezondigen we ons aan moreel anachronisme, ofwel het negeren van de historische context. Dan veroordelen we nu mogelijk beleid of acties die vroeger niet aanstootgevend waren.’

Volgens Margalit is een samenleving aan te spreken op haar reële opties in de betreffende periode. Dat relativeert niet de verwerpelijkheid van bijvoorbeeld slavernij, maar wel de morele aansprakelijkheid.
‘Maar als er toen al serieuze proteststemmen klonken, dan was het gedrag in kwestie gewoon abject.’

Een deel van de nakomelingen voelt zich gediscrimineerd en vindt dat blanken de samenleving domineren. Zo loopt hier een verhitte discussie over de Zwarte Pieten-traditie.
‘Racisme en discriminatie zijn verwerpelijk, maar hebben niet altijd met het verleden te maken. Het kan om de huidskleur gaan of om het feit dat een groep in de minderheid is. Ik zie niet hoe je dat kunt compenseren met het oog op de geschiedenis. Het gebruik van Zwarte Piet vind ik vernederend, ongeacht het verleden. Ik begrijp dat mensen dat als schokkend ervaren.’

Veel autochtone Nederlanders zien geen rassenideologie weerspiegeld in deze culturele traditie.
‘Kijk eens in de Oxford English Dictionary onder “Dutch”. En signaleer de sporen van de rivaliteit tussen Nederland en Engeland ten tijde van de Engelse Oorlogen in de Gouden Eeuw. Dutch comfort betekent “het wordt alleen nog maar erger”, Dutch courage staat voor dronkenmansmoed en een dutch widow is een hoer. Deze beledigingen hebben geen emotionele kracht meer, ze staan in een woordenboek en zijn hooguit historisch interessant. Maar de Zwarte Pieten-traditie is een actieve vernedering. Mensen geven daar nu betekenis aan.’ 

De filosoof verwijst in Een fatsoenlijke samenleving naar actieve symbolen van collectieve representatie, ofwel gangbare stereotyperingen van sociale groepen. Hij is zich ervan bewust dat de basis van die schematisering of hokjesgeest een cognitieve noodzaak is. Margalit bedoelt hier echter de buitensporige nadruk op negatieve eigenschappen van een groep. Hij meent dat die cultureel en historisch bepaald zijn, maar als aangeboren en onveranderlijk worden bestempeld. Ook al zijn het clichés, de ideeën blijven hangen. Daarom grenst deze stereotypering volgens hem aan racisme. Hij noemt vooroordelen als de opvliegendheid van Italianen, luie zwarten en de kliekjesgeest van Joden.

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Dik Nicolai

 

Politiek correct

Ligt hier geen politieke correctheid op de loer? Wanneer collectieve representaties worden beknot en je anderen niet mag beledigen, kan een sfeer van hypocrisie ontstaan. Mensen houden hun ongeoorloofde gedachten voor zich en fatsoen is slechts schijn. Dat is volgens Margalit misschien nog wel erger. Want lucht geven aan die gevoelens en je mening uiten, stellen een ander in de gelegenheid dat verhaal te weerleggen. Daarom maant hij tot voorzichtigheid met beperkingen voor individuele burgers. Over instituties is hij echter uitgesproken: ze dienen zich strikt neutraal op te stellen.

‘Burgers kleineren geeft geen pas in een fatsoenlijke samenleving. En daarmee bedoel ik: mensen niet als mensen behandelen. Kleine beledigingen en klachten in de zin van dat men zich niet op zijn gemak voelt, gaan over omgangsvormen en vormen geen serieus moreel probleem. Dat zie ik wel bij onderdrukkende regimes zoals dictaturen. Denk aan Argentinië en Franco in Spanje. En hoe ga je daarna als jonge democratie verder? Vooral wanneer daders amnestie kregen en slachtoffers niet de macht hadden om genoegdoening te eisen. Een groter dilemma voor Nederland is de huidige immigratie, waarbij echt racisme opduikt.’ Hij doelt op de negatieve stigmatisering van bevolkingsgroepen in de politiek. De grenzen van een fatsoenlijke samenleving zijn volgens hem die van de natiestaat, en daartoe behoort iedereen die binnen dit gezagsgebied valt.
 

Zelfrespect

Maar wanneer maakt iemand zich schuldig aan beledigen en waar gaat dat over in vernederen? Een belediging hangt volgens Margalit samen met de blik van anderen, omdat ze de reputatie van een persoon beschadigt. Daarom is het een ‘sociale ondeugd’. Iemand voelt zich terecht geschoffeerd als de belediging onterecht is en wanneer hij verwacht aan sociaal aanzien in te boeten. Een vernedering degradeert een mens tot een ding, dier of inferieur persoon, en is naast onrechtvaardig altijd beledigend. Iemand uitsluiten van de ‘menselijke familie’ tast zijn zelfrespect aan.

