Home Niet-westerse filosofie ‘Mindfulness in de klas voorkomt geen depressies’
Bewustzijn Niet-westerse filosofie

‘Mindfulness in de klas voorkomt geen depressies’

Mindfulness verbetert de mentale gezondheid van scholieren niet, stelt Brits onderzoek. Hoogleraar Paul van der Velde is niet verbaasd.

Door Thomas Velvis op 18 november 2022

mindfulness school meditatie beeld flickr/Noriko Kudo
FM 12 cover spel spelen schaakbord ballerina
12-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Mindfulness heeft ondertussen een geschiedenis van 45 jaar in het Westen. In 1975 verscheen The Miracle of Mindfulness van de boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en daarna begon de Amerikaanse wetenschapper Jon Kabat-Zinn met op mindfulness gebaseerde therapie. Mindfulness leek te werken bij mensen met chronische pijn en bij jonge criminelen die telkens weer voor de kinderrechter moesten verschijnen. Lang is mindfulness gezien als een wondermiddel dat alle problemen zou oplossen. Maar dat is geen enkele therapie. Voor sommige mensen werkt het wel, voor anderen absoluut niet.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Inmiddels bestaan er allerlei aanbieders van lessen mindfulness in de klas. Net als in dit onderzoek zijn die lessen bedoeld om kinderen zich bewust te laten worden van innerlijke sensaties en indrukken van buiten. Ik heb daar mijn twijfels over. Mindfulness kan nog een extra prikkel worden bij alle indrukken die kinderen al krijgen, zeker als het om verplichte lessen gaat met de hele klas. Als een kind behoefte heeft aan mindfulness en aangeeft dat het daar rustig van wordt, is het prima. Maar het initiatief moet bij het kind liggen. Als het moet, gaat er iets verloren.’

Doorbraak

‘Wat bij de toepassing van mindfulness vaak over het hoofd wordt gezien, is dat het slechts een klein onderdeel vormt van een boeddhistische meditatie. Oorspronkelijk was het een voorbereidend stadium op diepere inzichtsmeditaties. Door je bewust te worden van wat er in je en om je heen gebeurt, kom je tot een diep besef dat alles voorbijgaat en niets er uiteindelijk toe doet. Daarna kunnen diepe inzichten komen over de bevrijding van die ervaring van vergankelijkheid. Wat wij doen met mindfulness is, vanuit een Aziatisch boeddhistisch perspectief gezien, halverwege het pad stilhouden. Je bereikt alleen het bewustzijn dat alles voorbijgaat – een inzicht dat ook kan resulteren in een forse depressie.

Mindfulness is dan ook niet zonder risico. Bij mensen met aanleg voor mentale problemen kan het een negatief effect hebben. Dat geldt al helemaal voor kinderen. Kinderen zijn immers nog geen uitgekristalliseerde personen en het is moeilijker dan bij volwassenen om aan ze te zien wat er loskomt. Om baat te hebben bij mindfulness, heb je goede begeleiding nodig. Zo schijnt mindfulness weleens gebruikt te worden om voor een doorbraak te zorgen in een psychose, maar alleen bij dagenlange, intensieve begeleiding door meerdere deskundigen. Dat kan allemaal niet in de klas.

Stel dat iemand op zijn vijfendertigste met een burn-out bij een psycholoog terechtkomt. Een mindfulnesstherapie die op hem is toegespitst kan dan werken. Dat geldt ook voor mensen die voortdurend afgeleid raken. Mindfulness kan ze helpen om de vraag stellen: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Maar een hele klas scholieren verplicht laten oefenen met mindfulness is schieten met losse flodders. Het zal leerlingen ook helemaal niet motiveren.’