Home ‘Wat dit betekent, kan ik u in woorden niet zeggen’

‘Wat dit betekent, kan ik u in woorden niet zeggen’

Door Thijs Lijster en Jan Sietsma, Thijs Lijster en Jan Sietsma op 26 maart 2013

10-2004 Filosofie magazine Lees het magazine

Theodor Adorno noemde Walter Benjamin een ‘waanzinnig geworden trekvogel’. Maar het was de oorlogsdreiging die een einde maakte aan de vriendschap tussen de Duits-joodse denkers. Benjamin, opgejaagd, pleegde zelfmoord bij de Spaanse grens – tot groot verdriet van Adorno die hem opwachtte in het veilige Amerika.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘De totale onzekerheid over wat de volgende dag, wat het volgende uur brengt, beheerst sinds vele weken mijn bestaan. Sinds lange tijd is het voor buitenlanders onmogelijk het land te verlaten. Zo blijf ik aangewezen op wat U van buitenaf bewerkstelligen kunt’, schrijft Walter Benjamin op 2 augustus 1940 vanuit Lourdes aan zijn verre vriend Theodor Adorno. Deze was al enige tijd bezig om Benjamin Europa uit te krijgen. Op aandringen van Adorno had Max Horkheimer ervoor gezorgd dat er nu in Marseille een VS-visum klaarlag voor Benjamin. Het enige dat hij vervolgens nog zou moeten doen, was bij de Pyreneeën de Frans-Spaanse grens oversteken.

In 1923 neemt Siegfried Kracauer zijn vriend Adorno mee naar Café Westend in Frankfurt. Daar stelt hij de twintigjarige student filosofie en muziekwetenschap voor aan de elf jaar oudere Benjamin. Deze was sinds kort in Frankfurt woonachtig om zich te habiliteren, maar kon in de maanden na de ontmoeting toch tijd vrijmaken om wekelijks met Adorno af te spreken. Wanneer de universiteit zijn werk over het Duitse treurspel in 1925 afwijst, keert Benjamin terug naar Berlijn. Deze stad is in de jaren twintig een hangplek voor cultuurdragers en avant-gardisten. Adorno komt er regelmatig, niet in de laatste plaats om af te spreken met zijn verloofde Gretel. Als premature existentialisten brengen ze de tijd door in cafés, alwaar ze spreken met Benjamin en zijn vrienden Ernst Bloch en Bertolt Brecht.

Cityhopper Benjamin is in deze tijd ook veel in Parijs te vinden. Enkele bezoeken aan de Franse hoofdstad en een fascinatie voor één van haar belangrijkste inwoners, de negentiende- eeuwse dichter en criticus Charles Baudelaire, doen bij Benjamin het idee rijpen voor een groots project. Dit werk, dat onafgerond zou blijven en later Passagen-Werk zou gaan heten, gaat uit van de gedachte dat Parijs de hoofdstad van de negentiende eeuw is. Door middel van een montage en thematische rangschikking van velerlei teksten, onder andere uit kranten, reclame, encyclopedieën en gedichten, probeert Benjamin de kindertijd van de moderne ervaring te tonen. Ervaring, opgevat als onbewuste omgang en vertrouwdheid met de dingen, wordt in de moderne tijd mede door verstedelijking en kapitalisme problematisch.

Twee jaar nadat Benjamin de eerste schetsen heeft opgetekend, vertelt hij in 1929 te Königstein aan enkele intimi, onder wie Adorno en Horkheimer, over zijn theoretische programma en leest daarbij enige pagina’s voor. Adorno is enthousiast over Benjamins methode, die niet alleen tot ‘eigenaardige evidenties’ leidt, maar ook tot een ‘volledig in materie verwerkte, tegelijk concrete en transcendente filosofie.’ Kort erop committeert Adorno zich aan de benjaminiaanse denkwijze en wendt deze aan bij het schrijven over Kierkegaard en zijn muzikale leermeester Alban Berg.