In zijn boek Compromissen en rotte compromissen uit 2009, over de spanning tussen vrede en rechtvaardigheid, rept hij van ‘zacht’ racisme zoals triviale raciale vooroordelen. ‘Hard’ racisme, de nazivariant, zet aan tot onderwerping of uitroeiing van zogenaamde inferieure rassen, zoals Joden en zigeuners. Respect voor alle menselijke wezens ligt ten grondslag aan Margalits moraal. Wanneer je deze gedeelde menselijkheid ontkent en daarnaar handelt, bevorder je het radicale kwaad. Dan ondermijn je de moraal zelf. 
 

Welke rol spelen ambtenaren in een schuldige samenleving?
‘Staten kunnen juridisch schuldig zijn, de mensen die ze runnen moreel. De Reichsbank in nazi-Duitsland profiteerde van buitgemaakte bezittingen van anderen. De medewerkers die het beleid van de centrale bank uitvoerden, waren moreel schuldig.’

Sociale instituties kun je beoordelen op hun voorschriften of hun optreden, meent hij. Zo kwam institutionele vernedering in het recht voor in de Zuid-Afrikaanse apartheidswetten. En in de uitvoering bij politieagenten in Los Angeles die de zwarte Rodney King mishandelden. Ambtenaren zijn eveneens schuldig wanneer ze discrimineren bij verdeling van goederen en diensten of openlijk racistisch zijn. Margalit omschrijft vernedering ook als een existentiële bedreiging gebaseerd op macht die vooral de institutionele vernederaar over het slachtoffer heeft. Cruciaal is het gevoel van totale hulpeloosheid van de laatste. Die ziet zijn vitale levensbelangen bedreigd. Levensomstandigheden kunnen een acceptabele reden zijn voor dat gekrenkte gevoel, maar alleen als ze het gevolg zijn van handelen of nalatigheid van anderen.
 

Ku Klux Klan 

Wanneer voor mensen waardevolle levensvormen opzettelijk genegeerd worden, is er sprake van vernederende nalatigheid. Dat geldt niet voor levensvormen die zich zelf schuldig maken aan vernedering. Margalit noemt de racistische Ku Klux Klan. Deze groepen hebben volgens hem geen recht op een podium, omdat ze enkel een negatieve waarde zouden hebben. Hier knelt zijn normatieve beschouwing, want wie bepaalt of een levensvorm vernedert en vervolgens vernederd mag worden? Gedrag of omstandigheden moeten iemand een gegronde reden geven om zich geschaad te voelen in zijn zelfrespect. Maar misschien voelt die persoon zich niet gekrenkt. Ook bij kunst speelt dit euvel. Mag je culturele creativiteit beperken door een norm die zegt dat kunst niet mag vernederen? De gemoederen liepen in Nederland eind jaren tachtig hoog op over de uitvoering van Rainer Werner Fassbinders Het vuil, de stad en de dood. Het toneelstuk zou antisemitisch zijn en werd afgelast. Vijftien jaar later ging het alsnog in première en was er geen enkel probleem meer. Margalit verklaart dit door een gegroeid sociaal vertrouwen van de Joodse gemeenschap die zich daarom niet meer gegriefd voelt. Hij keurt vernederende kunst af en neemt kwetsbaarheid mee als criterium. 

Onze minister van Defensie lag onlangs figuurlijk onder vuur, omdat twee soldaten op missie omkwamen door ondeugdelijk materiaal. Ze trad af. Moest zij hoe dan ook opstappen?
‘Ze is misschien niet moreel schuldig, maar wel verantwoordelijk. Als je een ongeluk maakt met je auto doordat die slecht onderhouden is, ben je schuldig aan nalatigheid. In het geval van de minister hangt veel af van in hoeverre ze op de hoogte was. Aftreden is slechts één vorm van verantwoordelijkheid nemen.’

Zijn veel situaties niet te complex om schuldigen aan te wijzen?
‘Dat is afhankelijk van het niveau waarop de fout is gemaakt. En soms wordt de verkeerde persoon vervolgd. Als iemand jaren onschuldig vast heeft gezeten, is het moeilijk de echte dader nog te vinden. Dan zal de betreffende politieafdeling de onschuldige financieel moeten compenseren. Maar schuld blijft een complexe zaak, en dat is precies waar het leven om gaat.’