Wetenschap checkt met experimenten de feiten, filosofie checkt het denken.
Iedereen komt weleens voor een gewetensvraag te staan. Vaak hebben we bij zo’n moreel dilemma een intuïtie van wat het juiste is om te doen. Maar waar komt die intuïtie vandaan? Worden we met een moreel kompas geboren of ontwikkelen we een geweten door de maatschappij waarin we leven?
In het boek Lord of the flies (1954) van de Britse schrijver William Golding (1911-1993) wordt het geweten op de proef gesteld. Een groep schooljongens strandt na een vliegtuigongeluk op een onbewoond eiland, waar ze moeten zien te overleven. Vrij snel ontwikkelen ze een democratisch systeem en kiezen ze een van de oudere jongens, Ralph, als leider. De jongens bouwen hutten, verzamelen fruit en richten zich bovenal op het verspreiden van een rooksignaal, zodat ze gered kunnen worden. Maar langzamerhand slaat de sfeer om. Vanaf het begin waren er al jongens die liever afgezonderd in het bos leefden en op varkens jaagden, dan dat ze over het rooksignaal waakten. Er ontstaat strijd tussen de twee kampen met dodelijke gevolgen, en de wilde groep krijgt de overhand. Redelijkheid en orde verliezen het van geweld en verbeelding; de jongens zijn ongeremd.
Is het geweten aangeboren of aangeleerd?
Veel van de ideeën van psychoanalyticus Sigmund Freud (1856-1939) zijn terug te zien in Lord of the flies. Volgens Freud wordt de mens van nature gedreven door allerlei driften en verlangens, maar krijgen we in de maatschappij wetten en sociale normen aangeleerd die we internaliseren. Die regels zijn een soort keurslijf dat ons in bedwang houdt. Zo leren we al op jonge leeftijd dat we anderen geen pijn mogen doen. Op het eiland zijn de jongens van deze taboes en normen bevrijd en kunnen ze hun instincten de vrije loop laten. Zonder maatschappij om ons te sturen, toont het boek, legt de rede het altijd af tegen onze driften.
Echt?!
Goldings boek schetst een behoorlijk pessimistisch mensbeeld. Maar hebben mensen van nature inderdaad geen moreel kompas? Volgens de Nederlandse schrijver Rutger Bregman (1988) spreekt uit Lord of the flies een onjuiste opvatting over de aard van de mens. Hij bekritiseert in zijn boek De meeste mensen deugen (2019) de zogeheten ‘vernistheorie’ die de roman uitdraagt: het idee dat beschaving slechts een dun laagje vernis is en dat we bij het minste of geringste terugvallen in onze agressieve, egoïstische natuurlijke staat. Is het wel echt zo dat mensen elkaar naar de keel vliegen zodra er geen regels zijn? Hebben we van onszelf dan helemaal geen geweten? En zou Lord of the flies niet ook goed af kunnen lopen – dat de jongens met elkaar gaan samenwerken en lol trappen?