Adem

In maart 1933 vlucht Benjamin uit Berlijn en schrijft hij aan zijn goede vriend Gershom Scholem dat ‘het nauwelijks mogelijk is om adem te halen’. Hij vestigt zich in Parijs, terwijl Adorno (ook joods) vanaf 1934, al dan niet met Gretel, schijnbaar zorgeloos heen en weer pendelt tussen Engeland en Duitsland. Gretel had niet alleen Benjamins emigratie mogelijk gemaakt, maar droeg de eerste tijd ook de zorg voor diens manuscripten. Er komt een intieme briefwisseling op gang tussen Felicitas (Gretel) en Detlef Holz (Benjamin), waarin Benjamin vertelt over zijn wanhoop en eenzaamheid en Gretel over haar ‘zorgenkindje Teddie’ (Adorno). Ook de correspondentie tussen Adorno en Benjamin wordt door de fysieke afstand intensiever.

In 1935 voltooit Benjamin Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid. Horkheimer, directeur van het Institut für Sozialforschung, wil het publiceren in het tijdschrift van het instituut. Hij bezoekt Benjamin in Parijs en blijkens een brief aan Adorno verliep het gesprek in een gemoedelijke sfeer. Voordat Adorno het essay gelezen heeft, uit hij reeds op basis van verhalen van Horkheimer zijn ongenoegen. Een uitgebreide kritiek volgt in een brief uit 18 maart 1936. Benjamin wijst erop dat door nieuwe reproductietechnieken als film en fotografie herhaalbaarheid en vluchtigheid in de plaats zijn gekomen van eenmaligheid en duur. Het ondergaan van een kunstwerk kan nu op elk willekeurig moment en daarmee verdwijnt het rituele karakter van de kunst. Benjamin waardeert dit positief. Omdat de kunst niet langer in dienst staat van traditie of ritueel, kan zij politiek worden ingezet. Het massamedium van de film bezit een democratisch potentieel. Adorno, die later zou zeggen dat hij na ieder bioscoopbezoek dommer was geworden, had minder vertrouwen in de nieuwe media. Alleen door niet functioneel te willen zijn kan kunst functioneel zijn. In haar autonomie levert ze kritiek op valse ideologie. Bovendien ziet Adorno Benjamins essay als een afwijking van hun oorspronkelijke project. Aan Horkheimer schrijft hij dat Benjamin iets heeft ‘van een waanzinnig geworden trekvogel’.

Gretel en Theodor trouwen in 1937. Horkheimer, getuige bij hun huwelijk, deelt Adorno kort daarop mee dat hij welkom is om in New York aan een onderzoeksproject over radio deel te nemen. Het echtpaar Adorno begint voorbereidingen te treffen voor emigratie. In december ontmoeten ze Benjamin in San Remo.
Snel na hun aankomst in New York proberen ze Benjamin over te halen eveneens de overtocht te maken. Deze lijkt nu inderdaad gewillig zijn geliefde in Parijs te verlaten. Hij neemt Engelse lessen, tijdens welke hij Hannah Arendt leert kennen. Met de invasie van Polen, op 1 september 1939, en de oorlogsverklaring van Frankrijk aan Duitsland, worden alle Duitssprekende immigranten opgepakt. Benjamin wordt eerst kortstondig geïnterneerd in een voetbalstadion en daarna in een kasteel. Door interventie van een vriendin kan Benjamin in november terugkeren naar Parijs.

Nadat Benjamin het merendeel van zijn manuscripten heeft toevertrouwd aan Georges Bataille, hoofd van de bibliotheek waar hij gewoon was te werken, vlucht hij naar het zuiden van Frankrijk. Via Lourdes komt hij in Marseille aan, waar hij Arendt opnieuw treft en aan wie hij zijn Over het begrip van de geschiedenis overhandigt. Op 26 september 1940 pleegt Benjamin zelfmoord met een overdosis morfine, na de toegang tot Spanje te zijn geweigerd. Arendt, die het wel gelukt Amerika te bereiken, brengt in 1941 de geschriften van Benjamin naar Adorno. Het jaar daarop publiceert het instituut een gedenkschrift, met daarin herinneringen aan Benjamin en diens laatste werken.

Voor het echtpaar Adorno, dat in de herfst van 1940 de komst van Benjamin tegemoet ziet, is het bericht van zijn dood een grote schok. Aan Scholem schrijft Adorno: ‘Wat dit betekent, kan ik U in woorden niet zeggen. Het heeft ons geestelijke en lichamelijke bestaan tot in zijn kern veranderd.’
 
Dit is het laatste artikel in een serie over grote ontmoetingen tussen filosofen. Een bewerking en uitbreiding van deze serie zal in het voorjaar van 2005 in boekvorm verschijnen. De auteurs studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen.