Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 1/2022

Waarom we moeten leren om te ‘ontweten’

Menno van der Veen

Menno van der Veen ziet dat de mens geneigd is zich in te graven in vertrouwde kennis en zelfbeelden. Met socratische bezinning wil hij dit ‘loopgraafweten’ te lijf gaan. Een pleidooi voor ontweten. En een spoedcursus.

Het nut van weten staat niet snel ter discussie. De kennis van bijvoorbeeld de verkeersregels is handig en in sommige gevallen levensreddend. Maar ook het minder praktische weten houdt je op de been. Als je je afvraagt waar je bent, profiteer je van de wetenschap dat de wereld is ingedeeld in continenten en landen. Je leest ergens de naam Woodstock, en je denkt aan de summer of love. Zegt iemand Greenpeace, dan denk je aan activisme. Vandaag de dag leren honderden kinderen hetzelfde verhaal over ‘onze’ grote schilder Van Gogh, zodat ze als zijn naam wordt genoemd meteen aan zonnebloemen, onbegrepen genialiteit en armoede denken.

Dankzij het weten kun je pijlsnel conclusies trekken, mensen in groepen indelen, producten kiezen, boeken in een context plaatsen, de betekenis van films duiden, en de geschiedenis in handzame episodes indelen.

Loopgraafweten

Maar al deze kennis heeft ook een schaduwkant. Het ingelijfde weten bestaat uit een verhaalstructuur van associaties, een loopgravenstel dat zo diep ligt dat je het landschap waarin het zich bevindt alleen nog vanuit de kijkgaten kunt waarnemen. Loopgraafweten. Het manifesteert zich in de banaalste situaties. Toen ik eens boodschappen deed voor een grieperige vriend en afwasmiddel in mijn mandje wilde doen, staarde ik een tijdje naar de gekleurde flesjes in de schappen. De gele substantie van het huismerk leek me niet geconcentreerd genoeg. De prijs was lekker laag, maar als je het in gigantisch doseringen moest gebruiken was het toch geen goede koop. Biologisch wasmiddel leek me duur en niet effectief. Uiteindelijk kocht ik dan maar Dreft. Een onschuldig voorbeeld, maar het bevat dezelfde mechanismen als die waarmee we generalisaties loslaten op gelovigen, politici, of mensen met een andere afkomst dan die van onszelf.

Het loopgraafweten verbindt feiten aan verhalen die steeds opnieuw worden verteld. Soms ben je je perfect bewust van het ontstaan ervan, bijvoorbeeld als godsdienst­onderwijs leert dat Jezus voor onze zonden is gestorven, maar vaak heb je het nauwelijks door – het jarenlange reclamegeweld dat maakte dat ik Dreft kocht.

Wie star vasthoudt aan wat hij al wist, heeft weinig aan zijn kennis

Er zijn mensen die in opstand komen tegen dat weten. Ze menen er de macht van een ideologie in te herkennen, of de invloed van de sociale media. Of erger: ze zien overal complotten. Ze kennen een andere waarheid over de aanslagen van 11 september, de Holocaust, de werking van vaccins. Maar deze reactie is eigenlijk niets anders dan een geradicaliseerde vorm van hetzelfde weten. Het is een voortzetting van het loopgraaf­weten met andere middelen.

Ook de scepsis die als reactie op deze achterdocht volgt, haalt ons nauwelijks uit onze ingesleten patronen. ‘Ik weet niet of degenen die zich tegen het coronavaccin verzetten gelijk hebben, ik heb het niet ontwikkeld’, ‘Ik weet niet of we de feiten kennen over de aanslagen van 11 september, ik was er niet bij’, ‘Ik weet niet of Van Gogh ongelukkig was, ik heb hem nooit ontmoet’. Scepsis kan een begin zijn van een kritische houding, maar als die vaste vorm aanneemt, stolt ze tot onverschilligheid, die evengoed elk maatschappelijk debat doet verstommen.

Socrates

In Plato’s Symposium introduceert Socrates de term ‘bezinning’. En deze bezinning, de geestesgesteldheid die kennis behoedt voor teloorgang, vormt denk ik een opening om uit de loopgraven van het weten te komen.

