Home De dood Tobias Hürter: ‘Ik dacht: nu is het over, ik ga dood’
De dood

Tobias Hürter: ‘Ik dacht: nu is het over, ik ga dood’

Door Alexandra van Ditmars op 11 augustus 2014

Cover van 09-2014
09-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

Tijdens een bergtocht valt de Duitse filosoof Tobias Hürter in een afgrond van 500 meter. Wonderbaarlijk genoeg overleeft hij de val. ‘Nu weet ik: de mens bestaat niet uit zijn bewustzijn.’

Tobias Hürter strekt zijn armen en houdt beide handen naast elkaar. ‘Kijk, je ziet nauwelijks verschil.’ Hij beweegt de vingers van zijn rechterhand op en neer.  ‘Als je goed kijkt zijn deze vingers iets dunner, en daar zit nog een bult; die trekt erg langzaam weg. Maar verder zie je er niet aan af dat deze hand maanden verlamd is geweest.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Hürter zit met een espresso aan een tafeltje in Café Marais in München. Dit is de plek waar hij aan zijn nieuwste boek werkte, dat onlangs in het Nederlands verscheen als De dood is een filosoof. Hij schreef het boek nadat hij tijdens een bergtocht in een afgrond was gevallen – een ongeluk dat hij ternauwernood overleefde. Hürter plaatst zijn bijna-doodervaring in een filosofisch kader. ‘Ik moest het boek schrijven om deze gebeurtenis te verwerken. Sommige mensen gaan daarvoor in therapie, maken een verre reis of nemen een tijd vrij. Ik schreef.’

Op Allerheiligen 2011 beklimt Hürter met twee vrienden de Marienberg, een tocht die voor hem als geoefend klimmer helemaal niet zo moeilijk is. ‘Ik droeg een touw in mijn rugzak, klaar om het bij grote problemen voor de dag te halen. Maar die leken uit te blijven, dus het touw bleef ongebruikt.’ Op 500 meter hoogte moeten ze over een smalle richel lopen; Hürter gaat voorop. ‘Ik zocht steeds steun op minstens drie punten, een grondregel bij dit soort kalksteen. Deze rotsen zijn niet te vertrouwen; je verliest makkelijk grip met een hand of voet.’

Voorzichtig loopt Hürter langs de bergkam, telkens voelend of er niets los ligt. Als hij na een paar stappen met zijn linkerhand de rots vastpakt, laat de rotssteen los. Niet alleen de brok in zijn linkerhand breekt af, maar ook een veel groter blok, inclusief het stuk dat hij met zijn rechterhand vasthield. ‘Ik stond nog even wankelend op die richel, met het rotsblok in mijn handen. Toen viel ik de afgrond in. “Hou je vast!” riep mijn vriend nog. Maar ja, waaraan?’
Hürter valt naar beneden, klettert tegen de zijkant van de rots – ‘ik voelde hoe mijn arm werd verbrijzeld’ – en belandt met onwaarschijnlijk veel geluk na 37 meter op een smal terras, bovenop zijn rugzak. Na een uur pijnlijk wachten wordt hij door een trauma­helikopter gered.

Wat dacht u tijdens de val?
‘Ik dacht: nu is het over, ik ga dood. Het vreemde is dat ik daarbij nauwelijks emotie voelde; ik ervoer het louter als een feit. Direct daarna schoot er nog een gedachte door me heen, namelijk: dit is niet het juiste moment om dood te gaan. Die gedachte kwam niet voort uit een overlevingsinstinct – tenminste, dat is mijn interpretatie ervan – maar uit een morele angst. Ik was ervan overtuigd dat het verkeerd was als ik dood zou gaan, dat het nog niet mijn tijd was.’

Je hoort vaak dat mensen tijdens een bijna-doodervaring een tunnel met licht aan het einde zien.
‘Klopt. Een ander cliché is een soort film van je leven die zich langzaam of juist heel snel afspeelt. Maar dat zag ik allemaal niet. Wel had ik het idee dat ik mijn hele leven kon overzien als één geheel, vanuit vogelperspectief. Het is lastig om uit te leggen. Ik had zoiets nog nooit eerder meegemaakt en weet ook niet hoe het ontstaat. Na het ongeluk heb ik veel gelezen over bijna-doodervaringen, en wat ik heb ervaren is een vaker voorkomend fenomeen. De Amerikaanse neurowetenschapper David Eagleman heeft er een systematische studie naar gedaan en er de term “panoramische herinnering” voor bedacht. “Sommigen hadden het over een panoramische herinnering”, schrijft Eagleman, “alsof ze op een en hetzelfde moment heel hun leven voor zich zagen.” Zo heb ik het ook ervaren. Ik zag mijn leven als een afgebakend geheel voor me. Ik maakte er geen deel meer van uit, ik was er al uitgestapt.’
 
Dat klinkt als een traumatische ervaring.
‘Dat was het ook, maar ik heb het kunnen verwerken door mijn boek te schrijven en filosofische teksten over de dood te lezen. In mijn boek heb ik het vrij weinig over het ongeval zelf – meer over wat anderen over de dood zeggen en of ik daar iets in herken of niet. Op die manier kregen mijn gedachten over het ongeluk en de dood een consistentie die nodig was om de chaos in mijn hoofd te ordenen.’

De ondertitel van het boek luidt Hoe een val van een berg mij de zin van het leven liet inzien. Dat is nogal wat.
‘Het is inderdaad een ontzettend grootse uitspraak. Maar de bewering klopt wel. In die paar seconden dat ik naar beneden viel was ik er honderd procent van overtuigd dat ik doodging. Dat heeft me veranderd; het is een ontzettend dwingende ervaring. Na de val kon ik niet anders dan nadenken over het leven, de dood en wat er werkelijk belangrijk voor mij is. Voor het ongeluk dacht ik als filosoof ook al na over dergelijke zaken, maar er zijn verschillende niveaus waarop je dat kunt doen. De val heeft de intensiteit van mijn denken vergroot.’

