Home Olivier Roy: ‘Dezelfde waarden delen is een mythe. Alleen een dictatuur legt dezelfde waarden aan iedereen op’

Olivier Roy: ‘Dezelfde waarden delen is een mythe. Alleen een dictatuur legt dezelfde waarden aan iedereen op’

Door Annette van der Elst op 26 november 2012

02-2007 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Men ziet niet dat veel radicalen helemaal geen traditionele vorm van islam aanhangen.’ De Franse islamkenner Olivier Roy over de nieuwe islam.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ventilatoren worden gebracht om de warmte te verdrijven uit de bibliotheek van het hotel; de verwarming is oververhit en kan niet worden uitgeschakeld. Olivier Roy, geïnstalleerd achter een tafel in de bibliotheek, schakelt na een paar koppen thee over op bier. Hij kondigt, met enige bravoure, aan dat hij desnoods het diner zal overslaan als het interview te veel tijd gaat vergen. De Franse islamspecialist brengt een kort bezoek aan Nederland, waar het schoolvoorbeeld van zijn tegendraadse theorie over de islam gevangen zit: Mohammed B. ‘U heeft uw Mohammed Bouyeri en zijn club. Een Nederlander die overgaat tot een fundamentalistische religie. Bouyeri is ook nog eens geen Arabier, zijn ouders zijn Berbers uit het Marokkaanse Rif-gebergte.’

Mohammed B., de bekeerde moslim, vormt in veel opzichten het tegendeel van het Europese clichébeeld over de radicale islam. ‘Veel mensen hebben bij de opkomst van radicale vormen van de islam het beeld voor ogen van Arabieren die naar Europa zijn gekomen met hun traditionele cultuur, hun taal. Men ziet niet dat veel van de radicalen helemaal geen traditionele vorm van islam aanhangen. Daar komt nog eens bij dat veel radicale moslims bekeerd zijn.’
 
Roys visitekaartje is indrukwekkend: naast adviseur van de Franse regering, is hij hoogleraar in Parijs aan de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales (EHESS) en onderzoeksdirecteur aan het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS). Hij leidde enkele missies van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Centraal-Azië. Roy werd bekend door zijn analyse van de moderne islam: de nieuwe islam is een direct resultaat van de vrijwillige verhuizing van islamitische bevolkingsgroepen naar het Westen. Dit is ook Roys centrale stelling in zijn enkele jaren geleden verschenen boek De globalisering van de islam; hij herneemt die these in zijn recent uitgekomen De islam en de scheiding van kerk en staat. Die nieuwe islam neemt verschillende vormen aan: van een humanistische islam tot het ‘neofundamentalisme’. En het is deze laatste vorm die de westerse samenlevingen voor problemen stelt, en tegelijkertijd ook de islam in zijn greep houdt.
Het neofundamentalisme streeft naar een islamisering van de samenleving. Deze stroming, die ver gaat met de weigering van elk compromis met wat niet strikt tot islam behoort, kan verschillende vormen aannemen, zoals radicale gewelddadige splintergroeperingen, maar ook de loutere bekommernis om het protocol na te leven en kledij te dragen als de djellaba, niquaab en sluier. De aanhangers baseren zich losjes op het door Abdel Wahhab (1704-1791) opgerichte wahhabisme; de aanhangers spreken liever over salafisme.

Roy: ‘Deze mensen keren niet terug naar hun traditie, maar moeten vooral beschouwd worden als bekeerlingen, als born-agains. De uitdrukking “terugkeer naar het religieuze” die tegenwoordig vaak wordt gebruikt, suggereert dat het om de terugkeer naar iets van vroeger gaat. Volgens mij heeft het herleven van deze vormen van religie niets met een terugkeer te maken; de gemeenschappen van neofundamentalisten zijn geen uitdrukking van traditionele culturen.’

‘Het neofundamentalisme trekt mensen aan die zich ontheemd voelen en vervreemd van een of andere vorm van cultuur. Het spreekt jongeren aan die zich niet thuis voelen in deze maatschappij – vaak van de tweede generatie immigranten, mensen zoals Mohammed Bouyeri. Soms zie je ook dat jongeren met een niet-moslimachtergrond zich tot deze religie bekeren. Het neofundamentalisme is zo aanlokkelijk, omdat het ervaringen als vervreemding, ontheemding en ontworteling omzet in een ideaal: een universele islam die gezuiverd is van gebruiken en traditie, en daardoor is toe te passen in allerlei sociale situaties en contexten – van de Afghaanse woestijn tot de Amerikaanse universiteit.’

