Er staat een prachtig woord in de Dikke Van Dale: ‘orenmaffia’. De orenmaffia beweert dat alle ziektes, van kanker tot postcovid, tussen de oren zitten.
Essayist Karin Spaink bedacht het woord ruim dertig jaar geleden. Toen waren de maffiosi gefixeerd op weeffouten in het karakter, iets waar Susan Sontag ook over heeft geschreven. Zieken zijn niet ziek, maar lijden aan hardvochtigheid, wilszwakte of jaloezie.
Tegenwoordig wijst men graag naar onverwerkte trauma’s als oorzaak van fysieke defecten. Je mag slecht lopen of zelfs bedlegerig zijn, toch zal deze of gene je zonder schroom aanraden om te woelen in je kindertijd of te mediteren op je innerlijke bron.
Ik moest aan de orenmaffia denken bij de taboe-rubriek in dit blad, die ik met veel plezier lees. Ze daagt je uit om dingen te denken die je niet wil denken en de waarheid zo naakt mogelijk te betrappen. Taboes zijn verboden op straffe van uitsluiting, behalve in FM. Daarom een aanvulling op de maarteditie.
Ik vrees dat het taboe op chronisch ziek zijn nog altijd te maken heeft met de orenmaffia: een vermoeden van karakterzwakte of een trauma dat de patiënt niet onder ogen durft te zien. Van daar is het een kleine stap naar eigen schuld. En van daar, naar uitsluiting.

