Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 11/2021

‘Sciencefiction prikkelt de filosofische verbeelding’

Laura Molenaar

Sciencefiction is niet alleen spannend, je leert er ook van filosoferen, zeggen Helen De Cruz en Johan De Smedt. Net als filosofie zet sciencefiction je wereldbeeld op zijn kop.

Beeld Reinout Dijkstra

Bij het Belgische filosofenechtpaar Helen De Cruz en Johan De Smedt valt al snel op dat ze gewend zijn om samen te filosoferen. Tijdens het videobellen onderbreken ze elkaar dikwijls om de ander aan te vullen of een tegengesteld standpunt op te werpen. Intussen wisselen ze moeiteloos tussen Nederlands en Engels; de twee wonen en werken in de stad St. Louis in de Verenigde Staten.

‘Omdat hier nauwelijks openbaar vervoer is en we geen auto hebben, nemen we vaak een Uber,’ vertelt De Cruz. ‘De chauffeurs vragen dan naar mijn werk en dan zeg ik dat ik filosofie doceer. Uit die gesprekjes blijkt dat bij veel mensen die een cursus filosofie hebben gevolgd hetzelfde beklijft: dat filosofie je de wereld op een andere manier laat zien. Ik dacht vroeger: als ik filosofie doceer, moeten studenten toch zeker Plato en Mill hebben gelezen.’ Maar door de gesprekken in de taxi besefte De Cruz dat je iemands wereldbeeld ook op andere manieren ter discussie kunt stellen.

De Smedt en De Cruz redigeerden samen met hun Amerikaanse collega Eric Schwitzgebel het boek Philosophy through Science Fiction Stories, dat eerder dit jaar uitkwam. In het boek staan korte sciencefictionverhalen, gevolgd door een uitleg van de auteur over de filosofische gedachten erachter. Het is bedoeld om filosofie mee te doceren, maar volgens De Cruz en De Smedt kun je ook zonder filosofiedocent de wijsgerige ideeën uit een scifi-verhaal plukken.

Battlestar Galactica

Veel sciencefictionverhalen maken gebruik van filosofische ideeën. Neem bijvoorbeeld Story of Your Life van Ted Chiang, waarop de film Arrival is gebaseerd (zie kader). Daarin komen vragen over de vrije wil en de relatie tussen taal en denken aan bod. De Smedt: ‘Of denk aan de herinterpretatie van de serie Battlestar Galactica uit de jaren zeventig. In die serie is de mens verwikkeld in een interplanetaire oorlog met gevechtsrobots. Dat is eigenlijk één lange introductie in politieke filosofie. De ingewikkelde verhouding tussen de militaire leiders en de democratisch verkozen president roept bijvoorbeeld vragen op over burgerlijke ongehoorzaamheid en de legitimatie van macht.’

Sciencefiction prikkelt de filosofische verbeelding, merkt De Smedt in zijn colleges. ‘Toen ik mijn studenten de filosofie van René Descartes uitlegde, vertelde ik dat hij de methode van radicale twijfel toepast. Telkens vraagt Descartes zich opnieuw af: wat kan ik zeker weten? Kan ik mijn zintuigen vertrouwen of word ik misleid door een kwade geest?

‘In scifi worden gedachte-experimenten getest en uitgewerkt’

Mijn studenten keken me met wezenloze blikken aan. Toen zei ik: “Denk aan The Matrix.”’ In die film wordt hoofdpersoon Neo geconfronteerd met het feit dat hij in een gesimuleerde werkelijkheid leeft. Het bruggetje met een kwaadaardige demon die Descartes’ zintuigen bedriegt is dan snel gemaakt. ‘Plotseling begrepen mijn studenten wél wat Descartes bedoelt.’

Naast het feit dat veel sciencefiction gebruikmaakt van filosofische ideeën, is zowel scifi als filosofie speculatief: er wordt nagedacht over mogelijke realiteiten en daarop wordt gereflecteerd. Valt er dan eigenlijk wel een duidelijke scheidslijn tussen beide te trekken? Na enige discussie concluderen De Smedt en De Cruz: nee, zo’n scherpe grens is er niet.

Sciencefiction kun je zien als een labora­torium waarin filosofische gedachte-experimenten getest en uitgewerkt worden. Maar er zijn wel degelijk verschillen tussen filosofische gedachte-experimenten en sciencefictionromans, denkt De Smedt. Romans zijn langer en geven je psychologisch inzicht in de karakters. In filosofische gedachte-experimenten zijn de personages vaak alleen maar aanwezig om je een idee te laten begrijpen. Maar er is nog een ander verschil, zegt hij. Sciencefiction laat je voelen wat een gedachte-experiment je alleen maar doet begrijpen.

Vreemde wezens

‘Sciencefiction is eigenlijk een extensie van een filosofisch gedachte-experiment’, zegt De Smedt. De Cruz vult aan: ‘Veel filosofen hebben fictie geschreven. Johannes Kepler schreef bijvoorbeeld het fantastische verhaal Somnium.’ Daarin laat een IJslandse heks haar zoon zien dat ze een demon kan oproepen. Die demon vertelt hun over het leven op de maan, waar hij woont. ‘Kepler schrijft over sterrenkunde vanuit het perspectief van de maan, waardoor de lezer voelt dat er andere manieren zijn om naar onze wereld te kijken.’