Deze islam is niet alleen een product van ontworteling, ze draagt er ook toe bij. ‘Mensen die zich tot deze religie bekeren, verwerpen niet alleen de profane cultuur, maar ook de religieuze traditie. De neofundamentalistische jongeren vinden de religieuze praktijk van hun ouders maar slap. Ze weigeren ook de theologie, en geven de voorkeur aan een onmiddellijke waarheid die direct geldig is voor het individu – vaak via internet te vinden protocollen en dogma’s. Zij kenmerken zich door een individualistische beleving van de godsdienst die wordt teruggebracht tot een code van wat eerbaar en wat niet-eerbaar is.’

Pinkstergemeente

Deze ontwikkeling is – stelt Roy – echter niet specifiek voor de islam. Ook in het protestantisme is deze tendens te zien: ‘Naast de neofundamentalistische islam trekken ook de Evangelische Kerk en de Pinkstergemeenten veel bekeerlingen. In de Verenigde Staten zie je duizenden Latino’s met een katholieke achtergrond tot deze protestante religies overgaan. Tegelijkertijd verkeren de religies die gelieerd zijn aan een nationale en culturele identiteit in een crisis. De traditionele geloven, judaïsme – ja, het judaïsme heeft in bepaalde tijden ook bekeerd – en katholicisme bekeren tegenwoordig niet. De religie die het meest bekeert, is de Pinkstergemeente – niet eens de islam – en vaak in gebieden waar je dat niet zou verwachten: Afrika, Latijns-Amerika en Europa.’

‘De religies die het tegenwoordig het beste doen – dat wil zeggen die de meeste bekeerlingen kennen –, zijn de religies die zich expliciet voordoen als niet-cultureel. Ze weigeren iedere cultuur die zich vormt naast of buiten het strikt religieuze – de koran en de soenna, of de bijbel – en houden zich verre van kunst, muziek, filosofie en literatuur, maar ook traditionele gebruiken. Alles wat niet behoort tot het strikt religieuze is overbodig of moet zelfs actief bestreden worden, zeker die dingen die aan andere godsdiensten worden ontleend.. Het tegenovergestelde van fundamentalisme is niet modernisme, maar cultuur.’

Clash

De veel besproken clash van culturen is volgens Roy dan ook geen botsing van culturen, maar een van de cultuur met een groep die juist de cultuur afwijst. ‘De religies die problemen oproepen, zijn geen culturen, maar ontkoppeld van een cultuur.’ Het hedendaagse debat over de islam wordt volgens Roy echter gedomineerd door de vergissing dat het neofundamentalisme een traditionele cultuur zou zijn: de multiculturalisten maken deze fout – wanneer ze neofundamentalistische waarden verwarren met die van een traditionele groep en cultuur. Maar ook de ‘culturalisten’ bezondigen zich aan deze fout. Zij verdedigen de westerse verlichte waarden die in hun ogen botsen met de waarden die essentieel zouden zijn aan de islam.

‘Het debat over de islam in het Westen gaat uit van een essentialistische visie ervan, die uitgaat van onder meer de Koran – wat zegt de Koran over de jihad, de vrouw, de democratie, de politiek? En in de media, vooral op tv, verschijnen bebaarde imams – met een zwaar Syrisch accent – en gesluierde vrouwen die worden geacht de vertegenwoordigers van de islam te zijn. Het ergste is niet dat ze slechts een deel van de bevolking met een moslimachtergrond vertegenwoordigen, maar dat – zelfs als het een groot deel zou zijn – ze een heel bijzondere vorm van islam representeren. Zowel zijzelf als de niet-moslims claimen dat alle andere vormen van islam niet de echte islam zouden zijn, dat alleen deze bebaarde, gesluierde – salafistische – vorm de ware islam is. Zo bevestigen de salafistische islam en de media elkaar wederzijds in de opvatting dat er maar één islam is: de salafistische vorm.’

Maar ook een groot aantal mensen dat de zogenaamde islamofobie wil bestrijden neemt deze intellectuele mal over – de islam is dit of dat – om aan te tonen dat er slechts één ‘goede’ islam is. Maar de vermeende clash of civilizations vervangen door de dialoog, veronderstelt een zelfde soort intellectuele analyse. ‘Om uit deze gevangenschap te komen, dit spiegeleffect tussen culturalisme en fundamentalisme, dat niet anders dan tot een intellectuele steriliteit kan leiden, zijn er twee benaderingen mogelijk. De eerste is terugkeren naar belangrijke teksten uit de geschiedenis van de islam, dat wil zeggen een kritische theologie verdedigen, die gebruikmaakt van moderne wetenschappen als linguïstiek, geschiedenis en sociologie. De tweede optie is de politieke dimensie van islamitische bewegingen herstellen, waaronder ook de terroristische.’

