Kun je denken dat je denkt zonder dat je denkt? Filosofie is moeilijker als je denkt in paradoxen.
Op mijn twaalfde werd ik vegetariër. Het idee dat een dier gedood moest worden zodat ik te eten had, vond ik onverteerbaar. Ik kon het niet met mijn geweten rijmen ook nog maar een hap vlees te nemen. Eindeloos discussieerde ik met vleesetende ooms bij familiediners. ‘Wat als je op een onbewoond eiland gestrand zou zijn en je zou alleen een kip kunnen eten, zou je dat dan doen?’ vroegen ze, en ze kwamen met kritische opmerkingen als: ‘Je schoenen zijn wel van leer.’ Ze dachten dat mijn keuze om geen vlees te eten ook betekende dat ik hen slecht vond, omdat zij wel vlees aten. Daarom probeerden ze mij en henzelf ervan te overtuigen dat er niets mis mee was.
Mijn ooms waren impliciet aanhangers van de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Zijn categorische imperatief stelt dat je moet handelen op een manier waarvan je zou willen dat het een algemene regel is. Als ik geen vlees eet, zou niemand vlees moeten eten, zo keken ze naar mijn betoog. En dus voelden ze zich aangevallen. Maar als puber dacht ik alleen aan mezelf: ik wilde geen vlees eten, maar het kon me niet schelen wat anderen deden. Mijn geweten was niet kantiaans.
Spreek ik mijn geweten tegen?
Maar hoe kan ik iets slecht vinden zonder te vinden dat niemand het moet doen? Hoe zit het eigenlijk met de verhouding tussen geweten en ethiek? Het geweten gaat om meer dan alledaagse keuzes. Ik luister bijvoorbeeld niet naar atonale klassieke muziek, maar daar zit geen morele component bij. Ik heb niet het gevoel dat de wereld slechter wordt als ik atonale muziek luister, maar wel als ik vlees eet.
Zo was ik ook van plan om militaire dienst te weigeren – al was weigeren uiteindelijk niet nodig, omdat de dienstplicht werd opgeschort. Mijn bezwaar tegen het doden van dieren geldt evenzeer voor het doden van mensen. Toch ben ik realistisch genoeg om te erkennen dat er een leger moet zijn. Het is dus niet goed als niemand in dienst gaat. Daaruit volgt dat er militairen moeten zijn die hetgeen doen waar ik niet toe bereid ben. Spreek ik mijn geweten dan tegen? Kan ik vinden dat ik iets niet moet doen en tegelijk vinden dat iemand anders dat wel moet doen?
Is mijn geweten er alleen om mijn eigen grenzen te bewaken? Maar hoe kan het geweten ethisch zijn, als het zich niet uitstrekt naar anderen? Of is mijn geweten nu eenmaal strenger voor mezelf dan voor anderen?

