Home Peter Sloterdijk: ‘We gaan het onmogelijke mogelijk maken’

Peter Sloterdijk: ‘We gaan het onmogelijke mogelijk maken’

Door Wouter Kusters op 23 juni 2009

Peter Sloterdijk: ‘We gaan het onmogelijke mogelijk maken’
06-2009 Filosofie magazine Lees het magazine

In deze tijd van ecologische crisis is verandering noodzakelijk, zegt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Maar is die ook mogelijk zonder ons luxe leven op te geven?

‘Er is in deze tijd een nieuw gebod nodig. En dat gebod luidt: “Je moet je leven veranderen.”’ Aan het woord is de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, die voor een kort bezoek in Nederland is. Onderweg in de auto richting Nijmegen vindt hij nog tijd voor een interview.

Toch: is dit echt wel Peter Sloterdijk? De filosoof, in Nederland vooral bekend vanwege de vertaling van de Sferen-trilogie, was eerder helemaal niet zo van het ‘moeten’. In zijn boek Schuim, het derde deel van die trilogie, nam hij het nog op voor een ongebreidelde levensdrift, en uitte zich kritisch over conservatieve nederigheid. Maar nu, zo stelt hij, hebben we te maken met iets wat deze ongebreideldheid te boven gaat: de ecologische crisis – de ijskappen smelten, de temperatuur stijgt. En het blijkt hoe moeilijk het is om onze levensstijl aan te passen. Het heersende neoliberalisme, met de slagzin ‘Ik koop, dus ik ben’, werkt als een verdoving waaruit het maar moeilijk ontwaken is. Daarom hebben we een nieuw gebod nodig, dat tevens de titel van zijn laatste boek is: Du musst dein Leben ändern.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In Schuim beschrijft Peter Sloterdijk al hoe sterk die verdoving is. In een licht orakelend Duits-diepzinnig betoog, doorspekt met hilarische zedenschetsen, zoekt Sloterdijk naar de wortels van het neoliberalisme. Die wortels reiken diep: Sloterdijk boort door de lagen van moderniteit, christendom en Romeins-Griekse cultuur heen en onderzoekt de onderliggende psychische trekken van de oermens. Het lijkt erop alsof een aantal zaken nu bereikt is waar die oermens slechts van kon dromen. In alle behoeftes van de moderne mens is voorzien: een schijnbaar onbeperkte stroom van alle soorten vruchten in alle jaargetijden in zowel koude als warme gebieden; een per woning afstelbare binnenklimaatregeling waardoor warmte en water altijd beschikbaar zijn; en een oneindige hoeveelheid ervaringen, beelden en informatie via moderne media. Volgens Sloterdijk is iedereen alleenheerser in zijn eigen universum of ‘schuimbel’. Heeft de moderne westerse mens daarmee de ideale toestand van weelde en overvloed bereikt? Sloterdijk: ‘Het kenmerk van de moderniteit is dat deze rijdom deels bereikt is, waardoor we in een “kristalpaleis van de beschaving” wonen. Hierdoor zijn we in eerste instantie ontlast van de zwaarte van het bestaan.’

Kunstmatige wereld

Logisch dat het moeilijk is om dit paleis ter discussie te stellen, temeer omdat Sloterdijk niet opteert – ook niet in zijn nieuwe boek – voor een conservatief pleidooi van schuld en boete, een soort van ‘hernieuwde nederigheid’. Schuim is weliswaar een ontleding van onze moderne cultuur van overvloed, maar ook een lofzang op de rijkdom en lichtheid van het bestaan. We leven in een tijd waarin de meeste mensen niet langer veroordeeld zijn tot uitzichtloze zware lichamelijke arbeid, noch onderworpen zijn aan een knellende moraal. Laten we onszelf dan niet opnieuw belasten met een schuldgevoel.

Volgens Sloterdijk is dat schuldgevoel nog gevangen in verouderde beelden van schaarste en gebrek. Natuurlijk is er op mondiaal niveau wel schaarste, en ook in de westerse wereld komt nog armoede voor. Voor de meeste westerlingen zijn de welvaart, veiligheid en vrijheid in de laatste eeuw echter enorm toegenomen – woorden als ‘schaarste’ en ‘gebrek’ doen daarom geen recht meer aan de huidige situatie. Bij gebrek aan gebrek verzinnen velen daarom tekorten en vergroten minieme wantoestanden enorm uit. Ze lopen daarmee achter de feiten aan, want het grote thema van de huidige tijd is niet het tekort, maar het teveel.

Toch zijn ook voor de verwende westerse mens met al zijn welvaart en rijkdom de vooruitzichten op een gelukkig bestaan niet onverdeeld gunstig. Vergeleken met de negentiende en begin twintigste eeuw beschikken de moderne mensen over zeeën van vrije tijd, waarin ze richtingloos en stuurloos ronddobberen. Sloterdijk: ‘Voor het bereiken van de rijkdom wordt een hoge prijs betaald: namelijk die van de derealisering, de “ontwerkelijking van de ervaring”. We leven in een kunstmatige wereld, waarin het realiteitsgevoel is afgeschaft. Er is geen onmiddellijke nood of gevaar meer; deze worden slechts als indirect risico gezien. Het is alsof je in een film leeft, waarin het niet geheel serieus is wat er gebeurt. Daarom kun je binnen in dit kristalpaleis ook geen ethiek ontwikkelen. Imperatieven, dat zijn ethische geboden die zeggen “Je moet dit doen, wil je een moreel mens zijn” komen niet aan, want er is geen noodzaak.’

Je leven veranderen

Door het gebrek aan realiteitszin is het moeilijk om goed om te gaan met de ecologische crisis. Die vereist een grote, wereldomspannende verantwoordelijkheid, die het comfortabele kristalpaleis te boven gaat. Er duiken opeens weer nood en urgentie in dat kristalpaleis op; er is behoefte aan een grootse ethiek om de crisis te lijf te kunnen. Deze nieuwe ethiek staat echter haaks op die van het liberalisme, die wezenlijk geen grenzen aan de groei wil en kan stellen. Sloterdijk: ‘We hebben zelf een ecologische crisis teweeggebracht die zo ernstig lijkt dat het leven op aarde wellicht geheel onmogelijk wordt. Daarmee doemt een nieuw ethisch probleem op: in de neoliberale cultuur worden enkel frivoliteiten ondersteund. Van belang zijn het toerisme, de sport en de loskoppeling van seksualiteit van de voortplanting. Echter, we hebben nu dat gebod nodig dat je je leven moet veranderen. Dit is een kosmopolitische ethiek, geldig voor iedereen en overal.’
Om de totale ondergang te voorkomen is dus een nieuwe ethiek nodig met nieuwe waarden, een nieuwe moraal en nieuwe omgangsvormen. Dat vergt fundamentele veranderingen, die door Sloterdijk vergeleken worden met eerdere religieus-spirituele omwentelingen. Het gaat hem daarbij niet om een nederige schuldbekentenis, maar juist om een nieuwe, grootse levenswijze die weet om te gaan met de problemen van deze tijd. Zoals ook religies starten bij eenlingen die aanvankelijk onmogelijk hoge eisen aan mensen stellen: ‘In de christelijke ethiek luidde het: “Je moet het leven van Christus nabootsen.” In de Joodse vorm heet het: “Je moet aan de wet voldoen.” In de islamitische vorm: “Je moet de heilige oorlog tegen jezelf voeren.” Dat zijn grote morele eisen, waaraan door weinigen echt voldaan kon worden. En toch is er nu een dergelijke eis nodig, een kosmopolitische ethiek waarmee binnen het kristalpaleis het leven radicaal verandert, zodat er weer zoiets als ernst mogelijk is.’

Door de ernst van de toenemende crisis zijn steeds meer mensen ontvankelijk voor de boodschap van verandering. Langzaam begint de eis dat alles anders moet zich uit te kristalliseren in nieuwe gedragscodes. Het Verdrag van Kyoto was daar een voorbeeld van, maar ook de ecotax en de toenemende consensus dat veel autorijden en vliegen asociaal is.
‘Er hangt een kosmopolitische ecologische moraal in de lucht. Die houdt een opgave in voor allen en voor niemand. Wanneer het voor iedereen even ónmogelijk is eraan te voldoen, zal er een beweging op gang komen om het onmogelijke mogelijk te maken. Bij de opkomst van een radicaal nieuwe ethiek verlangen mensen aanvankelijk niet naar het mogelijke, maar naar het onmogelijke, en ontstaat er een elite die zegt: “We gaan het onmogelijke mogelijk maken.” In die situatie bevinden we ons op dit moment. De nieuwe gedragscodes zijn nog lang niet opgeschreven. We leven in zekere zin op eenzelfde soort ogenblik als Mohammed toen hij net de sura’s gehoord had. Wij horen, zo kun je zeggen, de algemene wetten en normen van de ecologisch-kosmopolitische code. Er is nu echter niet één enkele profeet die deze dingen ontvangt, maar een collectief aan profeten, zoals de Club van Rome in de jaren zestig. Ook in die tijd kwam er een groot debat, met daarop echter een sterke ongelovige conservatieve reactie. Maar nu zijn de fundamentele problemen nog erger dan in de tijd van de Club van Rome. We staan nog steeds voor dezelfde vragen. Daarom weet iedereen tegenwoordig dat het zo niet verder kan.’

Oefening

Maar hoe kan het dan wel? Sloterdijk betoogt dat we ons bewust moeten worden en moeten afkeren van slechte gewoontes, passies die ons meeslepen, en ingesleten ondoordachte meningen en voorstellingen. Als praktisch filosoof roept hij daarbij op tot training en oefening. Als je jezelf en anderen maar vaak genoeg inprent dat je geen lege blikjes op straat mag weggooien, slijt dat als gewoonte zo in dat je daar na verloop van tijd echt een weerstand tegen kunt ontwikkelen. Zo kan stapje voor stapje uiteindelijk een grote verandering worden bewerkstelligd, en is het niet onmogelijk dat we het eten van vlees of vliegvakanties in de toekomst net zo verwerpelijk vinden als op dit moment wapens.

Maar er zal nog lang weerstand blijven: ‘De neoliberalen zijn de cynici van de huidige tijd, die het zogenaamd beter weten, maar die de slechte gewoontes blijven verdedigen. Om de crisis te keren moeten deze slechte gewoontes worden afgeleerd. Door oefening moet men tot een Umwendung der Seele komen; er is een ethische revolutie nodig. Mijn laatste boek is een uitvoerige reconstructie van dergelijke omwentelingen. Die blijken telkens te beginnen bij avant-gardistische individuen zoals Gautama Boeddha. Die omwentelingen zijn vaak echt een zaak van religiestichters, die de revolte tegen slechte gewoontes tot de kern van hun ethische leer hebben gemaakt.’

Door zijn aard is de mens volgens Sloterdijk heel gevoelig voor dergelijke omwentelingen. Dat komt volgens hem doordat de mens altijd streeft naar het hogere, hoe dat er dan ook uit mag zien. Door naar het hogere te reiken, overtreft de mens zichzelf. In Schuim leek het er nog op alsof je ‘vanzelf’ los zou komen van de zwaarte van de aarde als je maar rijk was en niet klaagde over gebrek. In Du musst dein Leben ändern vraagt Sloterdijk een minder makkelijk realiseerbare beweging omhoog. In onze tijd van crisis zijn de problemen als ontzagwekkende bergen. Deze lijken onmogelijk groot in hun verhevenheid, maar het meest onwaarschijnlijke is toch mogelijk. Bergen kunnen door training, oefening en techniek worden bedwongen. Voorop klimmen de extremisten, de virtuozen en de onaangepasten.

Sloterdijk: ‘Culturen zijn basiskampsystemen van waaruit expedities worden ondernomen. Lang geleden nam de expeditie de vorm aan van de jacht. In de hogere culturen zijn er andere vormen gekomen: bijvoorbeeld de zoektocht naar heiligheid en mystiek in het christendom en de grote kunst in de burgerlijke cultuur. In ieder basiskamp is er een spanning tussen het gewone leven en het avant-gardistische. Veel denkers en sociologen doen ten onrechte alsof er niets bestaat buiten het basiskamp; zij beschrijven het normale als de norm. Ik geloof echter dat ook in de toekomst de spanning tussen basiskamp en expeditie moet blijven, en dat de kosmopolitisch-ecologische elite van de eenentwintigste eeuw de vorm van een expeditie zal hebben.’
Ondertussen rijden we door de platte polder op weg naar Sloterdijks volgende afspraak: hij moet straks een lezing geven. Sloterdijk wijst gekscherend naar buiten en zegt: ‘Als je het Nederlandse natuurlandschap ziet, is het niet verwonderlijk dat ook in het Nederlandse mentale landschap weinig gevoel bestaat voor bergen en expedities.’ In zijn boek Du musst dein Leben ändern is Sloterdijk serieuzer: iedereen heeft het vermogen om op expeditie te gaan, om hoger te reiken en verder te kijken dan ogenschijnlijk mogelijk is. ‘Wie niet door het meer-dan-grote wordt gegrepen, behoort niet tot de Homo sapiens. Hiertoe behoorde al de jager op de savanne, die zijn hoofd hief en begreep dat de horizon geen beschermende grens is, maar de poort waardoor goden en gevaren binnentreden.’

Peter Sloterdijk is hoogleraar filosofie en esthetica aan de Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe. Hij kreeg internationale bekendheid met zijn Kritiek van de cynische rede (1984) en vooral ook door zijn Regels voor het mensenpark (2000). Met de publicatie van Schuim is zijn bekende Sferen-trilogie helemaal in het Nederlands vertaald. In deze imponerende reeks schrijft hij zijn eigen geschiedenis van de mensheid. Zijn laatste boek, Du musst dein Leben ändern, is in maart verschenen in het Duits.