Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

woensdag 13 oktober 2021

Waarom een betere wereld niet bij jezelf begint

Femke van Hout

Vlieg-, vlees- en woonschaamte: een groeiende groep mensen heeft er last van. We voelen ons steeds verantwoordelijker voor de negatieve gevolgen van ons consumptiegedrag. Volgens filosofen Jaap Tielbeke en Ingrid Robeyns verhult de nadruk op de individuele consument de structurele oorzaken van de klimaat- en wooncrisis. Alleen als burger kunnen we echt verschil maken.

Toen klimaatspijbelaars begin 2019 jaar de straat opgingen om te protesteren tegen het tekortschietende klimaatbeleid, verweten veel critici hen hypocriet te zijn. Luidkeels eisten deze scholieren een beter milieu, om zich vervolgens schaamteloos vol te stouwen in fastfoodketens, nieuwe mobieltjes te kopen en met hun ouders op vliegvakantie te gaan. Ook activisten die op 12 september 2021 meededen aan het woonprotest in Amsterdam werden door commentatoren op hun individuele bijdrage aan de wooncrisis gewezen. Practice what you preach, stelde een lezer in Het Parool: Als men verkondigt dat wonen een recht is, dan zou men zich bijvoorbeeld ook meer moeten schamen voor het wonen in een te groot huis.

Volgens filosofen Jaap Tielbeke en Ingrid Robeyns ontstaat dit hypocrisieverwijt als de verantwoordelijkheid van de burger en de consument te veel door elkaar gaan lopen. Zij stellen dat een te grote nadruk op individuele consumptieverandering ons ervan weerhoudt om als burger systematische kritiek te leveren. Tielbeke: ‘Het wordt tijd dat we onszelf weer gaan zien als burger in plaats van als consument.’

Burger versus consument

Tielbeke, redacteur van de Groene Amsterdammer, publiceerde vorig jaar het boek Een beter milieu begint niet bij jezelf. Daarin bespreekt hij bepaalde ‘mythes’ die het huidige klimaatdebat volgens hem in de greep houden. Een van die mythes is de verantwoordelijkheid van de consument. ‘De afgelopen dertig jaar’, vertelt hij, ‘is de invloed van de consument op grote problemen als de klimaat- en wooncrisis steeds centraler komen te staan. Zo kwam Postbus 51 in 1991 met de leus: “Een beter milieu begint bij jezelf.” Iedereen doet wat, was het idee. We moeten allemaal ons steentje bijdragen aan een betere wereld, want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’

Robeyns, die zich aan de Universiteit van Utrecht onder andere bezighoudt met morele verantwoordelijkheid rond klimaatbeleid, denkt dat het tot op een bepaalde hoogte belangrijk is om je als consument in te zetten. ‘Het kan je het gevoel geven dat je als individu iets concreets bijdraagt. En het kan je geloofwaardiger maken: een klimaatactivist is overtuigender als hij of zij niet vier keer per jaar met het vliegtuig op vakantie gaat.’ Toch ziet zij net als Tielbeke vooral problemen als de verantwoordelijkheid te veel bij de consument komt te liggen. ‘De rol van de consument is fundamenteel anders dan die van de burger. Consumeren gaat over eigenbelang. Je kunt in het consumeren deels rekening houden met anderen, maar het gaat primair over je eigen welzijn. Als burger ben je daarentegen juist onderdeel van iets wat het individu overstijgt: een politieke gemeenschap. De vraag die de burger zichzelf stelt is niet alleen: Hoe zie ik mezelf? Maar: Hoe zie ik mezelf als onderdeel van een gemeenschap met andere mensen?’

‘Het wordt tijd dat we onszelf weer gaan zien als burger in plaats van als consument’

Polarisatie

Juist die politieke identiteit staat volgens Robeyns en Tielbeke onder druk. Tielbeke: ‘De mythe van de groene consument zorgt ervoor dat mensen de schuldvraag te veel internaliseren. Je moet je eigen levenswijze aanpassen, is het idee – daar ligt jouw handelsperspectief. Maar het idee dat we allemaal even verantwoordelijk zijn verhult de structurele oorzaken van de ecologische crisis en de wooncrisis. Het verhult dat sommige mensen of partijen veel meer invloed op deze problemen hebben dan anderen. En het verhult dat we, op het moment dat we de gevolgen van het woon- en klimaatbeleid ondervinden, niet allemaal in hetzelfde schuitje zitten. De mensen die het meest aan deze crises bijdragen worden vaak het minst hard geraakt.’

Robeyns beaamt dat: ‘Bedrijven als Shell en BP gebruiken het idee van de groene consument vaak als afleidingsmanoeuvre, in de hoop dat hun grote verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis over het hoofd wordt gezien. Een ander probleem van het consumentisme is dat het ongelijkheid voedt. Niet iedereen heeft genoeg tijd en geld om bewust te consumeren. Het kost geld om gezond en vegetarisch te eten en tijd om uit te zoeken welke kleding of manier van reizen het duurzaamst is. Groen consumeren verwordt hierdoor tot een status- en klassesymbool van het individu.’

Ook Tielbeke vindt dat de nadruk op de consument een polariserend effect heeft. ‘De groene beweging heeft hierdoor het imago gekregen dat ze bestaat uit een stel dominees: je mag dit niet, je mag dat niet, je moet kleiner en duurzamer wonen en nu pakken ze ook nog onze gehakbal af. En ergens zit daar ook wel wat in: vaak zijn we zo druk bezig elkaar beschuldigend aan te wijzen dat we er niet toe komen een gezamenlijke vuist te maken tegen het huidige woon- en milieubeleid. Je moet een stel dat met een jubelton een huis heeft gekocht niet als schuldige aanwijzen, maar gezamenlijk aankaarten hoe absurd het is dat je twee salarissen en rijke ouders nodig hebt om een huis te kunnen kopen. Je moet mensen geen vleesschaamte aanpraten, maar je afvragen waarom vlees voor velen nog steeds de beste en goedkoopste optie is. Alleen zo kunnen we de problemen van onze tijd oplossen zonder de sociaaleconomische tegenstellingen te vergroten.’

‘Shell en BP gebruiken het idee van de groene consument als afleidingsmanoeuvre’

Systeemkritiek

Hiervoor moeten we onszelf dus weer meer gaan zien als burger, stelt Robeyns. ‘Het baart mij als politiek filosoof zorgen dat we onszelf vandaag de dag vooral nog als individu begrijpen. De balans is doorgeschoten naar het belang van het individu en moet weer richting die van het collectief. We moeten ons weer leren inzetten als burger. Dat kun je bijvoorbeeld doen door lid te worden van een vakbond of van een politieke partij. Je kunt vrijwilligerswerk gaan doen, of demonstreren tegen de klimaat- of woningcrisis. En ga ook vooral stemmen en denk na over dit soort vragen bij het kiezen van de partij aan wie je je stem geeft.’

Tielbeke: ‘Gelukkig worden we ons steeds meer bewust van onszelf als onderdeel van een maatschappij, van iets wat het individu overstijgt. Toen ik opgroeide, in de jaren ’90, was het niet bij me opgekomen om de straat op te gaan. Tegenwoordig gebeurt dat veel meer. Zo waren er bij het woonprotest op 19 september veel jonge mensen aanwezig. Net als Greta Thunberg hebben zij een duidelijke boodschap: hoe durven jullie ons leven zo te bemoeilijken? En hoe durven jullie ons de schuld te geven van deze crisis? Jonge generaties leveren zo weer op een brutale manier systeemkritiek. Dat stemt hoopvol.’