De Cruz: ‘Sommige filosofen zijn een beetje wantrouwig tegenover scifi-verhalen. De persoonlijke visie van de auteur is niet altijd helder, terwijl zij graag duidelijkheid willen.’ Die argwaan is zonde, want de wijsbegeerte kan juist iets van sciencefiction leren, vindt De Cruz. ‘Met een verhaal hoef je niet te zeggen: dit is mijn standpunt en dit is mijn argument daarvoor. Je kunt het verhaal gebruiken om te kijken wat er zou gebeuren in bepaalde situaties, in een ethisch dilemma bijvoorbeeld.’

‘Dankzij The Matrix snapten mijn studenten de filosofie van Descartes’

Al gaat het in sciencefiction vaak over verre planeten en vreemde wezens, de kwesties waar de fictieve personages mee worstelen zijn niet zo verschillend van kwesties in onze eigen maatschappij, zegt De Cruz. ‘Neem The Terminator, waarin een cyborg mensen opspoort om ze te vermoorden. Het idee achter de film is: technologie is slecht.’

De Smedt: ‘Ik weet niet of dat klopt. Want de mensen die het doelwit zijn van de terminators worden uiteindelijk ook gered door andere vormen van technologie.’

De Cruz: ‘Maar het uiteindelijke idee is dat als technologie geavanceerd genoeg is, die zich tegen de mensheid zal keren.’

De Smedt: ‘O ja, daar heb je zeker gelijk in.’

Het voordeel van pulp

Voor De Smedt is er nog een andere reden om sciencefiction te lezen. ‘Ik denk dat het belangrijk is voor mensen om hun geest te openen. Dat bedoel ik niet als new age-goeroe, maar it’s important to sometimes blow your mind.’ En sciencefiction kan daarbij helpen. De Cruz: ‘Dat hangt samen met een idee van filosofe Martha Nussbaum. Zij zegt dat de geesteswetenschappen belangrijk zijn, omdat ze ons helpen om ons in te leven in situaties en ideeën van anderen.’ Dat inleven is van groot belang, stelt De Cruz. Mensen stranden makkelijk in een gepolariseerd wereldbeeld, wat ze in de Verenigde Staten ook heeft gezien. ‘Het is heel makkelijk om in een wereldbeeld te vervallen van “de goeden” en “de slechten”. Maar als je goede fictie leest, helpt die je om de wereld vanuit andere perspectieven te zien. Dat lijkt me voor iedereen een nuttige oefening.’

De Smedt beaamt dat. Sciencefiction is laagdrempelig, waardoor je makkelijk met andere wereldbeelden in aanraking komt. ‘Natuurlijk kan dat ook met andere vormen van fictie, maar sciencefiction is makkelijk verteerbaar, een beetje als chocoladepudding. Als je Tolstojs Oorlog en vrede leest ga je de wereld ook anders zien, maar je bent er weken mee bezig.’ En daar heeft niet iedereen zin in. Sciencefiction kan je wereldbeeld een stuk sneller op z’n kop zetten. ‘Een scifi-roman van Jack Vance heb je in een paar uur of een paar dagen uit.’

Vijf tips voor filosofische scifi

1. Margaret Cavendish – De stralende wereld (1666/2018)
In deze vroege feministische utopie strandt een jonkvrouw op een wereld waarin de steden zijn gemaakt van edelstenen. Ze schopt het tot keizerin, gebruikt haar macht om vrede te stichten en maakt korte metten met de ongelijkheid tussen man en vrouw.

2. Edgar Allan Poe – The Mask of the Red Death (1842)
Prins Prospero probeert een gevaarlijke plaag, de ‘rode dood’, te ontlopen. Hij verschuilt zich met zijn gevolg in zijn abdij om het beloop van de ziekte in alle luxe af te wachten. Maar tijdens een gemaskerd bal dringt er een mysterieuze figuur binnen die besmet is met de rode dood.

3. John Wyndham – De dag van de triffids (1951)
Een meteorenregen maakt de meeste inwoners van Londen blind. Daardoor vormen de triffids – vleesetende planten die om hun olie worden gekweekt – een plotseling gevaar. Kan bioloog Bill Masen de planteninvasie stoppen? En was die meteorenregen slechts toeval?

4. Ursula K. Leguin – De linkerhand van het duister (1969)
Genly Ai, een inwoner van planeet Terra, wordt naar de planetengroep Gethen gestuurd, waar de inwoners geen vast geslacht hebben en ze sterk geloven in een religie die lijkt op het taoïsme. Ai moet de Gethenaars overhalen om zich achter zijn planetenconfederatie te scharen, maar hij stuit op cultuurbarrières en politieke tegenwerking.

5. Ted Chiang – De verhalen van jouw leven en anderen (2002)
Ted Chiangs korte verhalen vertrekken vanuit fundamentele vragen. Wat als wiskundige wetmatigheden eigenlijk willekeurig en inconsistent waren? Wat als de taal van buitenaardse wezens onze perceptie van tijd voor altijd zou veranderen? Wat als we een toren van Babel zouden bouwen die echt tot in de hemel reikt?