Maar wat is nou de zin van het leven waar u het over hebt?
‘Ik heb ingezien waar mijn prioriteiten in het leven liggen. Door de dood in de ogen te hebben gekeken besefte ik wat mijn leven waardevol maakt, zoals mijn dochtertje.’

Dus u hebt niet de universele zin van het leven ingezien?
‘Ja en nee. Die prioriteiten liggen voor iedereen natuurlijk anders, maar ik denk dat ieder mens in de fase van de dood inziet waar hij of zij eigenlijk voor leeft. Nadenken over de dood is daarom een goede manier om de zin van je leven te vinden en in te zien wie jij werkelijk bent: de dood is een filosoof. Je beseft op dat moment wat fundamenteel is voor jouw persoonlijke identiteit. Dat is een enorm inzicht. De belangrijke filosofische vraag “Wat betekent het om mij te zijn?” wordt daarmee beantwoord. En dan niet door verschillende perspectieven uit te lichten, maar door te begrijpen wat het juiste antwoord is.’

En wat is dat volgens u?
‘Het is gebruikelijk te denken dat je ervaringen, gevoelens en gedachten de zaken zijn die jou tot jou maken. Ik denk echter niet dat dat het juiste antwoord is. Persoonlijke identiteit bestaat niet uit het bewustzijn, maar uit wat werkelijk belangrijk is voor een persoon. Zaken waar iemand voor wil sterven vormen iemands persoon. Natuurlijk is het bewustzijn belangrijk, maar niet zo belangrijk als vaak wordt gedacht. Zodra je dood bent is je bewuste leven verdwenen. Terwijl dat niet altijd het geval is met persoonlijke identiteit.’

Onze identiteit is onsterfelijk?
‘Soms, het ligt eraan hoe je in het leven staat. De Amerikaanse filosoof Mark Johnston beschrijft dit in zijn boek Surviving Death, een werk dat ik heb gelezen tijdens mijn revalidatieproces. “De dood overleven is een kwestie van gradatie”, schrijft Johnston. Daarmee bedoelt hij dat de mate waarin iemand zijn eigen dood kan overleven afhankelijk is van in hoeverre hij zich met de waarden en belangen van toekomstige mensen weet te identificeren.’
 
Hoe doe je dat?
‘Het bekendste voorbeeld hierbij is de ouder-kindrelatie. Als een moeder streeft naar het welzijn voor haar kind, leeft dat welzijn na haar dood in dat kind voort. Het belang dat de moeder nastreeft wordt dan door haar kind belichaamd, zoals het voor haar dood in haar eigen lichaam aanwezig was. Het feit dat dat streven niet langer bewust is, is niet zo belangrijk.’

Dat klinkt wel wat zweverig.
‘Daar ben ik het niet mee eens. Het heeft wellicht iets spiritueels, maar dat is niet hetzelfde als zweverig. Bovendien is de manier waarop hij tot zijn conclusies komt totaal niet spiritualistisch. Als je Johnstons filosofie simplificeert stelt hij de vraag: “Wat is de harde kern van de mens?” Vervolgens komt hij erachter dat die harde kern de mens kan overleven. Wat mij zo aanspreekt in deze beschouwing over onsterfelijkheid, is dat goede mensen een voordeel krijgen toegewezen. Wie goed leeft – in morele zin – heeft meer kans zijn dood te overleven.’

Dus we moeten streven naar onsterfelijkheid?
‘Ja, maar dan wel naar de manier die Johnston beschrijft. Letterlijk onsterfelijk zijn lijkt me verschrikkelijk. Ik zie de dood als de ultieme deadline. Mensen hebben deadlines nodig. Ikzelf ben bijvoorbeeld erg van het uitstellen. Als ik in mijn werk als journalist geen deadlines had, zou er nooit een tekst van mij afkomen. Door die deadlines word ik gedwongen werk te verrichten, waardoor ik uiteindelijk meer bereik. Zo is het ook met de dood: door het vooruitzicht van de dood worden wij gedwongen iets van ons leven te maken. Onze sterfelijkheid is van grote waarde. Er is dus niets mis met angst voor de dood, die is juist goed.’

Veel filosofen dachten daar anders over.
‘Klopt. Filosofie wordt door veel denkers gezien als voorbereiding op de dood. Die gedachte duikt telkens weer op in de geschiedenis, met Plato als ultiem voorbeeld. Heroïsch de dood tegemoet treden vond hij heel wat. Zelf snap ik dat niet – de dood is toch iets engs? Waarom mogen we dat niet vinden? Filosofie is geen manier om de dood te overkomen, maar om de angst voor de dood te accepteren.’

Hoezo?
‘Veel mensen weten dat ze op een dag dood moeten gaan, maar willen het tegelijkertijd niet echt geloven. Ze duwen die gedachte weg omdat ze er niet aan willen denken. Ik zeg heus niet dat je constant aan de dood moet denken, maar het is goed er af en toe bij stil te staan. Dat is niet verlammend, maar juist motiverend: het helpt je prioriteiten te stellen. Negeer de angst voor de dood niet, en laat je er evenmin door overmannen. Zie de doodsangst als een vriend.’

Klimt u weer?
‘Nee. Ik ga wel weer naar de bergen, om te hiken of hard te lopen. Klimmen levert risico’s op die ik niet langer wil nemen. Daarvoor is het voor mij niet belangrijk genoeg.’

De dood is een filosoof
Tobias Hürter
(Ambo Anthos)
166 blz. / € 18,99