Je kunt iets vergeten; dan ben je het voor altijd kwijt. Maar wie star vasthoudt aan wat hij al wist, heeft volgens Socrates ook weinig aan zijn kennis. Kennis moet zich aanpassen, meebewegen met nieuwe omstandigheden. ‘Vergeten is immers het weggaan van kennis en bezinning schept in plaats van de verdwijnende kennis een nieuwe en redt de kennis, zodat zij steeds dezelfde schijnt te zijn. Op die wijze wordt al het sterfelijke in leven gehouden, niet doordat het altijd volkomen hetzelfde blijft zoals het goddelijke, maar doordat het weggaande en verouderende een ander nieuw iets in zijn plaats achterlaat, zoals het zelf was.’

De socratische bezinning kunnen we inzetten voor iets dat ik ontweten noem. Ontweten is niet vergeten, maar het kritisch bekijken van de manier waarop je je feiten kent, een poging om de associatieve structuren die je kennis bijeenhouden te achterhalen. Het verzet zich tegen het telkens opnieuw verhalen van de feiten. Van het verhaal over de Spartaanse samenleving, en de overwinning op de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog tot het zelfbeeld dat je niet in de wieg bent gelegd voor een vaste relatie.

Het ideaal van bezinning is ook het ideaal van ontweten: nieuwe kennis scheppen zonder te vergeten. Feiten opnieuw begrijpen. Maar anders dan bij Socrates hoeft dat niet per se in het teken te staan van waarheidsvinding. Ontweten is geen factchecken, maar deconstrueren. Het gaat er niet zozeer om onjuistheden te vinden in de manier waarop je weet, maar veeleer om de aannames te vinden waar dat weten op is gebaseerd, ze ter discussie te stellen en er ander licht op te laten schijnen.

Eigenlogik

Je kunt van alles ontweten: kennis over jezelf, kennis over anderen, kennis over de wereld.

De term ‘politionele acties’ moeten we ontweten

Historicus Rémy Limpach gebruikte de term ook toen hij erop wees dat we onszelf steeds vertellen dat de politionele acties in Indonesië geen koloniale oorlog waren. ‘Die term “politionele acties” moeten we ontweten’, niet de feiten van de oorlog.

Hoewel ik ontweten zie als een vrolijke methode met serieuze effecten, lijkt er niet eenvoudig bereidheid voor te vinden. De Duitse sociologe Martina Löw laat in de context van steden zien wat dat in de weg staat. Steden kennen een Eigenlogik, waarin aannames ‘waar’ worden doordat ze steeds worden herhaald. Denk aan Rotterdammers die zichzelf een mentaliteit toedichten van ‘niet lullen, maar poetsen’. Of aan Amsterdammers die de tolerante, vrijdenkende aard van hun stad prijzen. Het zijn verhalen over steden die steeds worden herhaald en daarmee steeds dieper inslijten.

Wanneer we deze mythes niet ontweten, leiden ze tot conflicten die voortkomen uit het denken in termen van ‘eigen’ en ‘niet eigen’. Wie in Amsterdam woont, maakt (bewust of onbewust) een onderscheid tussen groepen die bijdragen aan het eigenlijke Amsterdam (‘die liberaal zijn, de vrijheid koesteren’) en groepen die dat niet doen. Zo publiceerde Het Parool rond de Gay Pride een artikel over de typische Amsterdamse tolerantie die onder druk stond. Maar strikt genomen wordt deze zogenoemde tolerantie altijd al door een minderheid uitgedragen. Tijd om de Amsterdamse tolerantie eens te ontweten.

Maar dat is lastig. De zelfbeelden van de Eigenlogik geven houvast. Je kunt je vertrouwd voelen in de loopgraven, en dat weten niet willen opgeven. Zelfs als het allang niet meer prettig voelt.

Eros

Als in Plato’s Symposium verschillende tafelgenoten Eros prijzen, zijn ze het erover eens dat hij schoon en goed is, en zich uit door de begeerte naar het mooie en goede te doen ontvlammen. Dan komt Socrates aan het woord. Hij stelt een aantal vragen aan zijn voorganger, de tragedieschrijver Agathon.