Spelregel

Hoe moet de politieke dimensie van de islam hersteld worden? In ieder geval niet door een eenheid na te streven – het delen van waarden –, een verlangen dat veel hedendaagse politici, onder wie Balkenende, delen. ‘Dezelfde waarden delen is een mythe. Dat hebben we – in de democratie – nog nooit gedaan, want we aanvaarden juist de diversiteit. Alleen een dictatuur legt dezelfde waarden aan iedereen op.’ Dat betekent nog geen multiculturalisme, waarin de verschillende culturen vreedzaam naast elkaar zouden kunnen leven. ‘Om geen burgeroorlog te laten ontstaan – dat is de theorie van Hobbes – moet die diversiteit worden onderhandeld in een politieke ruimte. Ja, er is een spelregel nodig; maar die is politiek en niet ideologisch. Welnu, tegenwoordig gebeurt het te vaak dat men aan de moslims ideologische eisen stelt. Ik weet niet of die wet in Nederland is aangenomen, dat men een inburgeringsexamen doet in het consulaat; dat men een foto moest bekijken van een vrouw met ontblote borsten. Die foto wordt in de VS beschouwd als obsceen. De eis om naar die foto te kunnen kijken is ideologisch. Daarbij wordt nog eens de fout gemaakt dat men vecht tegen een bepaald beeld van de islam – waarin geen plaats is voor dit soort afbeeldingen – dat wordt gebruikt door neofundamentalisten. Men mist helemaal de andere vormen van de islam. En ook al worden die tegengewerkt, ze bestaan wel degelijk.’


Islamogauchiste

Maar is de vraag aan moslims om politieke spelregels te accepteren wel genoeg? Moeten die ‘ideologische’ eisen ook niet worden gesteld? Veel Franse intellectuelen verwijten Roy een te grote toegeeflijkheid jegens de islam. Filosoof Alain Finkielkraut en ook de links-liberale feministe Caroline Fourest noemen hem polemisch een islamogauchiste, een islamitisch-linksradicaal denker. En Caroline Fourest verwijt hem geen oog te hebben voor de intolerantie jegens onder meer homoseksuelen en de vrijheid voor vrouwen in de orthodoxe islam. Die intolerantie botst met de waarden van moderne staat die (in de hedendaagse opvatting ervan) de individuele vrijheden moet beschermen. Dat vereist, zegt zij, van zeer orthodoxe religies dat die zich hervormen.

Neem het gedwongen huwelijk. ‘Nee, reageert Roy, dat is geen gedwongen huwelijk. In het westen wordt een gedwongen huwelijk en een gearrangeerd huwelijk verward. En dat is helemaal niet hetzelfde.’
Ja, maar in de praktijk komt het erop neer dat deze jonge vrouwen een huwelijk (en niet te vergeten: een seksualiteit) binnentreden met een man die ze niet begeren, van wie ze niet houden. Gunt u ze niet iets beters? ‘Vous êtes idéaliste’, reageert Roy. ‘U bent een idealist.’

‘Religieuze hervorming is niet nodig om deze staatsvorm en zijn eisen te aanvaarden. Veel uiterst conservatieve moslims passen zich heel goed aan aan de seculiere staat door hun geloof te herformuleren in termen van waarden in plaats van normen. Hoewel het gezin, de verschillen tussen man en vrouw en zedelijkheid waarden zijn die dan verdedigd worden, en het homohuwelijk ongewenst is, net als abortus en echtscheiding, zullen ze in hun verdediging van hun standpunten binnen de grenzen van de wet blijven. En mochten ze dat niet doen,’ zegt Roy, ‘dan kunnen ze altijd nog teruggeroepen worden: eerwraak bijvoorbeeld blijft gewoon een misdaad die je als misdaad moet behandelen.’
 
De islam en de scheiding van kerk en staat, door Olivier Roy, vert. H. Los, uitg. Van Gennep, Amsterdam 2006, 128 blz., € 16,00

Olivier Roy

Olivier Roy (La Rochelle, Frankrijk, 1949) krijgt de laatste jaren steeds meer erkenning als islamspecialist, ook in Nederland. Roy is onderzoeksdirecteur aan het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) en adviseur van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken. Op zijn negentiende, tijdens zijn studie filosofie, maakt hij een reis naar Afghanistan waar hij kennismaakt met de islam. Hij ontwikkelt een tegendraadse visie op de moderne islam: de islam die de tweede generatie immigranten aanhangt, is niet geïmporteerd uit de Arabische landen, maar een moderne vorm van islam die het gevolg is van het ontwortelde leven van deze migranten. In het Nederlands verschenen van hem, bij uitgeverij Van Gennep, De globalisering van de islam (2004) en De islam en de scheiding van kerk en staat (2006).