Home Politiek Ute Frevert: ‘Emoties horen bij de democratie’
Politiek

Ute Frevert: ‘Emoties horen bij de democratie’

Door Claudia Galgau op 26 juni 2019

Ute Frevert: ‘Emoties horen bij de democratie’
07-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Niet alleen feiten en argumenten, maar ook emoties horen bij de democratie, betoogt de Duitse historica Ute Frevert. Tegelijk waarschuwt ze voor extreem-linkse en -rechtse groepen bij wie de eigen emotie iedere discussie onmogelijk maakt.

‘In de jaren negentig werd mij gevraagd om een lezing te houden over gender en politiek’, begint Frevert. ‘Ik wist wat mensen van me verwachtten, maar ik had al zoveel over dat onderwerp gesproken. Dus besloot ik iets anders te doen en sprak ik over de rol van emoties binnen de politieke geschiedenis, en hoe historici weigeren om daarover te praten. Na die lezing waren mijn collega’s diep verontwaardigd en beten ze me toe dat emoties slecht zijn, en dat we ze als historici zo ver mogelijk buiten de geschreven geschiedenis moesten houden. Ze zeiden: “Wat ben je toch aan het doen? Wat wil je hiermee zeggen, dat we geïnteresseerd zouden moeten zijn in emoties?” Ikzelf was vooral gefascineerd door de manier waarop ze hun kritiek uitten: zo fel en emotioneel.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Sinds die eerste lezing bleef de Duitse historica Ute Frevert (66) zich richten op de rol van emoties binnen de politiek. Nu, dertig jaar later, is ze onder andere directeur van het Max Planck Institute for Human Development in Berlijn, dat interdisciplinair onderzoekt hoe emoties de geschiedenis hebben gevormd. Een van de onderzoeken analyseert de taal die mensen door de jaren heen gebruikten als ze persoonlijke brieven naar politici schreven, en wat die onthult over de verwachtingen van burgers. Vóór haar huidige functie was Frevert onder andere hoogleraar Duitse geschiedenis aan Yale University en panellid van de European Research Council. Op uitnodiging van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) gaf ze eerder dit jaar de jaarlijkse WRR-lezing voor Nederlandse beleidsmakers, diplomaten en ministers, over de rol van emoties binnen de politiek.

Frevert: ‘Ik snap wel dat mijn collega’s in de jaren negentig meenden dat emoties geen plek hebben in de geschiedenis van de politiek. Zij waren opgegroeid in het Duitsland van de jaren dertig. Door het nationaalsocialisme waren ze bang voor de manier waarop emoties kunnen worden gemanipuleerd om mensen van compleet irrationele dingen te overtuigen. Maar de idee dat emoties het politieke proces tegenwerken, is een krachtige mythe die ook nu op veel plekken in stand wordt gehouden.’ Het is deze mythe die Frevert in haar werk probeert te nuanceren. En ze wil mensen motiveren om niet langer in voorspelbare clichés over emoties te praten.

Jeugdzorg

‘Ik zeg niet dat emoties goed zijn, maar ik wil mensen uitnodigen om er op een neutralere manier naar te kijken. De hersendelen die verband houden met onze besluitvoering en onze emoties werken altijd samen. Daardoor zullen emoties altijd in onze beslissingen interfereren.’ Ze lacht: ‘Zie je? Ik zeg interfereren. Het idee dat emoties ons op de een of andere manier in de weg zitten, zit zelfs in onze taal verstopt.’

Volgens Frevert heeft democratie zonder emoties nooit bestaan. ‘Toen mensen democratische rechten kregen, werden ze actiever en voelden ze zich meer betrokken bij de mensen die ze verkozen. Politici waren zich altijd al bewust van die emoties.’ Ze verwijst naar Amerika, waar sinds de jaren zestig het persoonlijke karakter en de charme van de politicus doorslaggevend zijn voor hun succes, misschien wel belangrijker dan hun concrete beleidsvoorstellen. Maar nieuw was dat niet. Volgens Frevert markeert John F. Kennedy de terugkeer van de charismatische politicus, die nu niet meer uit de Amerikaanse politiek weg te denken is.

Ook de media, die er tegenwoordig van worden beschuldigd emotionele tunnelvisie in de hand te werken via sociale media, waren lange tijd openlijk ideologisch. ‘Het idee dat de media objectief horen te zijn, is een vrij recent fenomeen’, zegt Frevert. ‘In de negentiende eeuw had elke politieke partij haar eigen krant, die mensen emotioneel probeerde te raken om ze binnen die ideologie te houden.’ Frevert noemt dit the emotionalisation of politics: hoe sinds het begin van de democratie emoties een rol speelden in het overtuigen van burgers om een bepaalde richting op te stemmen.

Toch heeft er volgens u sinds kort een wending plaatsgevonden, waardoor emoties een nog belangrijkere rol spelen binnen de politiek.
‘Dat klopt. Deze tweede fase, die rond de jaren tachtig begon, noem ik the politization of emotions. Het begon tegelijkertijd met de opkomst van veel volksbewegingen, zoals het feminisme, de anti-kernenergiebeweging en milieugroepen. Emoties kregen binnen deze bewegingen ineens een veel belangrijkere status; activisten uitten hun persoonlijke emoties heel open en vol zelfvertrouwen. Vooral de emotie angst werd vaak aangehaald: ik ben bang voor de machtspelletjes tussen Rusland en de Verenigde Staten. Ik ben bang voor het feit dat we onze natuur verpesten. Ik ben bang voor mannelijk geweld tegen vrouwen.’