Socrates: ‘Komaan dan, laten wij het gesprokene samenvatten. Is niet in de eerste plaats Eros liefde tot bepaalde dingen en wel tot datgene waaraan hij gebrek heeft? (…) Als dat zo is, zou Eros dus liefde zijn tot het schone, maar niet tot het lelijke.’ Dit gaf Agathon toe.
Socrates: ‘Zijn we niet overeengekomen dat men begeert naar dat wat men mist en niet bezit?’
Agathon: ‘Ja.’
Socrates: ‘Dus mist Eros schoonheid en bezit hij haar niet.’
Agathon: ‘Dat moet wel.’
Socrates: ‘Hoe nu? Wat gebrek heeft aan schoonheid en geen enkele schoonheid bezit, noemt ge dat schoon?’
Agathon: ‘Neen.’
Socrates: ‘Beweert ge nu nog dat Eros schoon is, als dit zo is?’
‘Ik schijn,’ zei Agathon, ‘niets te weten van wat ik daarnet hebt gezegd.’

Het lijkt Socrates er niet in de eerste plaats om te doen te bewijzen dat de vorige sprekers ongelijk hebben, maar vooral dat hun aannames niet kloppen. Hij zoekt een voller begrip van Eros door zich af te vragen of we ook kunnen begeren in de toekomst te bezitten wat we nu al hebben. Zo kan Eros staan voor de wens om het goede en het schone voor altijd vast te houden. De begeerte van Eros slaat daarmee zowel op kennis, wijsheid en mooie dingen als op lichamelijke voortplanting. De betekenis die Socrates aan Eros toekent, komt in de dialoog als een volkomen verrassing. Niet omdat de anderen geen intelligente betogen hielden, maar omdat Socrates de enige lijkt die niet vanuit een loopgraaf, maar vanuit een open veld denkt.


Menno van der Veen

Menno van der Veen (1979) studeerde wijsbegeerte en rechten. Na zijn roman Rimpelgeweld (2017, Atlas Contact) verscheen in 2019 de roman Ontweten (Van Oorschot).

Ontweten in vier stappen
1. Benoem de associaties die een fenomeen bij je oproept.
2. Zet een streep door de ingesleten associaties.
3. Bedenk zijpaden om het fenomeen in een andere context te plaatsen.
4. Bedenk een nieuwe betekenis voor het fenomeen.
Voorbeeld: De zwartepietendiscussie.
1. Associaties. De zwartepietendiscussie kenmerkt zich door kampen die zich in hun positie hebben vastgebeten. De discussie en de demonstraties zijn een gênante vertoning. We hebben de afgelopen jaren treurig stemmende hooligandemonstraties gezien van groepen die Zwarte Piet willen behouden. We hebben te maken gehad met voorstellen om Zwarte Piet tot Nederlands erfgoed te verklaren. Het is daarmee verworden tot een discussie over nationale identiteit die gevoed wordt door historische pijn en die zelf ook steeds weer nieuwe pijn en gêne creëert.
2. Ontweten. Misschien is het niet erg dat de discussie maar doorgaat. Misschien zorgt de associatie met een kinderfeest er wel voor dat de strijd niet te veel uit de hand loopt, dat er geen doden vallen. De liefhebbers van Zwarte Piet ontkennen vaak het racistische element van het feest, en spreken uit dat ook zij tegen racisme zijn. De discussie is misschien minder vastgeroest en een minder gênante vertoning dan ze lijkt. Het is een transitiediscussie die veel mensen heeft laten inzien dat wat zij niet racistisch beoogden toch in racisme resulteerde. Ze vormt daarmee een eigen, nationale invulling van een discours dat aandacht vraagt voor de slavernijgeschiedenis en discriminatie.
3. Zijpad. Stel dat we het zwartepietendebat elk jaar onder leiding van een imam zouden voeren? Imams hebben gezag en kennen binnen de Nederlandse samenleving het perspectief van de minderheid. Een imam zou nieuwe inzichten kunnen brengen.
4. Nieuwe betekenis. De zwartepietendiscussie zou kunnen uitgroeien tot een nieuwe nationale traditie. Vanaf nu debatteert Nederland elk jaar over vormen van racisme, onderdrukking en uitsluiting die veel mensen in eerste instantie ontgaan.
Uitkomst: De zwartepietendiscussie vormt een mooi voorbeeld voor een samenleving die bereid is de eigen tradities te herzien. Ze vordert langzaam, maar ze vordert.

Ontweten (roman)
Menno van der Veen | Van Oorschot | 300 blz. | € 19,95