Bovenstaande emoties waren niet slechts een manier om anderen te overtuigen van een bepaalde visie, maar werden ‘politieke feiten’ op zich. ‘Ik ben bang voor mannelijk geweld’ werd een argument op zich – het argument dat mannelijk geweld slecht is ómdat ik er bang voor ben. Dat is anders dan wanneer je zegt dat mannelijk geweld slecht is omdat hierdoor een ander individu onderdrukt wordt of omdat het economische afhankelijkheid in de hand werkt. Het gevoel op zichzelf werd genoeg om een politieke handeling te legitimeren.

Dat dit soort gevoelsargumentaties geaccepteerd werden, komt volgens Frevert door de opbloei van de cultuur van authenticiteit. ‘Die cultuur houdt de mythe in stand dat individuele emoties altijd juist en onveranderlijk zijn. Maar zo simpel ligt het natuurlijk niet. Emoties zijn erg gecompliceerd en ze zijn niet “echt” of “onveranderlijk”. Ze zijn net als wij culturele producten.’

Frevert constateert dat ook in onze tijd emoties steeds vaker als politiek feit worden aangehaald door radicaal-rechts en -links. Daarbij lijken de twee kampen meer op elkaar dan we soms denken. ‘De argumentatie gaat als volgt: ik maak me zorgen, ik voel me bang, ik voel me vernederd, dus geeft mij dat het recht om op een bepaalde manier te handelen. En omdat mijn emotie een juist en onveranderlijk feit is, ben ik niet geïnteresseerd in jouw visie.’

U was in de jaren tachtig zelf ook een activist voor verschillende protestbewegingen. Zag u in die jaren uw eigen emoties ook als politieke feiten?
‘Absoluut, en zo heb ik aan den lijve ondervonden hoe misleidend dit soort argumentatie is. Ik weet nog goed dat ik tijdens de discussies over de wapenwedloop tussen de VS en de Sovjet-Unie erg angstig was dat Amerikaanse raketten uiteindelijk toch iets zouden vernietigen. Mijn angst was zo groot dat ik de argumenten van andersdenkenden niet serieus kon nemen. Zij zeiden dat de wapenwedloop slechts een strategie was om de Sovjet-Unie economisch uit te putten, en dat er geen reden tot paniek was omdat niemand op de knop zou drukken. Dat bleek uiteindelijk ook zo, maar omdat mijn angst zo groot was, dacht ik het toch beter te weten en vond ik het ontzettend moeilijk om deze argumenten serieus te nemen. Van de geschiedenis kunnen we leren: al kunnen onze emoties nog zo authentiek en echt voelen, ze kunnen het wel degelijk mis hebben. Ze zijn niet betrouwbaar genoeg om als argument voor politiek handelen te worden gebruikt.’

Toch lijkt de angst voor een wapenwedloop anders dan de angst van mensen die tegenwoordig extreemrechts stemmen omdat ze zich genegeerd voelen door ‘de politieke elite’. Is dat ook zo?
‘De angst zelf niet, je zou mijn angst voor de wapenwedloop kunnen herformuleren als de angst voor de manier waarop “de elites” handelden zonder rekening met mij te houden. Dat is hoe de extreemrechtse politici van nu het probleem zouden stellen. Maar er zit inderdaad wel een verschil in hoe mensen besluiten te handelen nadat ze hun emoties als politiek argument hebben gebruikt. Wij als activisten uit de jaren tachtig geloofden nog wel degelijk dat we binnen het systeem zaken konden verbeteren. Maar veel extreemrechtse politici van nu willen het systeem niet hervormen maar omvergooien.’

Veel radicaal-linkse groepen praten ook over het omvergooien van het systeem.
‘Dat klopt, ik denk dat de trend om sterke emoties tot politieke feiten te maken en daarmee het systeem te willen overgooien, zowel te zien is bij radicaal-rechts als bij -links. Misschien heeft de radicale onrust te maken met de manier waarop politiek gepresenteerd wordt als een no-alternative affair waarin alleen de visie van bepaalde experts belangrijk is, terwijl mensen van links en rechts aanvoelen dat er wel degelijk meer is dan die visie. En dat uiten ze dan door hun persoonlijke gevoel naar de status te tillen van het enige legitieme argument.’

Misschien voelen mensen ook een bepaalde apathie en ontevredenheid omdat ze denken dat door globalisering de maatschappij te complex is om er als individu invloed op uit te oefenen?
‘Ik denk niet dat dingen nu complexer zijn, ook dat is een mythe. Het is altijd al moeilijk geweest om in te schatten welke invloed je kunt uitoefenen via jouw politieke visie. Als historica is mijn tegenargument: er is altijd hoop dat er iets onverwachts kan gebeuren. Denk maar aan de nacht van 1989 waarin de Berlijnse Muur viel; niemand verwachtte het, maar toch gebeurde het.’

U lijkt nog steeds erg politiek bevlogen. Waarom bent u historica geworden, en zelf niet de politiek in gegaan?
‘Ik ben daar veel te gepassioneerd voor. Als ik met mensen praat die het compleet oneens zijn met me, word ik ongeduldig. Als je in een democratisch systeem iets wilt veranderen, moet je het geduld hebben om mensen erin mee te nemen en het oprecht vanuit hun perspectief te bekijken. We hebben concurrerende visies nodig van mensen die gepassioneerd zijn, en het is belangrijk om met elkaar te worstelen. Maar politici moeten nooit op het punt komen dat ze zich zo sterk op hun eigen emoties en passies richten, dat ze hun tegenstanders als hun vijanden gaan zien.’